Vragen van het lid Paulus Jansen (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de voortgang van het onderzoek naar de rechtsbescherming van woonbootbewoners (ingezonden 5 september 2012).

Antwoord van minister Spies (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 25 september 2012).

Vraag 1

Wie gaat het onafhankelijk onderzoek naar de verbetering van rechtsbescherming van woonbootbewoners n.a.v. de motie Paulus Jansen c.s. (TK 32 730-12) uitvoeren?1 Als de aanbesteding nog niet is afgerond: kan de Kamer direct na aanbesteding geïnformeerd worden?

Antwoord vraag 1

De aanbesteding voor dit onderzoek is nog niet afgerond. Ik zal u na afronding van de aanbesteding informeren wie het onderzoek gaat uitvoeren.

Vraag 2 en 3

Wat is de exacte formulering van de onderzoeksvragen?

Is er al een begeleidingscommissie geformeerd? Onderschrijft u de wenselijkheid dat er in de begeleidingscommissie ook een vertegenwoordiger vanuit de geledingen van de woonbootbewoners zit?

Antwoord vraag 2 en 3

In de offerteaanvraag zijn de onderzoeksvragen als volgt geformuleerd:

Het onderzoek zal in elk geval moeten omvatten:

  • Het op hoofdlijnen in kaart brengen van de verschillende vormen waarin

woonbooteigenaren beschikken over een ligplaats (o.m. eigendom, huur,

vergunningverlening), en de aantallen en typen ligplaatsen die het betreft.

  • Het kwalificeren van de rechtsbescherming in deze verschillende gevallen en

het in kaart brengen van de mogelijkheid/mogelijkheden om de

rechtsbescherming van woonbootbewoners ten aanzien van de ligplaats in

deze verschillende gevallen te verbeteren, waarbij ondermeer gekeken

wordt naar de huurregelgeving voor woonruimte, naar de regelgeving voor

erfpacht en naar bestuursrechtelijke bescherming.

  • Het in kaart brengen van de eventuele aanpassingen in regelgeving dan wel

andere acties die hiervoor nodig zijn.

  • Het in kaart brengen van de voor- en nadelen van de betreffende

mogelijkheden, ondermeer ten aanzien van publiekrechtelijke belangen

zoals bijv. het waterbeheer, en van de te verwachten effecten op de

beschikbaarheid van ligplaatsen. Dit zodanig dat hierop een beleidsreactie

kan worden gebaseerd.

Hierbij is aangegeven dat nadere uitwerking van deze vraagstelling in overleg tussen de onderzoekers en de begeleidingscommissie bestaande uit medewerkers van BZK en Veiligheid en Justitie zal plaatsvinden.

Bovendien is aangegeven dat het voor de hand ligt om ten behoeve van het onderzoek mede te putten uit informatie van organisaties en vertegenwoordigers van woonbootbewoners.

Ik acht het niet noodzakelijk dat in de begeleidingscommissie een vertegenwoordiger vanuit de geledingen van de woonbootbewoners zit.

Vraag 4

Indien uit het onderzoek zou blijken dat de lopende procedure ter herziening van de huren van de ligplaatsen niet de toets der kritiek kan doorstaan, zou dat dan tot herziening met terugwerkende kracht leiden? Zo ja, is het om deze reden niet verstandiger om de uitkomst van het onderzoek af te wachten?

Antwoord vraag 4

Ik neem aan dat u doelt op de procedure ter herziening van de liggelden voor ligplaatsen in Rijkswater door het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf.

Het onderzoek betreft de mogelijkheden tot verbetering van de rechtsbescherming van woonbootbewoners en zal dus geen uitspraken opleveren over de kwaliteit van lopende procedures tot liggeldverhoging op grond van de huidige rechtsbescherming.


X Noot
1

Zie uw brief van 14 augustus 2012 (Kamerstuk 32 730, nr. 13)

Naar boven