Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de ministers van Veiligheid en Justitie en
van Buitenlandse Zaken over WOTS-verzoeken uit Panama (ingezonden 25 oktober 2012).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de minister
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 29 november 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2012–2013, nr. 557.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de e-mail van gedetineerden uit Panama over verzoeken op
grond van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) ?1
Vraag 2, 7
Is het waar dat Nederland verzoeken van Nederlandse gedetineerden in Panama om hun
straf in Nederland uit te mogen zitten (WOTS-verzoeken) afwijst? Zo ja, op welke gronden
worden die verzoeken afgewezen? Zo ja, wat is er dan niet waar?
Is het waar dat de reststraf vaak de reden is dat de verzoeken van gedetineerden worden
afgewezen? Hoe hoog moet de reststraf zijn wil de gedetineerde aanspraak kunnen maken
op omzetting van de straf? Is dit gelijk aan de afspraken die gemaakt zijn met andere
landen? Zo nee, waarin verschillen ze met afspraken met andere landen?
Antwoord 2, 7
WOTS-verzoeken van Nederlandse gedetineerden in Panama worden niet categorisch afgewezen.
Iedere aanvraag wordt individueel beoordeeld. Leidend bij die beoordeling is het doel
van de WOTS: het vanuit detentie voorbereiden op resocialisatie in eigen land. Daarvoor
is nodig dat betrokkene geworteld is in Nederland en dat er na de eventuele overbrenging
nog voldoende strafrestant is om een resocialisatieprogramma in detentie uit te voeren.
Concreet betekent dit laatste vereiste dat op het moment van overbrenging naar Nederland
nog minimaal vier maanden te executeren moeten zijn. Indien aan één of beide voorwaarden
niet voldaan is kan het doel van de WOTS niet worden gerealiseerd en werkt Nederland
niet mee aan een overbrenging. Dit is in lijn met het toepasselijk Verdrag inzake
de Overbrenging van Gevonniste Personen (VOGP) van de Raad van Europa en het beleidskader
zoals dat met uw Kamer is besproken (Kamerstukken II, vergaderjaar 2007–2008, 31 200 VI, nr. 30). Alle aanvragen die in 2011, te weten één, en tot op heden in 2012, te weten zes,
vanuit Panama zijn gedaan zijn door Nederland afgewezen omdat er een onvoldoende strafrestant
was.
Vraag 3, 4, 9
Heeft Nederland afspraken gemaakt met Panama over terugkeer van gedetineerden naar
Nederland? Zo nee, waarom zijn er geen afspraken gemaakt met Panama? Zo ja, zijn die
afspraken conform andere WOTS-verdragen?
Als er wel afspraken zijn gemaakt met Panama, hoe luiden die?
Als er geen afspraken zijn met Panama over het overnemen van de straf, bent u dan
bereid hierover contact op te nemen met de autoriteiten van Panama om te komen tot
afspraken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dat regelen?
Antwoord 3, 4, 9
Panama is partij bij het VOGP. Dit verdrag bevat het juridisch kader voor overbrenging.
Daarbij geldt voor WOTS-verzoeken uit Panama de omzettingsprocedure. Er zijn geen
andere afspraken met Panama gemaakt dan het VOGP, en daarvoor bestaat ook geen noodzaak.
Vraag 5, 6
Is het waar dat de ambassade in Panama gedetineerden vertelt dat veel WOTS-verzoeken
worden afgewezen? Zo ja, waarom is dat? Hoeveel verzoeken worden er jaarlijks gedaan
en hoeveel worden er gehonoreerd? In hoeverre wijkt Nederland af van andere landen
als het gaat om het terugkeren van gedetineerden naar hun eigen land?
Gaan andere Europese landen inderdaad ruimhartiger om met het terughalen van gedetineerden
dan Nederland? Zo ja, waarom is Nederland terughoudender?
Antwoord 5, 6
De Nederlandse ambassade in Panama bezoekt regelmatig alle gedetineerden die hebben
aangegeven consulaire bijstand te wensen. De ambassade informeert hen onder andere
over de bedoeling, voorwaarden en mogelijkheden van de WOTS. De ambassade zal hen
er ook op wijzen dat overbrenging niet aan de orde kan zijn wanneer het strafrestant
te klein is.
Het juridisch kader en de doelstelling van het VOGP, inclusief het vereiste dat er
bij overbrenging een voldoende strafrestant is, gelden voor alle bij dat verdrag aangesloten
landen. In die zin is Nederland dus niet meer of minder ruimhartig. Zie verder het
antwoord op vragen 2 en 7.
Vraag 8
Zijn er andere landen waarvan de verzoeken tot het overnemen van de straf zeer regelmatig
leiden tot een afwijzing? Welke landen zijn dat?
Antwoord 8
Voor alle WOTS-verzoeken geldt dat deze worden afgewezen wanneer er onvoldoende strafrestant
is. Afwijzing blijft derhalve niet beperkt tot specifieke landen. In de praktijk zijn
het op dit moment vooral verzoeken uit Venezuela, Ecuador en Panama die niet worden
ingewilligd, waarbij de voornaamste reden is dat de WOTS-procedure in de staat van
veroordeling meer tijd in beslag neemt dan er nog aan straf ten uitvoer te leggen
valt. Ik verwijs naar mijn antwoorden op eerdere vragen van het lid Gesthuizen (SP)
d.d. 19 augustus en 3 oktober 2011.2 Sinds 2010 zijn op jaarbasis vanuit de drie voornoemde landen in totaal zes tot twaalf
verzoeken om overbrenging ingediend.
X Noot
1Onderhands aan u verstrekt.
X Noot
2 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 3664 en Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 529.