Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie over een toename van locomotieproblemen bij vleeskuikens (ingezonden
25 oktober 2012).
Antwoord van staatssecretaris Verdaas (Economische Zaken) (ontvangen 16 november 2012)
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in het tweede
kwartaal van 2012 tweehonderd meer meldingen van locomotieproblemen bij vleeskuikens
heeft binnengekregen dan in het eerste kwartaal? Zo ja, hoe beoordeelt u dit?1
Antwoord 1
Ja.
Uit onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) blijkt dat enterococcen en
met name Enterococcus cecorum verantwoordelijk zijn voor de toename van locomotieproblemen
sinds 2007–2008. Deze toename deed zich met name voor in het tweede kwartaal van
zowel 2011 als 2012. Een toename in locomotieproblemen bij vleeskuikens is ook waargenomen
in andere productielanden. Op basis van de gegevens uit voorgaande jaren lijkt een
seizoensinvloed onwaarschijnlijk. De reden van het steeds terugkomen en weer sterk
verminderen van het aantal koppels met deze problemen is een van de zaken die in het
onderzoek worden uitgezocht.
Volgens de GD kan het gebeuren dat een aantal meldingen hetzelfde koppel vleeskuikens
betreft. Overigens, als een dierenarts bij een koppel locomotieproblemen vaststelt
en meldt, betekent dit niet dat alle dieren in de stal kreupel lopen. Het gaat hierbij
meestal om enkele procenten.
Ik vind het een goede zaak dat het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid neemt met
dit onderzoek naar de oorzaak en de bron van deze besmetting op vleeskuikenbedrijven
met als doel deze beter te kunnen bestrijden en daarmee het ongerief terug te dringen.
Vraag 2
Bent u van mening dat er, naast de bacterie Enterococcus cecorum, andere oorzaken
zijn voor de toename van locomotieproblemen, zoals management, manier van huisvesten
en genetische factoren en dat het van belang is ook deze oorzaken aan te pakken? Zo
ja, wat gaat u doen om deze oorzaken aan te pakken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
In het algemeen kunnen locomotieproblemen vele oorzaken hebben, zoals ziekteverwekkers,
genetische factoren, huisvesting en management. Volgens de European Food Safety Authority
(EFSA) lijkt de genetische achtergrond van het kuiken bepalend te zijn voor deze problemen.
Fokbedrijven hebben aandoeningen die kunnen leiden tot locomotieproblemen opgenomen
in hun selectie index en de incidentie daarvan neemt duidelijk af. Zoals aangegeven
in het antwoord op de eerste vraag wijst de GD op de belangrijke rol die de bacterie
Enterococcus cecorum speelt in de toename van de locomotieproblemen die de laatste
jaren wordt waargenomen.
De norm voor voetzoollaesies die van kracht wordt vanaf 1 januari 2013 heeft als doel
het ongerief dat deze aandoening veroorzaakt terug te dringen. In een lopend onderzoek
van Wageningen University and Research (WUR) wordt gekeken naar de locomotie van vleeskuikens
met weinig of juist met ernstige voetzoollaesies. Eerder onderzoek heeft een correlatie
aangetoond tussen de locomotiescore en de incidentie van voetzoollaesies bij traaggroeiende
kuikens (slechtere locomotie leidt tot meer laesies). Verwacht wordt dat het sturen
op voetzoollaesies tot een geringe verbetering van de locomotie zal leiden, omdat
ook andere factoren een rol spelen.
Vraag 3 en 4
Bent u bereid ervoor te zorgen dat in het onderzoek van de GD ook wordt gekeken naar
andere oorzaken van locomotieproblemen in brede zin? Zo ja, gaat u de GD hierin aansturen?
Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven op welke termijn het onderzoek door de GD zal zijn uitgevoerd? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, wanneer zal de Kamer over de uitkomsten worden geïnformeerd?
Antwoord 3 en 4
Er wordt al jaren door verschillende partijen in binnen- en buitenland onderzoek gedaan
naar de oorzaken van locomotieproblemen waaronder het betreffende onderzoek bij de
GD. Dit onderzoek spitst zich nu vooral toe op Enterococcus cecorum omdat hierover
nog weinig bekend is en de problemen (met name ziekte & welzijn en economische schade)
die door deze bacterie worden veroorzaakt het grootst zijn. De GD is voornemens het
onderzoek naar de infectieroute met Enterococcus cecorum en de interventiestrategie
in 2013 voor te zetten. Ik vind het een goede zaak dat het bedrijfsleven zelf het
voortouw neemt voor dit onderzoek. Ik ben bereid de Kamer te zijner tijd te informeren
over de resultaten van het onderzoek.
Vraag 5
Bent u bereid in bredere zin onderzoek te laten uitvoeren naar welzijn gerelateerde
problemen bij vleeskuikens? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De overheid en het pluimveebedrijfsleven hebben samen al veel onderzoek laten doen
naar welzijn gerelateerde problemen bij vleeskuikens. Het WUR-onderzoek betrof de
laatste jaren voornamelijk voetzoollaesies en maatregelen in de bedrijfsvoering waarmee
vleeskuikenhouders deze aandoening zo veel mogelijk kunnen voorkomen. Dit jaar loopt
een aanvullend onderzoek naar de oorzaken van voetzoollaesies. Over eventueel nieuw
onderzoek in 2013 wordt in overleg met de topsector Agro & Food besloten. Verder bevat
het Vleeskuikenbesluit een norm om de uitval te beperken, afhankelijk van de slachtleeftijd
en van de bezettingsdichtheid. Dit jaar wordt onderzocht of en hoe de houders aan
deze norm kunnen voldoen in combinatie met antibioticumvrij/arm produceren.