Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014116

Vragen van het lid Oosenbrug (PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat webwinkeliers zich verplichten om klantinformatie door te geven aan Stichting BREIN (ingezonden 20 augustus 2013).

Antwoord van Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 1 oktober 2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2013, nr. 3208.

Vraag 1

Kent u het bericht «Inzet BREIN juridisch afgedekt in nieuw e-bookdistributiecontract»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat webwinkels die aangesloten zijn op het distributieplatform eBoekhuis verplicht kunnen worden om klantinformatie door te geven aan Stichting BREIN? Zo ja, hoe verhoudt het doorgeven van dergelijke informatie aan derden zich tot de wet- en regelgeving ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer? Zo nee, wat is er dan niet waar aan het gestelde?

Antwoord 2

Ondernemingen mogen overeenkomen dat zij bepaalde persoonsgegevens ter beschikking stellen aan derden mits wordt voldaan aan de voorwaarden die aan deze gegevensverwerking worden gesteld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De meest voor de hand liggende verwerkingsgrond is in dit geval de ondubbelzinnige toestemming van de persoon van wie de gegevens worden verwerkt (artikel 8 onder a Wbp). Voor de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens, die in de Wbp als bijzondere persoonsgegevens worden aangemerkt, gelden aanvullende voorwaarden. Het College bescherming persoonsgegevens houdt toezicht op de verwerking van persoonsgegevens conform de Wet bescherming persoonsgegevens.

Vraag 3

Mag met het oog op de wet- en regelgeving ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een derde winkels dwingen om klantgegevens minimaal twee jaar te bewaren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Webwinkels kunnen zelf belang hebben bij het bewaren van klantgegevens bijvoorbeeld ten behoeve van het optreden tegen distributie van e-boeken zonder toestemming van de rechthebbende. De gratis distributie van e-boeken kan ten koste gaan van hun verkoop. Zij kunnen in dat kader ook afspraken maken met derden. Indien winkels menen dat zij door het economisch overwicht door een derde worden gedwongen om bepaalde contractsvoorwaarden te accepteren, kunnen zij de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) vragen te beoordelen of er misbruik wordt gemaakt van een machtspositie. Als dat het geval is, dan kan de ACM daartegen optreden.

Vraag 4

Acht u de bestaande mogelijkheden om tegen verdenkingen ten aanzien van inbreuk van de auteurswet afdoende? Zo ja, hoe oordeelt u dan over de bepalingen met betrekking tot klantgegevens in de in het artikel genoemde overeenkomst «digitale distributie voor webwinkels»? Zo nee, waar zitten volgens u nog tekortkomingen?

Antwoord 4

Het uitgangspunt bij handhaving van intellectuele eigendomsrechten is dat handhaving in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de rechthebbende zelf. Hij dient zich daarbij te houden aan het wettelijk kader. In casu lijkt daarvoor doorslaggevend of een klant ondubbelzinnig en uit vrije wil ingestemd heeft met de gegevensverwerking met het oog op handhaving van de op e-boeken rustende intellectuele eigendomsrechten. Bij deze beoordeling zal – mede gelet op een vrije toegang tot informatie en cultuur – een rol spelen of een klant ook langs andere weg kennis kan nemen van het boek.

Vraag 5

Is het in Nederland toegestaan dat de oorspronkelijke koper van een e-book dit doorverkoopt? Zo ja, op welke wijze kan dan worden aangetoond dat met het doorverkopen van een e-book de auteursrechten niet worden geschonden? Zo nee, waarom is dit niet toegestaan en op grond van welke bepaling(en)?

Antwoord 5

Uit artikel 4 van de Auteursrechtrichtlijn 2001/29/EG volgt dat indien een exemplaar van een auteursrechtelijk beschermd werk voor de eerste maal in een van de lidstaten van de EU of de EER in het verkeer is gebracht door eigendomsoverdracht, het doorverkopen van dat fysieke exemplaar geen inbreuk vormt op het auteursrecht. Dit is de zogeheten communautaire uitputtingsleer. In overweging 29 van de preambule van de Auteursrechtrichtlijn is opgenomen dat die uitputting niet geldt in het geval van diensten, in het bijzonder online diensten, en evenmin geldt voor exemplaren van werken die door een gebruiker van een online dienst met toestemming van de rechthebbende worden vervaardigd. Of het doorverkopen van een e-boek indachtig de uitputtingsleer dan wel of juist niet door het distributierecht wordt bestreken, moet worden beantwoord tegen de achtergrond van artikel 4 en overweging 29 van de Auteursrechtrichtlijn. Het geven van een authentieke interpretatie dienaangaande is aan de rechtsprekende macht en daarbij uiteindelijk het Hof van Justitie van de Europese Unie voorbehouden. Het Hof van Justitie heeft ten aanzien van software geoordeeld dat onder omstandigheden een softwarelicentie zonder toestemming van de rechthebbende kan worden doorverkocht (HvJEU 3 juli 2012, zaak C-128/11 (UsedSoft/ Oracle International).

Vraag 6

Is er vanwege de positie van het Centraal Boekhuis (CB) ten aanzien van de distributie van Nederlandse e-books nog wel sprake van een vrije markt van e-books in Nederland? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en ziet u mogelijkheden om de mededinging op deze markt te verbeteren?

Antwoord 6

De voorganger van de ACM, de NMa, heeft in 2011 de ontwikkelingen op de markt voor Nederlandstalige elektronische boeken (e-books) in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat de concurrentie moeizaam op gang komt. Een van de oorzaken hiervan is dat boekverkopers vaak de adviesprijs van uitgevers volgen waardoor er geen prijsconcurrentie op gang komt. Daarnaast is het aanbod van Nederlandstalige e-books beperkt.

Tegelijkertijd heeft de NMa gezien dat de markt voor e-books steeds aantrekkelijker wordt voor uitgever, boekverkoper en consument. Steeds meer mensen hebben een e-reader en/of tablet waardoor het aantal (potentiële) lezers van een e-book toeneemt. De Wet op de vaste boekenprijs is niet van toepassing op e-books. Hierdoor kunnen de prijzen variëren. Boekverkopers bieden ook in toenemende mate kortingen op e-books. Het e-book leent zich daarnaast voor nieuwe verkoopmodellen. Bijvoorbeeld het aanbieden van e-books via een abonnement, waarbij de lezer boeken onbeperkt kan lezen voor de duur van het abonnement.

Het Centraal Boekhuis is de beheerder van het eBoekhuis voor de opslag en distributie van e-books in Nederland. Dit distributieplatform is een initiatief van uitgevers en boekverkopers. De Groep Algemene Uitgevers en de Koninklijke Boekverkopersbond hebben de NMa toegezegd dat de samenwerking tussen uitgevers en boekverkopers via het Digitaal Platform de concurrentie niet zal belemmeren. Zo krijgen zowel bestaande als nieuwe marktspelers toegang tot het Platform en eventuele toetredingsvoorwaarden zijn objectief, transparant en non-discriminatoir. Het Platform hanteert verder geen exclusiviteitseisen. Afspraken tussen uitgever en boekverkoper over de prijs en leveringsvoorwaarden worden buiten het platform gemaakt. Ten slotte mogen gebruikers de informatie uit het Digitaal Platform in eventueel aangepaste vorm gebruiken voor hun eigen website, zodat zij zich van elkaar kunnen onderscheiden. Gelet op deze toezeggingen kan het Digitaal Platform de concurrentie bevorderen. De ACM ziet erop toe dat die toezeggingen worden nageleefd.