Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014102

Vragen van de leden Otwin vanDijk en Kerstens (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het advies van het College voor de Rechten van de Mens aan het kabinet om mensen met een beperking meer kansen te geven in onderwijs, werk en maatschappelijk leven (ingezonden 6 september 2013).

Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 30 september 2013).

Vraag 1

Kent u het bericht «Nationaal actieplan noodzakelijk voor implementatie VN-gehandicaptenverdrag»?1

Antwoord 1

Ja, ik ben op de hoogte van dit bericht.

Vraag 2

Bent u het eens met de conclusie van het College voor de Rechten van de Mens dat de wetsvoorstellen die voor goedkeuring zijn opgesteld2 nog te weinig waarborgen bieden om de samenleving inclusief te maken? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 2

Alle adviezen die zijn uitgebracht in het kader van de consultatie van de wetsvoorstellen, ook die van het College voor de Rechten van de Mens, zijn bestudeerd. Ik heb kennis genomen van het advies van het College waarin het adviseert een plan van aanpak op te stellen om een inclusieve samenleving te realiseren. In de Memories van Toelichting bij de wetten zal op de adviezen worden ingegaan, zo ook met betrekking tot het verzoek tot het opstellen van een plan van aanpak voor de implementatie. Ook andere veldpartijen zoals cliëntorganisaties hebben mij verzocht om te komen tot een plan van aanpak. In dat kader wil ik binnenkort met deze partijen in overleg treden om te bezien hoe vorm kan worden gegeven aan de tenuitvoerlegging van het verdrag. Ik verwacht de wetsvoorstellen in het najaar van 2013 aan de Raad van State te kunnen aanbieden, waarna deze aan uw Kamer worden gezonden ter behandeling.

Vraag 3

Bent u het eens met de conclusie van dit College dat ook andere relevante regelgeving, zoals onder andere de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet, waarborgen zouden moeten bevatten om de samenleving inclusief te maken en recht te doen aan het VN-gehandicaptenverdrag? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 3

Als het VN-verdrag geratificeerd is, zal dit als maatstaf dienen voor alle (toekomstige) wetgeving. Het wetsvoorstel maatschappelijke ondersteuning 2015 ligt thans voor advies voor bij de Raad van State. Het is op dit moment dan ook niet openbaar; na ontvangst van het advies van de Raad zal ik het aan uw Kamer zenden.

Het wetsvoorstel Participatiewet3 is ook nog niet openbaar. Wel heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in haar brieven van 21 december 20124, en 27 juni 20135 aangegeven dat de Participatiewet als doel heeft om alle mensen als volwaardige burgers mee te laten doen aan onze samenleving. Bij voorkeur via een reguliere baan, maar als dat nog niet mogelijk is, door op een andere manier te participeren in de samenleving. De inzet van de staatssecretaris van SZW is om het wetsvoorstel voor de Participatiewet in november van dit jaar ter behandeling aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Vraag 4

Wat is uw oordeel over het advies van het College om tot een Nationaal Actieplan te komen, om duidelijk te maken welke concrete maatregelen er op rijks- en lokaal niveau genomen worden?

Antwoord 4

Het College voor de Rechten van de Mens heeft een nationaal actieplan geadviseerd om een inclusieve samenleving te realiseren. Ook cliëntenorganisaties hebben zoals ik hierboven al heb aangegeven, verzocht om een dergelijk plan op te stellen. In dat kader zal ik met alle relevante partijen in gesprek treden om om te bezien hoe vorm kan worden gegeven aan de tenuitvoerlegging van het verdrag. Daarbij wil ik benadrukken dat iedere partij hierin haar verantwoordelijkheid heeft om inclusief denken in alle lagen van de samenleving te realiseren.

Ik verwacht de wetsvoorstellen voor ratificatie van het VN-verdrag inzake personen met een handicap in het najaar van 2013 aan de Raad van State te kunnen aanbieden, waarna deze ter behandeling aan uw Kamer worden aangeboden. Op dat moment is het aan uw Kamer om te beoordelen of de wetsvoorstellen ook naar uw mening voldoende overeenstemmen met de doelstelling van het VN-verdrag.

Vraag 5

Bent u bereid een dergelijk Nationaal Actieplan op te stellen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 5

Zie het antwoord op vraag 4.


X Noot
2

Met goedkeuring van het verdrag worden twee wetten aangepast: de Kieswet en de Wet gelijke behandeling handicap en chronische ziekte.

X Noot
3

Het betreft de vierde nota van wijziging van de Invoeringswet Wet werken naar vermogen. Kamerstukken 2011–2012, 33 161, nummer 2

X Noot
4

Kamerstukken II, 2012–2013, 33 817, nummer 98

X Noot
5

Kamerstukken II, 2012–2013, 33566, nummer 55