Vragen van het lid Bisschop (SGP) aan de ministers van Veiligheid en Justitie, van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de TV-serie
Barbie’s baby en het bericht «Holleeder-geknuffel moet stoppen»? (ingezonden 9 oktober
2012).
Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de staatssecretaris
van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(ontvangen 14 november 2012)
Vraag 1
Bent u bekend met de TV-serie Barbie’s baby1 en het bericht «Holleeder-geknuffel moet stoppen»?2
Vraag 2
Wat is uw reactie op de uitspraak van de oud-hoofdinspecteur – betrokken bij de zaak
Heineken – dat het voornemen van de publieke omroep om Holleeder een podium te bieden
kwalijk is en een zekere mate van verheerlijking van criminaliteit in de hand werkt?
Bent u bereid met de omroep in overleg te treden over de mogelijkheid om af te zien
van de uitzending?
Antwoord 2
De verantwoordelijkheid voor een televisie-uitzending ligt bij de omroep. De overheid
heeft geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending
(art. 7 van de Grondwet).Of er sprake is van verheerlijking of juist niet, is uiteindelijk
aan de kijker om te bepalen.
Vraag 3
Vindt u het acceptabel dat baby’s gebruikt worden om de kijkcijfers van commerciële
omroepen op te stuwen? Bent u van mening dat kinderen bescherming verdienen tegen
deze invloeden? Zijn hun belangen adequaat geborgd?
Antwoord 3
Het spreekt voor zich dat kinderen te allen tijde recht hebben op bescherming tegen
zaken die schadelijk kunnen zijn voor hun ontwikkeling.
Er bestaat een verbod op kinderarbeid (artikel 3:2 van de Arbeidstijdenwet). Hieronder
valt onder meer het deelnemen aan uitvoeringen van culturele, wetenschappelijke, opvoedkundige
of artistieke aard, aan modeshows, radio-opnamen, visuele of audiovisuele opnamen.
De Inspectie SZW ziet hierop toe. Er kan een ontheffing onder voorwaarden worden verleend
door de Inspectie SZW. Zie ook het antwoord op vraag 4.
De omroepen zijn zelf verantwoordelijk voor hetgeen zij uitzenden. Zie hiervoor ook
antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Is voorafgaand aan het uitzenden van de serie Barbie’s baby onderzocht of deze handelwijze,
met het oog op de belangen van het kind en gelet op de relevante wettelijke bepalingen
(art. 1:247 BW en 3:2 Arbeidstijdenwet), acceptabel is? Is er contact geweest met
de Raad voor de Kinderbescherming en waarom heeft de Arbeidsinspectie aan de producent
ontheffing verleend?
Antwoord 4
De verantwoordelijkheid om kinderen geen enkel risico te laten lopen wanneer zij een
rol hebben in een programma ligt primair bij de ouders. In eerste instantie zijn ouders
verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. De programmamaker zal moeten
zorgen dat ouders voldoende worden geïnformeerd over het programma en de impact op
het kind en eventuele professionele begeleiding in en na het gehele traject.
Kinderen hebben het recht om bij hun ouders op te groeien, zonder dat hun recht op
een gezonde en evenwichtige ontwikkeling wordt bedreigd. Als er sprake is van signalen
van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van een kind en de benodigde hulp op vrijwillige
basis ontoereikend is, kan Bureau Jeugdzorg de Raad voor de Kinderbescherming om een
onderzoek vragen naar de noodzaak van een maatregel van kinderbescherming. De Raad
heeft geen melding ontvangen omtrent zorgelijke signalen over betreffende baby en/of
over de opvoeding. Het programma als zodanig zal geen onderwerp van onderzoek door
de Raad voor de Kinderbescherming zijn, zolang er geen strijdigheid met de wet (burgerlijk
wetboek 1, personen en familierecht, titel 14) wordt geconstateerd.
De Inspectie SZW heeft de producent geen ontheffing verleend, zoals bedoeld in artikel
3:3 van de Arbeidstijdenwet, omdat deze geen ontheffingsverzoek heeft ingediend. De
producent is van mening dat er geen sprake is van kinderarbeid zoals bedoeld in artikel
3:2 van de Arbeidstijdenwet omdat het programma om de ouders draait en niet om het
kind.
Op basis van de Arbeidstijdenwet is er sprake van kinderarbeid. Er is namelijk ook
sprake van kinderarbeid indien een kind als onderwerp wordt betrokken bij arbeid die
door ouders wordt verricht op basis van een overeenkomst. De Inspectie SZW heeft een
boeterapport opgemaakt.
Vraag 5
Wat is uw reactie op de uitspraak van de moeder dat zij aan de serie, waarin haar
kind geboren is, heeft deelgenomen om een lekkere boterham te verdienen en dat zij
zonder betaling hiertoe niet zou zijn overgegaan?3 In hoeverre is het ouders toegestaan hun baby’s en kinderen te gebruiken voor broodwinning?
Hoe zwaar weegt het feit dat de baby in dit geval de belangrijkste bron van inkomsten
is?
Antwoord 5
Deze uitlatingen en inkomensoverwegingen legitimeren niet op voorhand direct overheidsingrijpen.
Aan ingrijpen vanuit jeugdbeschermingoptiek ligt een weging van een breder samenstel
van factoren ten grondslag. Zie hiervoor ook het antwoord bij vraag 4.
X Noot
2Telegraaf, 4 oktober 2012