Vragen van leden Wolbert en Kuiken (beiden PvdA) aan de minister van Infrastructuur
en Milieu over de onveilige situaties als gevolg van de inzet van niet gekwalificeerde
Poolse en Hongaarse chauffeurs bij transport van gevaarlijke stoffen (ingezonden 15 oktober
2012).
Antwoord van minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu)
(ontvangen 25 oktober 2012)
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending van ZEMBLA over het transport van gevaarlijke stoffen
door niet- of onvoldoende gekwalificeerde chauffeurs uit Hongarije en Polen?1 Was u al bekend met dit verschijnsel? Zo ja, welke pogingen hebt u reeds ondernomen
om deze gevaarlijke situatie te stoppen? Zo nee, welke middelen gaat u nu inzetten
tegen deze ontoelaatbare en gevaarlijke ontwikkelingen?
Antwoord 1
Ja. Binnen de EU erkennen landen elkaars certificaten en vertrouwen ze op elkaars
toezicht op de opleidingseisen. Toezicht op eventuele fraude ligt bij het land van
herkomst. In Nederland controleert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op
de aanwezigheid van het ADR-certificaat bij zowel Nederlandse als buitenlandse chauffeurs.
Signalen van fraude met certificaten had de ILT tot nu toe niet. Zodra de ILT dergelijke
signalen ontvangt, zal zij deze direct doorgeven aan het land van herkomst.
Ik ben ook bereid deze kwestie bij de betrokken lidstaten en de Europese Commissie
aan de orde te stellen. Als inderdaad sprake is van grootschalig misbruik van certificaten
in bepaalde landen, is het waarschijnlijk dat meer landen hiermee worden geconfronteerd.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat buitenlandse chauffeurs zogenaamd «gecertificeerd» zijn, terwijl
deze chauffeurs de certificaten voor 70 euro in Polen kopen, zonder dat ze de opleiding
die voor het certificaat nodig is, hebben gevolgd? Hoe gaat u de controle hierop aanscherpen?
Antwoord 2
Ik vind het onaanvaardbaar dat chauffeurs over een certificaat kunnen beschikken bij
het vervoer van gevaarlijke stoffen, zonder daarvoor de juiste opleiding te hebben
gevolgd. Dit is in strijd met Europese regelgeving.
De aanwezigheid van een ADR-certificaat is één van de ongeveer twintig punten die
door de Inspectie Leefomgeving en Transport worden gecontroleerd bij de controles
op het vervoer van gevaarlijke stoffen. In de afgelopen jaren bleek bij 3 000 controles
per jaar slechts incidenteel een chauffeur geen certificaat te hebben.
Zie verder het antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat in Nederland de inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en
Transport (ILT) deze misstanden onderkennen, maar daar niet keihard tegen optreden?
Wat zegt dat volgens u over de effectiviteit van de ILT?
Antwoord 3
De ILT treedt bij het constateren van overtredingen consequent op. Aan ieder type
overtreding is een boetebedrag gekoppeld, dat wordt verhoogd als sprake is van herhaling.
De boetebedragen variëren van enkele honderden euro’s tot meerdere duizenden euro’s
per overtreding. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 ligt het toezicht op
de opleiding van chauffeurs in land van herkomst en ben ik bereid dit punt onder Europese
aandacht te brengen. Het beeld dat door inspecteurs van de ILT niet wordt opgetreden
tegen geconstateerde overtredingen, herken ik evenwel niet.
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat ILT inspecteurs slechts 1% van alle transporten kunnen controleren?
Antwoord 4
De ILT doet jaarlijks 16 000 weginspecties, waarvan 3 000 specifiek gericht op gevaarlijke
stoffen. Het toezicht van de ILT is selectief en gebaseerd op risicoanalyses, waardoor
de pakkans van overtreders wordt vergroot.
Het controleren van transporten op de weg is één van de onderdelen van het toezicht
van de ILT. De inspectie handhaaft de naleving van wet- en regelgeving daarnaast door
middel van ruim 300 bedrijfsinspecties en het geven van voorlichting over wettelijke
eisen. Ik ben van mening dat de ILT haar toezicht op deze wijze goed uitvoert.
Vraag 5
Wat vindt u ervan,dat de ILT hoopt dat er een ramp met een LPG wagen ontstaat, zodat
er eindelijk prioriteit kan worden gegeven aan de risico's bij transport van gevaarlijke
stoffen?
Antwoord 5
Elke inspecteur met hart voor zijn werk heeft wel eens het gevoel dat zijn armen te
kort zijn. De ILT laat haar aanpak echter niet door incidenten sturen maar baseert
haar toezicht op risicoanalyses. De signalen uit de uitzending worden nader bezien
op consequenties en waar mogelijk betrokken bij verdere controles. In algemene zin
is er op dit moment geen aanleiding om de werkwijze van de inspectie te wijzigen.
Vraag 6
Welke acties hebt u ondernomen na de ZEMBLA uitzending?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Zijn de genoemde bedrijven in de ZEMBLA uitzending uitzonderingen in de manier waarop
ze met de regels en voorschriften omgaan? Hoe weet u dat zeker?
Antwoord 7
De Inspectie SZW en de ILT onderzoeken dit jaar bij 20 transportbedrijven of sprake
is van overtredingen als onderbetaling, illegale tewerkstelling via constructies,
misbruik van de cabotageregeling en het voeren van dubbele administraties. Het onderzoek
loopt tot eind dit jaar. Ik zal met mijn collega van SZW overleggen op welke wijze
de Tweede Kamer zal worden geïnformeerd.
X Noot
1Uitzending ZEMBLA «Explosief Transport» op 12 oktober 2012, van 21.20 uur – 22.00
uur, Nederland 2