Vragen van het lid El Fassed (GroenLinks) aan de ministers van Financiën en van Buitenlandse
Zaken over Nederlandse investeringen in leveranciers aan het Syrische regime (ingezonden
19 juli 2012).
Antwoord van minister De Jager (Financiën), mede namens de minister van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 25 september 2012).
Vraag 1
Kent u het bericht «Nederlands geld naar leveranciers Syrisch regime»?1
Vraag 2 en 3
Klopt het dat bedrijven die in het bericht genoemd worden, diensten leveren of hebben
geleverd waarvoor momenteel van toepassing is het verbod op verkoop, levering, overdracht
en export, direct of indirect, van goederen en technologie voor monitoring van (internet)communicatie
waarmee de Syrische bevolking kan worden onderdrukt, zoals genoemd in bijlage V van
Verordening 36/2012?
Geldt ook een verbod op het geven van technische of financiële bijstand bij en het
leveren van tussenhandeldiensten bij deze goederen?
Antwoorden vragen 2 en 3
Het leveren van dergelijke diensten vanuit de EU of door EU-onderdanen, inclusief
het verlenen van technische of financiële bijstand en tussenhandeldiensten, is sinds
19 januari 2012 krachtens de genoemde verordening verboden. Er zijn thans geen aanwijzingen
dat genoemde, buiten Nederland gevestigde, bedrijven dit verbod hebben overtreden
of in periode daaraan voorafgaand dergelijke diensten hebben geleverd.
Vraag 4, 5 en 8
Hoe beoordeelt u het feit dat Nederlandse financiële instellingen, zoals genoemd in
het onderzoek van Profundo2, investeren in bedrijven die dergelijke diensten leveren of hebben geleverd? Kunt
u dit toelichten?
Hoe beoordeelt u instellingen met staatssteun die nog steeds direct of indirect diensten
verlenen aan producenten en leveranciers van producten zoals genoemd in EU-verordening
36/2012?
Welke stappen onderneemt u specifiek met betrekking tot de financiële instellingen
genoemd in het onderzoek? Kunt u dit toelichten?
Antwoorden vragen 4, 5 en 8
Het kabinet hecht thans grote waarde aan een strikte naleving van EU-verordening 36/2012.
Er zijn geen aanwijzingen om te veronderstellen dat de in het onderzoek van Profundo
genoemde instellingen deze verordening hebben overtreden; er is daarom geen directe
aanleiding voor concrete maatregelen door de overheid. Voor financiële instellingen
met staatssteun gelden zoveel mogelijk dezelfde voorwaarden als voor instellingen
die niet ondersteund worden met overheidsgeld.
Vraag 6 en 7
Welke maatregelen heeft u tot nu toe genomen om naleving van EU-verordening 36/2012
en alle voorgaande sanctiemaatregelen in dit kader te controleren en af te dwingen?
Hoe verzekert u dat sanctiemaatregelen zoals genoemd in EU-verordening 36/2012 en
het verbod op het – direct of indirect – omzeilen van deze sancties worden nageleefd?
Kunt u dit toelichten?
Antwoorden vragen 6 en 7
Overtreding van de voorschriften in de Europese sanctieverordeningen is strafbaar
op grond van de Wet op de economische delicten. Dit volgt uit regelingen vastgesteld
door de minister van Buitenlandse Zaken op grond van artikel 2, tweede lid, van de
Sanctiewet 1977 ter uitvoering van die verordeningen.
In de Regeling toezichthoudende ambtenaren Sanctiewet 1977 zijn voor het toezicht
specifieke ambtenaren aangewezen van de douane, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst
– Economische controledienst (FIOD), de Algemene Inspectiedienst, de Erfgoedinspectie
van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de commandanten van
de Nederlandse oorlogsschepen.
Verder houden de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten bestuursrechtelijk
toezicht op de naleving van specifieke voorschriften met betrekking tot het financieel
verkeer op grond van de Aanwijzing rechtspersonen Sanctiewet 1977.
In de praktijk is voor het bewerkstelligen van naleving van sancties naast controle
ook voorlichting van groot belang. Daarbij speelt onder meer de douane, met name de
Centrale Dienst In- en Uitvoer (CDIU), een belangrijke rol, voor zover de CDIU een
uitvoerende taak vervult bij de implementatie van sanctiemaatregelen zoals bij de
sancties tegen Syrië. De CDIU geeft namens de ministers van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie en Financiën vergunningen en ontheffingen af op grond van de Sanctiewet
1977 en is in dergelijke gevallen voor ondernemingen het eerste aanspreekpunt voor
de uitleg van sanctiemaatregelen. In bijzondere gevallen handelt de CDIU pro-actief
door uit eigen beweging ondernemingen aan te schrijven met voorlichting over complexe
aspecten van sanctieregelgeving.