Vragen van het lid Mohandis (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over gebruik van een schoollokaal als werkplek voor flexwerkers (ingezonden 4 oktober 2012).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 oktober 2012).

Vraag 1

Deelt u de mening dat de «simpele maar o zo doeltreffende oplossing» die ouders van de Openbare Jenaplan basisschool in Arnhem hebben bedacht, waarbij ouders gebruik maken van een lokaal dat tegen een beperkte betaling in gebruik is als werkplek voor flexwerkers, een win-winsituatie is voor school en ouders?1

Antwoord

Er zijn scholen die te maken hebben met leegstaande lokalen. In die gevallen is het mogelijk om (in overleg met de gemeente) die ruimten in gebruik te geven aan bijvoorbeeld maatschappelijke en culturele organisaties. Ook is verhuur aan bijvoorbeeld een kinderopvangorganisatie mogelijk.

In dit geval is de school een experiment gestart om het leegstaande lokaal in gebruik te geven van (flexwerkende) ouders. Op het eerste gezicht lijkt dit een creatieve en praktische oplossing. Over een half jaar vindt er een evaluatie plaats. Ik ben benieuwd naar de uitkomsten daarvan.

Vraag 2

Ziet u deze oplossing tevens als een goede manier om in te spelen op leslokalen die vrij komen te staan bij scholen in krimpgebieden?

Antwoord

Het is voor een schoolbestuur altijd zinvol en nuttig om op zoek te gaan naar een goede bestemming voor de leegstaande ruimten binnen de school.

Vraag 3

Deelt u de mening dat niet alleen Jenaplanscholen midden in de maatschappij moeten staan, maar dat het onderwijs op alle scholen daarbij gebaat is, zodat zo’n flexwerkerslokaal ook elders een goed idee is?

Antwoord

Scholen maken onderdeel uit van de maatschappij. Hoe de verbinding tussen de maatschappij en de school wordt gelegd en vorm gegeven, bijvoorbeeld op basis van filosofie, levensbeschouwing of onderwijskundige visie als uitgangspunt, is een bevoegdheid en een taak van het schoolbestuur.

Vraag 4

Bestaan er formele belemmeringen waardoor niet alle scholen met een dergelijke oplossing aan de slag kunnen? Zo ja, wilt u deze belemmering dan wegnemen?

Antwoord

Het in gebruik geven van lokalen wordt geregeld in artikel 108 WPO. De wet maakt onderscheid tussen verhuur en medegebruik. Van medegebruik is sprake als een andere school of een culturele of maatschappelijke organisatie gebruik maakt van het lokaal. Het gebruik gebeurt meestal tegen een kostendekkend tarief. Hiervoor moet de gemeente toestemming geven. Die toestemming kan worden geweigerd als:

  • Het lokaal nodig is voor een andere school en de gemeente het daarvoor wil vorderen;

  • de ruimte gebruikt gaat worden als woon- of bedrijfsruimte;

  • het gebruik van de ruimte zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school.

Het schoolbestuur moet er dus rekening mee houden dat het gebruik kan eindigen als de gemeente gebruik maakt van het vorderingsrecht of als het lokaal weer nodig is voor het gebruik van de eigen school.

Tot slot is het raadzaam om voor het gebruik van de ruimten een overeenkomst af te sluiten. Hierin worden zaken geregeld die het schoolbestuur met de gebruikers afspreken over de medewerking van de gemeente aan de verhuur, de hoogte en de betaling van de huursom, de periode waarvoor de huur mag worden aangegaan, de bestemming van het gehuurde gebouwdeel, de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en de aansprakelijkheid bij schade.

Het mag helder zijn dat het gebruik van de ruimte voor eigen risico is en dat de school iedere vorm van aansprakelijkheid uitsluit.


X Noot
1

«Afgelopen met racen tussen huis, werk en school. Pa en ma krijgen eigen lokaal in basisschool» in het Algemeen Dagblad van 3 oktober 2012

Naar boven