Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie en aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over insecten
als eiwitbron voor varkens- en kippenvoer (ingezonden 15 oktober 2012).
Antwoord van staatssecretaris Verdaas (Economische Zaken) (ontvangen 14 november 2012).
Vraag 1
Kent u het bericht «Wageningen: insecten als eiwitbron in varkens- en kippenvoer»?1
Vraag 2
Kunt u aangeven met welk bedrag het onderzoek naar de toepasbaarheid van insecten
in veevoer gesubsidieerd is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het bedrag waarmee dit onderzoek is gesubsidieerd bedraagt € 40 000.
Vraag 3
Kunt u aangeven wat de overwegingen waren om een voedingstoepassing, die wettelijk
verboden is, te subsidiëren vooruitlopend op mogelijke wetgeving die nog volledig
onzeker is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Voorafgaand aan een pleidooi bij de Europese Commissie voor versoepeling van de bestaande
regelgeving om de toepassing van insecteneiwit in diervoeders mogelijk te maken, is
het nodig om te weten of insecteneiwit voldoet aan de eiwitbehoefte van landbouwhuisdieren
en of schaalvergroting van insectenkweek financieel haalbaar is.
Vraag 4
Kunt u aangeven of er een ethisch afwegingskader gevormd is rond het verveelvoudigen
van het aantal dieren dat gedood wordt ten behoeve de intensieve veehouderij? Zo nee,
waarom niet en waarom meende u zonder een dergelijk ethisch afwegingskader dit onderzoek
al te moeten financieren? Zo ja, kunt u dat delen met de Kamer?
Antwoord 4
In de Kamerstukken inzake de Wet dieren2 zijn alle relevante belangen beschreven die bij een ethische afweging moeten worden
betrokken. Het onderzoek strekt er onder meer toe de economische en nutritionele haalbaarheid
in beeld te brengen van het kweken van insecten ten behoeve van de productie van diervoedergrondstof.
Nu de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, en deze dierhouderij voldoende toekomstperspectieven
lijkt te hebben, zullen de vervolgstappen, waaronder het doorlopen van het ethisch
afwegingskader, verder worden bezien.
Vraag 5
Kunt u aangeven of er onderzoek is gedaan naar het maatschappelijk draagvlak voor
het doden van miljarden extra dieren ten behoeve van de veehouderij? Zo nee, waarom
niet en waarom meende u zonder inzicht in het maatschappelijk draagvlak dit onderzoek
al te moeten financieren? Zo ja, kunt u dat delen met de Kamer?
Antwoord 5
Dergelijk onderzoek is niet gedaan. Er bestaat, in het licht van dreigende voedseltekorten
in de toekomst, een algemene maatschappelijke wens en noodzaak te komen tot voldoende
en duurzame voedselproductie. Ook voor dit aspect zullen de vervolgstappen nader worden
bezien.
Vraag 6
Kunt u aangeven hoe de inspanningen om te komen tot nieuwe dierlijke voedselbronnen
zich verhouden tot het voornemen te komen tot een transitie naar een meer plantaardige
productie en consumptie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u exact aangeven hoeveel
subsidie in 2011 en 2012 ten goede is gekomen aan de ontwikkeling van nieuw plantaardig
voedsel en hoeveel aan die van nieuw dierlijk voedsel?
Antwoord 6
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de eerdere antwoorden dit jaar op
uw Kamervragen over de subsidiëring van onderzoek naar het eten van insecten (vergaderjaar
2011–2012, nr. 1713).
Vraag 7
Bent u bereid de wetgeving op het gebied van het gebruik van dierlijke eiwitten in
veevoer aan te passen door bijvoorbeeld de positieflijst zoogdieren uit te breiden
met een positieflijst voor andere diersoorten, zoals insecten? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, op welke termijn en wijze?
Antwoord 7
Nee, ik ben niet voornemens de positieflijst van dieren die gehouden mogen worden
thans uit te breiden. Het is steeds de bedoeling geweest om met de positieflijst voor
zoogdieren ervaring op te doen alvorens de positieflijst uit te breiden met andere
dierklassen, zoals vogels.
Daarmee ontken ik niet de intrinsieke waarde van insecten, noch ontken ik het belang
van een zorgvuldig houderijsysteem en doding die tegemoet komt aan de welzijnsbeleving
van insecten. Het is aannemelijk dat de welzijnseisen van insecten op een lager niveau
ligt dan die van zoogdieren, nog afgezien van het feit dat dit moeilijk meetbaar is.
Vraag 8
Deelt u de mening van de Wageningse onderzoekers dat er in de Wet dieren, die op 1 januari
a.s. in werking zal treden, rekening moet worden gehouden met de kweek van insecten?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid een voorstel tot wijziging van de Wet dieren
in te dienen en op welke termijn?
Antwoord 8
De Wet dieren voorziet – evenals de huidige Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren
(GWWD) – in de mogelijkheid om dieren aan te wijzen die voor productie van die dieren
afkomstige producten mogen worden gehouden. Een aantal insecten staat op dit moment
al op de GWWD-lijst voor het houden van dieren voor productiedoeleinden. Deze lijst
zal onder de Wet dieren worden gecontinueerd. Uitbreiding van de lijst kan aan de
orde zijn indien het doorlopen van het ethisch afwegingskader dit rechtvaardigt. Daarvoor
is geen wetswijziging nodig.