Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie over nestgedrag van zeugen (ingezonden 22 oktober 2012).
Antwoord van staatssecretaris Verdaas (Economische Zaken) (ontvangen 16 november 2012)
Vraag 1
Bent u bekend met de video «Sterkselse zeug in een winkel vol nestbouwmaterialen»?1
Vraag 2
Deelt u de mening van de filmmakers dat ook gedomesticeerde drachtige zeugen nog de
onweerstaanbare behoefte voelen een nest te bouwen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja, dat blijkt uit het filmpje.
Vraag 3, 5 en 7
Kunt u aangeven op hoeveel procent van de varkensvermeerderingsbedrijven nestmateriaal
aanwezig is, voorafgaand aan de geboorte van biggen? Kunt u daarbij nader toelichten
om wat voor materialen het dan gaat? Zo nee, bent u bereid om hier onderzoek naar
in te stellen, en zo ja, op welke termijn en wijze?
Deelt u de mening dat alle productiedieren in de Nederlandse veehouderij de vrijheid
zouden moeten hebben hun soort specifiek gedrag, zoals het bouwen van een nest, uit
te oefenen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid hiervoor een wettelijk kader
te scheppen en op welke termijn?
Bent u bereid een wettelijke verplichting in te stellen voor het verschaffen van voldoende
nestmateriaal aan fokzeugen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
Antwoord 3, 5 en 7
Voor wat betreft het maken van een nest en het daarvoor beschikbaar stellen van nestmateriaal
bestaat een wettelijk kader. In de varkensrichtlijn 2008/120/EG 2
is vastgelegd dat in de laatste week voor het werpen zeugen en gelten (jonge zeugen
die nog niet geworpen hebben) over voldoende en adequaat nestmateriaal moeten kunnen
beschikken, tenzij zulks met de op het bedrijf gebruikte mengmestmethode technisch
niet uitvoerbaar is. Dit is overgenomen in het Varkensbesluit en de opvolger van dit
besluit onder de Wet Dieren, het Besluit houders van dieren.
In Nederland maakt het overgrote deel van de zeugenhouderijbedrijven gebruik van een
mengmestsysteem. Tot op heden was er geen perspectiefvol alternatief voor het instrooien
van het kraamhok met nestmateriaal zoals stro, hooi of houtkrullen zonder negatief
effect op deze mengmestmethode. Het is om redenen van dierenwelzijn en diergezondheid
echter van belang dat dieren hun soorteigen gedrag kunnen uitvoeren. Om er toch voor
te zorgen dat aan dit oergedrag van de zeug tegemoet wordt gekomen en daarmee het
mengmestsysteem niet meer als beperkende factor geldt, heeft het kabinet de afgelopen
jaren geïnvesteerd in onderzoek naar huisvestingssystemen die meer voldoen aan de
behoeften van dieren ten algemene en naar het nestgedrag van zeugen in het bijzonder.
Via de investeringsregeling wordt grootschalige implementatie gestimuleerd. Dit heeft
onder andere geresulteerd in een inventieve toepassing, te weten Pro Dromi Easy Nesting,
onderdeel van het onderzoek naar het kraamhok nieuwe stijl waar ik in mijn antwoord
op vraag 4 naar verwijs. Een simpel maar revolutionair idee, namelijk het bevestigen
van een jutezak, lijkt meer rust te genereren en minder kans op doodgelegen biggen
en ook toepasbaar te zijn in traditionele kraamhokken. Op dit moment wordt deze toepassing
getest in de praktijk. Als hieruit blijkt dat de resultaten net zo perspectiefvol
zijn als uit dit onderzoek blijkt dan verwacht ik op korte termijn een grootschalige
toepassing hiervan in de praktijk.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het krijgen van jongen op een kale betonnen vloer tussen metalen
stangen inbreuk maakt op de soort specifieke behoeften van landbouwhuisdieren? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, acht u deze inbreuk toelaatbaar en waarom?
Antwoord 4
Het traditionele kraamhok komt aan enkele behoeften tegemoet. Zo beschermt het de
biggen tegen doodliggen, het verstrekt een koele ligplaats voor de zeug en een warme
plek voor de biggen. Het traditionele kraamhok kent echter een aantal beperkingen,
zoals het bouwen van een nest. Ik ondersteun dan ook de innovatie naar een kraamhok
nieuwe stijl waarin nog beter tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van zowel zeug
als big. Meer informatie over dit kraamhok nieuwe stijl kunt u vinden op http://www.prodromi.nl/.
Vraag 6
Acht u het moreel toelaatbaar wanneer landbouwhuisdieren ernstig beperkt worden in
hun soort specifiek gedrag, enkel om economische redenen? Zo ja, waarom? Zo nee, op
welke wijze komt deze ontoelaatbaarheid in uw beleid tot uitdrukking?
Antwoord 6
Hoe dieren gehuisvest en verzorgd worden, hangt van meer factoren af, niet enkel economische.
Immers, geen goede verzorging of in zeer beperkte mate tegemoet komen aan de behoeften
van het dier heeft in zich zelf een negatief effect op productie en dus op de economie.
De mate waarin tegemoet gekomen wordt aan specifiek gedrag kent wel een economische
afweging. Dat is de verantwoordelijkheid van de zeugenhouder en de uitdaging waar
de gehele veehouderijketen voor staat: met een beter welzijn meer verdienen als onderdeel
van een duurzame veehouderij.
X Noot
2 Richtlijn nr. 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen
ter bescherming van varkens (PBEU 2009, 47).