Vragen van het lid Tellegen (VVD) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over nieuwe regels voor orgaandonatie in Denemarken (ingezonden 24 oktober 2012).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 30 november
2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 515.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Deense minister: strengere regels orgaandonatie
nodig»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de gebeurtenis in Denemarken?
Antwoord 2
Het lijkt erop dat er een verkeerde diagnose is gesteld door de behandelend arts,
waardoor de familie onnodig is benaderd met het verzoek om toestemming te geven voor
orgaandonatie.
Vraag 3
Kunt u aangeven wat op dit moment de verschillen zijn tussen het Deense en het Nederlandse
systeem van orgaandonatie?
Antwoord 3
In Denemarken mag al toestemming worden gevraagd voordat de dood is vastgesteld, in
Nederland mag pas om toestemming worden gevraagd nadat de dood is vastgesteld.
Vraag 4
Kunt u aangeven welke verschillen er nog overblijven tussen beide systemen, indien
het voorstel tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie (32 711), dat binnenkort door de Kamer wordt behandeld, wordt doorgevoerd?
Antwoord 4
Het hierboven genoemde verschil blijft bestaan, toestemming mag pas worden gevraagd
als de dood is vastgesteld. In het algemeen kun je zeggen dat het wetsvoorstel beoogt
om, nadat door de behandelend arts de diagnose is gesteld dat de patiënt binnen afzienbare
tijd zal overlijden, de mogelijkheid tot orgaandonatie ook open te houden in die gevallen
dat door de betrokkene niet zelf toestemming is gegeven voor orgaandonatie.
Vraag 5
Zou een casus – zoals beschreven in het artikel – in Nederland kunnen voorkomen onder
het huidige systeem dan wel onder het systeem dat beoogd wordt met de wetswijziging?
Overweegt u het wetsvoorstel hierop aan te passen? Zo ja, welke wijzigingen overweegt
u? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Antwoord Het stellen van een onjuiste diagnose is met geen enkele wet te voorkomen,
geneeskunde blijft mensenwerk. Zowel onder de huidige wet als onder de voorgestelde
wijziging is het vragen van toestemming voor orgaandonatie pas toegestaan na overlijden.
Vraag 6
Vindt u dat in de huidige Nederlandse Wet op de orgaandonatie de procedure rondom
het gesprek met de familie over orgaandonatie zorgvuldig genoeg is omschreven? Wanneer
dient dit gesprek met de familie volgens u plaats te vinden?
Antwoord 6
Ik vind het belangrijk dat pas met de familie over orgaandonatie gesproken wordt als
vaststaat dat de patiënt binnen afzienbare tijd zal komen te overlijden en dat pas
toestemming wordt gevraagd nadat de dood is vastgesteld. De voorgestelde wetswijziging
geeft, beter dan in de huidige wet het geval is, duidelijk de bevoegdheden aan die
horen bij de verschillende momenten die voorafgaan aan een eventuele donatieprocedure.
Vraag 7
Is het in het huidige Nederlandse systeem van orgaandonatie mogelijk al op zoek te
gaan naar de juiste orgaanontvanger, voordat een patiënt hersendood is? Is hierbij
een verschil tussen patiënten die zich hebben laten registreren als orgaandonor, patiënten
die de keuze overlaten aan nabestaanden, patiënten die zich niet hebben laten registreren
en patiënten die hebben aangegeven geen orgaandonor te willen zijn?
Antwoord 7
Ja, dat is mogelijk, de arts is op grond van artikel 18, eerste lid van de Wet op
de orgaandonatie verplicht om het vermoedelijk beschikbaar komen van organen onmiddellijk
te melden bij het orgaancentrum. Hij doet dat nadat hij heeft vastgesteld dat de patiënt
binnen afzienbare tijd zal overlijden. Het orgaancentrum kan op basis van de melding
gaan bepalen aan welke patiënten op de wachtlijst de organen, die mogelijk beschikbaar
komen, moeten worden toegewezen. Van patiënten die hebben aangegeven geen orgaandonor
te willen zijn wordt natuurlijk geen melding bij het orgaancentrum gedaan. Zij hebben
immers vastgelegd geen donor te willen zijn.
Vraag 8
Verandert het antwoord op vraag 7 wanneer de beoogde wijziging van de Wet op orgaandonatie
doorgang vindt?
Vraag 9
Welke nieuwe regels wil de Deense minister van Gezondheid exact nemen om het Deense
systeem van orgaandonatie aan te passen?
Antwoord 9
De Deense minister van Gezondheid is van plan om een protocol te laten opstellen over
het moment waarop wordt gestopt met machinale ondersteuning van de vitale lichaamsfuncties.
Vraag 10
Bent u bereid contact op te nemen met uw Deense collega om informatie in te winnen
over deze casus, ten behoeve van het beantwoorden van voorgaande vragen en het informeren
van de Kamer over deze relevante gebeurtenis?
Antwoord 10
Ja, voor de beantwoording van de vragen heb ik contact gezocht met het Deense ministerie
van Gezondheid. Bovenstaande antwoorden zijn opgesteld aan de hand van de informatie
die ik uit Denemarken ontving.
X Noot
1Volkskrant, 17 oktober 2012