Vragen van het lid Krol (50PLUS) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het artikel «Zorgverzekeraar kan verplichte mantelzorg contracteren» (ingezonden 21 augustus 2013).

Antwoord van staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 16 september 2013).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Zorgverzekeraar kan verplichte mantelzorg contracteren»?1

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Is het waar dat zorgverzekeraars in hun overeenkomst met zorginstellingen de eis kunnen opnemen dat de instelling van familie vraagt mantelzorg te gaan verrichten? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 2

Ik wil nogmaals benadrukken dat er geen sprake is en kan zijn van verplichte mantelzorg. Volledigheidshalve verwijs ik naar de antwoorden op de Kamervragen van mevrouw Leijten van 20 augustus 2013. Verplichten van netwerkparticipatie door zorgkantoren kan niet, stimuleren van netwerkparticipatie wel.

Zorgkantoren stimuleren aanbieders nu al in de zorginkoop als er sprake is van het creëren van netwerken rondom cliënten in de intramurale setting. Dit kan bijvoorbeeld door beloning met een prijsopslag op tarieven. Doel van dergelijke prijsopslagen is zorgaanbieders te stimuleren om te realiseren dat het maatschappelijk speelveld (bijv. verenigingsleven, bijeenkomsten) ook in de instelling plaatsvindt. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door verbindingen te leggen met de wijk, door inbreng van welzijnsorganisaties of door netwerkparticipatie.

Vraag 3

Is het waar dat het in dat geval mogelijk is voor zorginstellingen om de betreffende cliënt te weigeren, indien er om een enkele reden geen mantelzorg verleend wordt? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 3

Nee, het is niet mogelijk om cliënten dan te weigeren.

Vraag 4

Wat valt er te doen als ouderen geen mantelzorgers om zich heen hebben, bijvoorbeeld omdat hun kinderen te ver weg wonen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 4

Vierstroom heeft voor deze situaties een buddysysteem ontwikkeld in samenwerking met vrijwilligers. In de praktijk van het experiment bleek het echter niet nodig het buddysysteem in te schakelen, omdat in alle situaties een netwerk rondom de cliënt aanwezig was.

Vraag 5

Wat gaat u doen om bovenstaande ontwikkeling te voorkomen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 5

Ik ga geen maatregelen treffen. Ik ben zelf op bezoek geweest bij Vierstroom en ik vind de resultaten van het experiment bemoedigend. Familie, cliënten en medewerkers zijn enthousiast. Met gemiddeld meer dan 12 uur per maand netwerkparticipatie leverden de mantelzorgers in het experiment veel meer zorg dan 4 uur per maand. Het welbevinden van bewoners lijkt tijdens het experiment gestegen. Dat is de winst van dit experiment. Ik merk tijdens werkbezoeken hoe groot de rol is die mantelzorgers spelen in het welbevinden van hun naasten. En dat geldt in een instelling echt niet minder dan thuis. Ik vind het goed als zorgkantoren netwerkparticipatie stimuleren door dit mee te wegen in het zorginkoopproces, een en ander nadrukkelijk binnen de kaders van de wet- en regelgeving.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Leijten (SP), ingezonden 20 augustus 2013 (vraagnummer 2013Z15958)

Naar boven