Vragen van de leden Dijkgraaf (SGP) en De Boer (VVD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de juridisering van het natuurbeschermingsbeleid (ingezonden 7 november 2012).

Antwoord van staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 20 december 2012).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Performing failure in conservation policy. The implementation of European Union directives in the Netherlands»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u in grote lijnen de analyse van de auteurs dat door een van bovenaf opgelegd juridisch natuurbeschermingskader (Natura 2000) het bestaande overlegmodel werd verstoord, daardoor juridisering van het natuurbeschermingsbeleid ontstond en het draagvlak voor het natuurbeschermingsbeleid afbrokkelde?

Antwoord 2

Om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen zijn in de jaren ’70 en ’90 van de vorige eeuw de Vogel- en Habitatrichtlijn tot stand gebracht, met een aanpak op Europees niveau. Gedurende de implementatie van Natura 2000 in Nederland is, mede door jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en de Raad van State, nadere duidelijkheid ontstaan over de randvoorwaarden waarbinnen de Vogel- en Habitatrichtlijn in Nederland moeten worden geïmplementeerd. Het is nu de uitdaging met deze randvoorwaarden in de gebieden te zoeken naar praktische oplossingen voor de natuur.

Het werken vanuit de gebieden dichtbij de mensen, bijvoorbeeld in de beheerplanprocessen, zorgt voor draagvlak.

Vraag 3

Deelt u de conclusie van de auteurs dat het voor een positieve spiraal nodig is dat natuurbescherming weer integraal onderdeel uit gaat maken van ruimtelijke besluitvorming en dat er ruimte moet komen voor een politieke belangenafweging, juist ook op lokaal niveau?

Antwoord 3

Door duidelijkheid te bieden over de randvoorwaarden ontstaat er de mogelijkheid om hierbinnen een belangenafweging te maken. Met in achtneming van deze randvoorwaarden kunnen in de beheerplanprocessen, als het bijvoorbeeld gaat om de te nemen maatregelen, met de betrokkenen in het gebied de benodigde afwegingen worden gemaakt.

Vraag 4, 5

Wat gaat u doen met de analyse en conclusies uit het genoemde wetenschappelijke artikel?

Bent u bereid de analyse en conclusies uit het artikel mee te nemen in de Nederlandse inbreng voor de eerstvolgende Europese evaluatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn?

Antwoord 4, 5

Duidelijke randvoorwaarden met mogelijk juridische consequenties zijn onontkoombaar. Maar daarbinnen moeten de mogelijke opties met de betrokkenen worden afgewogen om zo te komen tot lokaal draagvlak voor de maatregelen en de te beschermen natuur.

Wanneer de Vogel- en Habitatrichtlijn geëvalueerd worden is het van belang hier alle relevante informatie in mee te nemen, waaronder dus ook het signaal vanuit dit artikel.

Vraag 6

Heeft u kennisgenomen van de voornemens van de provincie Overijssel voor een bufferzone om het Natura 2000 gebied Boetelerveld en van het minder ingrijpende, breed gedragen alternatieve plan van waterschap Groot Salland?2

Antwoord 6

Ja.

Vraag 7

Hoe waardeert u het verzet van de provincie Overijssel tegen het alternatieve plan van waterschap Groot Salland in het licht van de analyse en conclusies in het genoemde wetenschappelijke artikel?

Antwoord 7

De beslissing over hoe gestelde doelen behaald moeten worden, kan het beste, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3, op lokaal niveau in het gebied gemaakt worden. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat onder de verantwoordelijkheid van de provincie ook in deze situatie een gedragen en gedegen proces plaats zal vinden waarbij de mogelijke opties serieus worden beoordeeld.


X Noot
1

Beunen, R., K. van Assche, M. Duineveld, 2012. Performing failure in conservation policy. The implementation of European Union directives in the Netherlands.

http://www.raoulbeunen.nl/pubs/Beunen_etal-Performing_failure_in_conservation_policy.pdf

Naar boven