Vraag 2, 3, 4, 5, 6
Is het waar dat Griekenland en Portugal verplicht zijn hun waterbedrijven te privatiseren
als voorwaarde voor financiële steun vanuit de EU? Indien ja, kunt u aangeven vanuit
welke instantie(s) deze voorwaarde naar voren is gebracht en wie verantwoordelijk
is voor het uiteindelijk vaststellen van deze voorwaarde?
Deelt u de mening dat de EU bij het verlenen van financiële steun geen voorwaarden
zou moeten stellen die de beschikbaarheid en kwaliteit van bepaalde publieke voorzieningen,
waaronder die van collectieve watervoorziening, in gevaar kunnen brengen? Indien neen,
waarom niet?
Deelt u de mening dat vanuit de Europese verdragen en geldende Europese wetgeving
de Europese Commissie neutraal hoort te handelen ten aanzien van de mate waarin de
collectieve watervoorziening in deze lidstaten behoort te worden geprivatiseerd?
Indien neen, waarom niet? Indien ja, deelt u de mening dat het standpunt van de Commissie
hier niet mee in overeenstemming is?
Bent u nog steeds tegen volledige privatisering van de drinkwatervoorziening en van
mening dat landen vrij behoren te zijn in het maken van deze beslissing? Zo ja, op
welke wijze heeft u dit standpunt tot uitdrukking laten komen bij de gesprekken over
de voorwaarden die gesteld zijn aan programmalanden als Griekenland en Portugal?
Is het waar dat Griekenland op het punt staat meerderheidsbelangen in verschillende
waterbedrijven te verkopen en Portugal plannen heeft om het publieke waterbedrijf
te privatiseren? Indien ja, kunt u aangeven op welke wijze de Commissie garandeert
en controleert dat de toegang tot de drinkwatervoorziening behouden blijft?
Antwoord 2, 3, 4, 5, 6
De inzet van het kabinet, gesteund door de Tweede Kamer, is dat financiële steun aan
landen in nood gepaard gaat met strikte conditionaliteit die leidt tot economisch
herstel en aanpassing van de onevenwichtigheden. Onderdeel van de conditionaliteit
bij de huidig afgesproken leningenprogramma’s vormen privatiseringen. Privatisering
van overheidsbedrijven draagt bij aan de vermindering van de overheidsschuld, maar
kan ook leiden tot vermindering van subsidies aan staatsbedrijven en daarmee bijdragen
aan het verbeteren van de overheidsfinanciën. Privatiseringen kunnen het potentieel
herbergen om de efficiëntie van bedrijven en in breder perspectief het concurrentievermogen
van de economie als geheel vergroten. Op die manier kunnen de bestaande onevenwichtigheden
worden aangepakt die ook een onderdeel vormen van de oorzaken van de huidige crisis.
De gevraagde privatiseringen kunnen op deze manier bijdragen het concurrentievermogen
en de concurrentiepositie van zowel Portugal als Griekenland versterken.
Bij zowel Portugal als Griekenland maken privatiseringen onderdeel uit van de condities
die gepaard gaan met de financiële steun aan die beide landen krijgen uit het EFSF.
De precieze conditionaliteit die gepaard gaat met financiële steun is vastgelegd in
de Memorandum of Understanding (MoU). De Tweede Kamer is over de inhoud hiervan reeds
geïnformeerd in de Kamerbrief nieuw leningenprogramma Griekenland met kenmerk BFB2012–7398M,
d.d. 20 maart 2012, en voor Portugal in het verslag Eurogroep en Ecofin Raad van 16
en 17 mei 2011 met kenmerk BFB2011–1103M, d.d. 18 mei 2011.
In het geval van Portugal zijn er afspraken in het MoU gemaakt tussen de Trojka (IMF,
Commissie en ECB) en Portugal over de noodzaak van privatiseringen. De keuzes worden
vervolgens op nationaal niveau geïnitieerd en de Trojka houdt nauw toezicht op de
implementatie van de voorwaarden uit het gehele leningenprogramma.
In het geval van Griekenland zijn in het programma zoals overeengekomen in februari,
concretere afspraken gemaakt over de privatiseringen en is er ook een lijst opgesteld
met te privatiseren bedrijven, waaronder waterbedrijven. Deze lijst is te vinden in
de MoU die aan de Tweede Kamer is verstuurd bij de Kamerbrief nieuw leningenprogramma
Griekenland met kenmerk BFB2012–7398M, d.d. 20 maart 2012. De Trojka en de lidstaten
achtten een verdere concretisering en invulling van het Griekse privatiseringenprogramma
noodzakelijk vanwege de gebrekkige implementatie van de voorwaarden uit het oude leningenprogramma.
Samen met de Commissie is het kabinet van mening dat de privatisering van openbare
nutsbedrijven, met inbegrip van bedrijven ten aanzien van de watervoorziening, voordelen
kan opleveren voor de gehele samenleving. De privatisering moet plaatsvinden nadat
een passend regelgevend kader is opgesteld om misbruik door (particuliere) monopolies
te voorkomen. Tegelijkertijd moet toegang tot basisgoederen worden gewaarborgd. Het
is zodoende belangrijk om zowel gelijke en eerlijke toegang tot openbare nutsvoorzieningen
(zoals water, gas, elektriciteit), als een goede kwaliteit van de dienstverlening
en een financieel duurzaam aanbod te waarborgen. Het kabinet heeft vertrouwen dat
de Trojka, met daarin ook de Commissie, erop toeziet dat de privatisering van waterbedrijven
volledige toegang tot water voor alle burgers garandeert.