Vraag 1 en 2
Wat is er waar van de berichten over de uitbreiding van mogelijkheden voor justitie
om in de toekomst DNA-materiaal te onderzoeken dat in ziekenhuizen wordt bewaard voor
wetenschappelijk onderzoek?1
Wat is de status van het concept wetsvoorstel en de concept memorie van toelichting
op de website van KRO Reporter?2
Antwoord 1 en 2
Vanaf de zomer van 2011 heeft op ambtelijk niveau een zogeheten «preconsultatie» plaats
gehad over conceptteksten van een eventuele Wet zeggenschap lichaamsmateriaal (WZL)
en bijbehorende memorie van toelichting. Bij de teksten die op de website van Reporter
zijn gepubliceerd gaat het om die conceptteksten. Die teksten betreffen inderdaad
onder meer ook bepalingen waarin de voorwaarden zijn geformuleerd waaronder bijvoorbeeld
DNA-materiaal dat wordt bewaard voor wetenschappelijk onderzoek, in zeer uitzonderlijke
gevallen eveneens zou mogen worden gebruikt voor (justitiële) opsporingsdoeleinden.
Het is heel gebruikelijk om in een vroeg stadium op ambtelijk niveau (koepel)organisaties
van belanghebbenden en deskundigen te vragen naar hun ideeën over dergelijke conceptteksten
zodat de maatschappelijke reacties betrokken kunnen worden bij het opstellen van een
definitief voorstel. De concept-teksten zijn dus nog niet door mij of het kabinet
geaccordeerd.
Vraag 3 en 4
Met wie is er in de voorbereidingen op dit wetsvoorstel gesproken? Welke grondhouding
is door het ministerie aangenomen?
Aan welke partijen is het concept wetsvoorstel ter consultatie toegestuurd? Hoe luidden
de reacties, specifiek op het punt van de uitbreiding van mogelijkheden voor justitie
om DNA-materiaal te onderzoeken voor de opsporing van (ernstige) strafbare feiten?
Antwoord 3 en 4
In het kader van bedoelde preconsultatie zijn de conceptteksten toegezonden aan ruim
twintig maatschappelijke organisaties. Het gaat bij de organisaties om (in alfabetische
volgorde): de Biomoleculair Resources Research Infrastructure (BBMRI), BioMedical
Materials (BMM), de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO), het Center for
Translational Molecular Medicine (CTMM), de Dierenbescherming, Diagned, Europdonor,
de Federatie van medisch-wetenschappelijke verenigingen Federa (Federa), GlaxoSmithKline,
de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Koninklijke Nederlandsche
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), Lifelines, de Nederlandse Federatie
van Universitair Medische Centra (NFU), Nefarma, de Nederlandse Transplantatie Stichting
(NTS), de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
(NVKC), de Nederlandse Vereniging van Medisch-Ethische toetsingscommissies (NVMETC),
het Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (Palga), het Parelsnoer
Instituut (PSI), de Rijksuniversiteit Groningen, de SAN centra voor medische diagnostiek (SAN), Sanquin, TiPharma, de Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties
(VSOP) en VU medisch centrum (VUmc).
Met de genoemde organisaties, uitgezonderd de KNAW en de VSOP, heeft in het kader
van de preconsultatie ook daadwerkelijk een gesprek plaatsgehad. KNAW en VSOP hebben
overigens wel een schriftelijke reactie gezonden, waarbij de VSOP dat deed mede namens
de Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen (CRAZ), de Nederlandse Patiënten Consumenten
Federatie (NPCF) en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). De grondhouding van het ministerie bij de preconsultatiegesprekken
bestond uit het willen verkrijgen van inzicht in het draagvlak bij de maatschappelijke
organisaties voor de uitgangspunten van een WZL als vervat in de conceptteksten en
in de behoefte aan verduidelijking van die teksten.
BBMRI, Federa, KNMG, NFU, NVKC, PSI en VSOP hebben ook specifiek gereageerd ten aanzien
van het punt van mogelijkheden voor justitie om materiaal te onderzoeken voor de opsporing
van (ernstige) strafbare feiten. De reacties op dat punt zijn negatief van aard.
Vraag 5 en 6
Waarom zou DNA-materiaal, verkregen voor medisch-wetenschappelijke doeleinden, onderzocht
mogen worden door justitie? Is dit niet in strijd met het beginsel van doelbinding?
Bent u van mening dat justitie te weinig opsporingsbevoegdheden heeft, nu er gesproken
wordt over deze uitbreiding? Kunt u uw antwoord toelichten?
Wat is uw reactie op de vrees, uitgesproken door medici, dat patiënten niet meer mee
zullen werken aan wetenschappelijke onderzoeken, als dit materiaal voortaan door justitie
kan worden onderzocht?
Antwoord 5 en 6
Bij bepalingen over het eventuele justitiële gebruik van bijvoorbeeld DNA-materiaal
dat is verkregen voor medisch-wetenschappelijke doeleinden, betreft het één van de
maatschappelijke dilemma’s waarover het zojuist aangetreden kabinet zich zal moeten
uitspreken. Ik verwijs u voor meer informatie over deze dilemma’s naar de brief over
de WZL van het vorige kabinet (Kamerstukken II 2011/2012, 33 000 XVI, nr. 178).