Vragen van de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Voordewind (beiden ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de meldlijn zelfdoding (ingezonden 17 augustus 2012).

Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 24 september 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 3502.

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de berichten «Wat wil de NVVE? Steun geven aan wie helpt bij zelfdoding, of actievoeren»1 en «Meldlijn voor hulp bij zelfdoding»?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat vindt u van de geopende meldlijn?

Antwoord 2

Zolang de NVVE niet pretendeert een hulplijn te zijn en zolang zij met de meldlijn binnen de grenzen van de wet opereert, zal ik hierop geen actie ondernemen.

Vraag 3

Hoe verhoudt het publiceren van verhalen van hulp bij zelfdoding zich tot het verbod van artikel 294 Wetboek van Strafrecht op het opzettelijk aanzetten tot of behulpzaam zijn bij zelfdoding?

Antwoord 3

Ik verwijs u in dit verband naar de antwoorden op Kamervragen van u beiden over een handboek met methoden voor hulp bij zelfdoding (Kamerstukken II, 2009–2010 Aanhangsel, nr. 2100) en de uitgebreide uitleg van het wettelijk kader die de toenmalige Staatssecretaris van Justitie, mede namens de Minister en de toenmalige Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft gegeven in antwoord op vragen van het lid Van der Staaij (Kamerstukken II, vergaderjaar 2007 – 2008, Aanhangsel, nr. 2339).

Hierin staat dat bij de vraag of iemand behulpzaam is geweest of middelen heeft verschaft zoals bedoeld in artikel 294, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, het erom gaat of diegene het door zijn handelen voor de ander mogelijk of gemakkelijker heeft gemaakt om zichzelf te doden. In het algemeen gesproken is het geven van informatie, het voeren van gesprekken en het bieden van morele steun niet strafbaar. Evenwel hangt de beantwoording van de vraag of het verzamelen en publiceren van ervaringen, zoals de NVVE thans doet, onder de reikwijdte van artikel 294 Wetboek van Strafrecht valt, af van de omstandigheden van het geval. De weging en waardering daarvan is uiteindelijk aan de rechter voorbehouden.

Vraag 4

Hoe verhoudt de oprichting van de meldlijn voor hulp bij zelfdoding zich tot activiteiten op het gebied van suïcidepreventie (bijvoorbeeld het werk van 113Online)?

Antwoord 4

Anders dan het suïcidepreventiebeleid, wordt de meldlijn voor hulp bij zelfdoding vanuit de NVVE en niet vanuit de rijksoverheid geïnitieerd. Het suïcidepreventiebeleid is erop gericht suïcides en suïcidepogingen zo veel mogelijk te voorkomen. De meldlijn voor hulp bij zelfdoding is geen onderdeel van het suïcidepreventiebeleid van de rijksoverheid.

Vraag 5

Wilt u het publiceren van verhalen van mensen die iemand geholpen hebben bij zelfdoding ontmoedigen?

Antwoord 5

Daar zie ik geen reden toe. Zie hiervoor mijn antwoord op vraag 2.

Vraag 6

Wilt u in gesprek gaan met de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) om te voorkomen dat de NVVE aanzet tot het overtreden van artikel 294 Wetboek van Strafrecht op het opzettelijk aanzetten tot of behulpzaam zijn bij zelfdoding?

Antwoord 6

Daar zie ik geen reden toe. Zie hiervoor mijn antwoord op vraag 3.

Naar boven