Vragen van het lid Karabulut (SP) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over particuliere pensioenproducten en de bijstand (ingezonden 9 oktober 2012).
Antwoord van staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
2 november 2012).
Vraag 1
Acht de regering het wenselijk dat er in Nederland rechtsongelijkheid bestaat doordat
personen die particulier pensioenproducten opbouwen, omdat de werkgever niet voorziet
in een collectieve pensioenregeling (tweede pijler), de opgebouwde pensioenrechten
moeten «opeten» voordat zij aanspraak kunnen maken op een bijstandsuitkering, terwijl
personen die via de werkgever meedoen aan een collectieve pensioenregeling deze pensioenrechten
niet hoeven aan te spreken op het moment dat zij aanspraak moeten maken op een bijstandsuitkering?
Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?1
Antwoord 1
Zoals ook al in de kabinetsreactie op het SER-advies «Zzp’ers in beeld» is aangegeven,
is er geen sprake van rechtsongelijkheid. In de Wet werk en bijstand (WWB) wordt iedereen
gelijk behandeld. De bijstandsregeling is opgezet als uiterste vangnetregeling. Dit
betekent dat men een beroep kan doen op de bijstand wanneer men niet meer over voldoende
eigen middelen beschikt om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan.
Dat houdt in dat men eerst alle middelen waarover men redelijkerwijs kan beschikken
moet aanwenden, alvorens een beroep op bijstand kan worden gedaan.
Bij deze vermogenstoets wordt het vermogen dat in de tweede pijler is gespaard niet
meegenomen, aangezien via de Pensioenwet is geregeld dat dit vermogen pas bij pensionering
beschikbaar komt. In tegenstelling tot pensioen in de tweede pijler bestaan er geen
dwingendrechtelijke verboden om over de derde pijler te beschikken. Dit is de reden
dat de vermogenstoets in de WWB in de praktijk vaak anders uitpakt voor pensioen dat
is opgebouwd in de tweede pijler dan dat in de derde pijler. Overigens biedt de WWB
de gemeenten de ruimte om op grond van het individualiseringsbeginsel te besluiten
de aanwending van het derdepijlerpensioenvermogen af te stemmen op de individuele
omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.
In bovengenoemde kabinetsreactie is aangegeven dat er vooralsnog geen aanleiding is
voor aanpassing van de Bijstandswetgeving. Wel doet het kabinet momenteel onderzoek
naar pensioenopbouw van zelfstandigen. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek
kan worden overwogen om nader te onderzoeken of het wenselijk is, en zo ja, hoe (zoals
via welke wettelijke regeling) en onder welke voorwaarden derdepijlerpensioenvermogen
buiten de vermogenstoets van de bijstand kan blijven. Dit kan ook van betekenis zijn
voor werknemers die alleen particulier pensioen opbouwen.
Vraag 2
Kan de regering weergeven hoeveel mensen geen collectieve pensioenrechten via een
werkgever opbouwen, maar dit zelf regelen via particuliere pensioenproducten, zoals
banksparen, kapitaalverzekeringen, levensverzekeringen, pensioenverzekeringen, lijfrentes,
koopsompolissen, beleggingsspaarplannen etc.? Kunt u dit onderverdelen in personen
in loondienst en zelfstandigen zonder personeel?1
Antwoord 2
Uit het CBS onderzoek «Witte vlek op pensioengebied 2010»2 is gebleken dat in 2010 circa 9% van de werknemers (personen in loondienst) geen
tweedepijlerpensioen opbouwen. Dit komt enerzijds doordat hun werkgever geen pensioenregeling
aanbiedt, anderzijds omdat bepaalde werknemers niet deelnemen aan de door hun werkgever
aangeboden pensioenregeling. Onbekend is hoeveel van hen in de derde pijler sparen
voor een pensioen.
Cijfers over hoeveel zelfstandigen zonder personeel via particuliere pensioenproducten
pensioen opbouwen, volgen uit de resultaten van het onderzoek over pensioenopbouw
van zelfstandigen. Dit onderzoeksrapport wordt binnenkort aan uw Kamer gestuurd.
Vraag 3
Is de regering alsnog – zoals ook de Sociaal Economische Raad (SER) adviseert – bereid
om particuliere pensioenproducten niet aan te merken als vermogen bij de toekenning
van een uitkering op grond van het Besluit Bijstand Zelfstandigen (BBZ), de Wet Werk
en Bijstand (WWB) en de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) en een wetsvoorstel
met deze strekking bij de Kamer in te dienen?3
Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 1. Voor de goede orde vermeld ik nog dat de IOW geen vermogenstoets
kent.
Vraag 4
Kan de regering weergeven wat de financiële consequenties zijn van een aanpassing
van de vermogenstoets in het Besluit Bijstand Zelfstandigen (BBZ), de Wet Werk en
Bijstand (WWB) en de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW)?
Antwoord 4
De regering kan de gevraagde financiële consequenties niet weergeven. Die consequenties
hangen namelijk af van meerdere modaliteiten, die afhankelijk zijn van de gekozen
opzet van de aanpassing.
X Noot
3SER – Zzp’ers in beeld: Een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel – 15 oktober
2010