Vragen van de leden Ten Broeke (VVD) en Sjoerdsma (D66) aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over het EU-visserijakkoord met Marokko (ingezonden 19 december 2013).
Antwoord van Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 31 januari 2014)
Vraag 1
Klopt het dat de Europese Unie deze week een visserijakkoord heeft gesloten met Marokko?
Klopt het dat de gemaakte afspraken zowel betrekking hebben op Marokkaans territorium
als op door Marokko bezet gebied in de Westelijke Sahara?
Antwoord 1
Nee. In december 2013 hebben zowel het Europees Parlement als de Raad van Ministers
ingestemd met een nieuw protocol in het kader van het bestaande visserijakkoord tussen
de Europese Unie (EU) en Marokko. Dit betekent dat, zodra ook aan Marokkaanse zijde
de instemmingsprocedure is afgerond, de visserijactiviteiten kunnen starten. Het protocol
bevat geen rechtstreekse verwijzing naar de Westelijke Sahara, maar sluit toepassing
op de Westelijke Sahara in de praktijk niet uit.
Vraag 2
Erkent de EU de soevereiniteit van de Westelijke Sahara? Is de Marokkaanse bezetting
van de Westelijke Sahara en haar territoriale wateren volgens de EU illegaal, of erkent
de EU de Marokkaanse jurisdictie over de gebieden in kwestie?
Antwoord 2
De voormalige Spaanse kolonie Westelijke Sahara is het enige gebied in Afrika dat
nog wordt bestuurd onder toezicht van de Verenigde Naties in afwachting van de uitoefening
van het recht op zelfbeschikking door de (oorspronkelijke) bevolking van het gebied.
Het gebied van de Westelijke Sahara wordt door de Verenigde Naties beschouwd als niet-zichzelf
besturend gebied («non-self-governing territory») in de zin van het Handvest van de
VN. Dit is zo sinds 1963 toen de Algemene Vergadering de Westelijke Sahara op de lijst
van niet-zichzelf besturende gebieden plaatste. Ook Nederland en de EU beschouwen
het als zodanig.
In navolging van het advies van het Internationaal Gerechtshof (1975) erkent de EU
de Marokkaanse claims over het gebied niet. Marokko wordt door de EU beschouwd als
de facto beherende macht («de facto administering power»). Vanwege de status van de Westelijke
Sahara als een niet-zichzelf besturend gebied als bedoeld in het Handvest van de VN
kunnen de beginselen voor de uitoefening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden
door de beherende macht analoog worden toegepast op Marokko als de facto beherende macht. Dit is de lijn die gevolgd is door de juridisch adviseur van de
VN in zijn brief aan de President van de Veiligheidsraad van 29 januari 2002 en die,
in navolging daarvan, ook is overgenomen door de EU.
Vraag 3
Klopt het dat EU-richtlijnen verbieden Europees belastinggeld uit te geven in bezette
gebieden? Gelden die EU-richtlijnen ook voor Europese betrokkenheid bij de exploitatie
van grondstoffen in bezet gebied? Hoe verhoudt het deze week gesloten akkoord zich
tot EU-regelgeving en internationaal recht?
Antwoord 3
Er is geen algemene Europese richtlijn inzake de besteding van Europese middelen in
bezette gebieden.
Ten aanzien van niet-zichzelf besturende gebieden hanteren de Europese Commissie en
de Hoge Vertegenwoordiger het uitgangspunt dat economische activiteiten rechtmatig
zijn, zolang deze de behoeften, belangen en voordelen ervan voor de bevolking niet
veronachtzamen. Dit betekent dat economische activiteiten in de Westelijke Sahara,
dus ook de activiteiten die voortvloeien uit het visserijprotocol tussen de EU en
Marokko, niet per definitie in strijd zijn met het internationaal recht. Belangrijke
voorwaarde is dat de opbrengsten ten goede komen aan de oorspronkelijke bevolking
van het gebied. De rechtmatigheid van de activiteiten hangt af van de wijze waarop
die internationaalrechtelijke verplichting door Marokko wordt geïmplementeerd.
Vraag 4
Klopt het dat de door Marokko bezette Westelijke Sahara uitgesloten is van het EU-vrijhandelsverdrag
met Marokko?
Antwoord 4
Nee. Het beoogde diepgaand en veelomvattend vrijhandelsakkoord, waarover de onderhandelingen
nog niet zijn afgerond, zal betrekking hebben op het grondgebied van Marokko. Dat
staat niet in de weg dat Marokko – als de facto beherende macht – afspraken uit het akkoord kan toepassen op de Westelijke Sahara,
mits de in het antwoord op vraag 3 genoemde voorwaarde in acht wordt genomen.
Vraag 5
Indien de EU-richtlijnen consequent worden toegepast, zou dat er dan toe moeten leiden
dat de Marokkaanse bezetting van de Westelijke Sahara niet dient te worden ontzien?
Antwoord 5
Zie de antwoorden op vraag 2,3 en 4.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het EU-beleid inzake de Westelijke Sahara in het licht van het beleid
aangaande bezette gebieden elders en in het algemeen?
Antwoord 6
Als de facto beherende macht is het Marokko in beginsel toegestaan afspraken te maken met derde
staten met betrekking tot economische activiteiten in de Westelijke Sahara, bijvoorbeeld
op het gebied van handel of visserij. Die afspraken dienen dan wel in overeenstemming
met eerdergenoemde voorwaarde ten aanzien van de behoeften, belangen en voordelen
van de oorspronkelijke bevolking te worden uitgevoerd. Het huldigen van dit principe
is van belang om het recht op zelfbeschikking van oorspronkelijke bewoners te kunnen
respecteren. In dit kader zet het kabinet bij overeenkomsten tussen de EU en Marokko
in op concrete afspraken die verzekeren dat de activiteiten in overeenstemming met
het internationaal recht zullen worden uitgevoerd.