Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20133135

Vragen van lid Leijten (SP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het hoofdbehandelaarschap van orthopedagoog-generalisten en kinder- en jeugdpsychologen (ingezonden 16 juli 2013).

Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 3 september 2013)

Vraag 1

Welke (zorg inhoudelijke) afwegingen heeft u gemaakt om orthopedagoog-generalisten en kinder- en jeugdpsychologen geen hoofdbehandelaar te laten zijn vanaf 2014 (dyslexiezorg uitgezonderd) voor het zorgdomein kinderen en jongeren?

Antwoord 1

In mijn brief van 2 juli over het hoofdbehandelaarschap1 heb ik aangegeven dat alleen BIG-geregistreerden hoofdbehandelaar kunnen zijn, zowel in de generalistische basis GGZ als in de gespecialiseerde GGZ. Ik heb hiervoor gekozen omdat voor in de Wet BIG geregelde beroepen geldt dat het deskundigheidsgebied en de opleidingsvereisten wettelijk geborgd zijn. Daarnaast is voor patiënten controleerbaar of een zorgverlener rechtmatig zijn titel gebruikt en zijn deze zorgverleners tuchtrechtelijk aanspreekbaar op hun handelen.

Voor dyslexiezorg heb ik in mijn brief een uitzondering gemaakt. Dyslexiezorg wordt op dit moment bekostigd volgens de systematiek van de tweedelijns GGZ en is verzekerde zorg op grond van de Zorgverzekeringswet, maar het is geen GGZ. Voor het laatste jaar voordat de dyslexiezorg wordt overgeheveld naar gemeenten (2014) heb ik voor de dyslexiezorg geen veranderingen willen aanbrengen. Daarom kunnen volgens mijn brief orthopedagogen-generalist (geregistreerd bij de de Nederlandse Vereniging van pedagogen en onderwijskundigen, NVO) en kinder- en jeugdpsychologen (geregistreerd bij het Nederlands Instituut van Psychologen, NIP) hoofdbehandelaar zijn voor dyslexiezorg, ook al zijn deze beroepen niet in de Wet BIG geregeld.

Vraag 2

Kunt u aangeven welke adviezen u betrokken heeft bij het formuleren van uw visie op het hoofdbehandelaarschap?

Antwoord 2

Bij mijn brief van 2 juli 2013 over het hoofdbehandelaarschap heb ik als bijlage de brief gevoegd die ik op 28 juni heb ontvangen van de partijen die deelnemen aan het bestuurlijk akkoord Toekomst GGZ 2013–2014. Dit zijn het Landelijk Platform GGz, GGZ-Nederland, Meer GGZ, Zorgverzekeraars Nederland, de Nederlands Vereniging voor Psychiatrie, de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten, het Nederlands Instituut van Psychologen, de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen en de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn. Deze brief is belangrijk geweest voor mijn besluit.

Daarnaast hebben de Inspectie voor de Gezondheidszorg en ik in de eerste helft van 2013 vele brieven gehad over het hoofdbehandelaarschap. Hieronder onder andere brieven van de NVO van 4 januari 2013 en 18 april 2013. Ook deze brieven zijn meegewogen in de besluitvorming.

Naar aanleiding van mijn brief van 2 juli heeft de NVO mij op 14 augustus 2013 wederom een brief gestuurd. Op 27 augustus 2013 hebben mijn medewerkers een gesprek gehad met de NVO. Het NIP heeft mij op 22 augustus 2013 een afschrift van een brief aan de NZa gestuurd over de positie van kinder- en jeugdpsychologen.

Deze laatste brieven en de terugkoppeling die ik van het gesprek met de NVO heb gehad, hebben mij doen besluiten tevens de orthopedagogen-generalist en de kinder- en jeugdpsychologen totdat overheveling van de jeugd-GGZ naar de gemeenten hoofdbehandelaar te laten zijn in de generalistische basis GGZ. Orthopedagogen-generalist en kinder- en jeugdpsychologen zijn met name werkzaam in de jeugd-GGZ, op dat gebied hebben zij ook specifieke expertise, die BIG-geregistreerde hoofdbehandelaren niet hebben.

Naast het vorenstaande speelt dat beide beroepen in de eerstelijns GGZ momenteel vijf zittingen mogen declareren. Als zij voorafgaand aan de overheveling van de jeugd-GGZ naar gemeenten geen hoofdbehandelaar mogen zijn, gaat expertise verloren, met alle nadelige gevolgen van dien voor kinderen en hun ouders (kwaliteit en continuïteit van de zorg en wachttijden) en voor de professionals die het betreft. Deze beroepsgroepen gaan dan bovendien met een achterstand de overheveling van de jeugd-GGZ naar de gemeenten in. Vanwege een soepele overgang van de jeugd-GGZ naar gemeenten wil ik voor de orthopedagogen-generalist en de kinder- en jeugdpsychologen dan ook een tijdelijke uitzondering maken. Daarbij vind ik het van groot belang dat de orthopedagogen-generalist geregistreerd zijn bij de NVO en de kinder- en jeugdpsychologen bij het NIP en voor verzekeraars en cliënten als zodanig terug te vinden zijn. Tevens moeten zij voldoen aan opleidings- en herregistratie eisen en vallen zij onder privaatrechtelijk tuchtrecht.

Ik zal de NZa op de kortst mogelijke termijn vragen de orthopedagogen-generalist als geregistreerd bij de NVO en de kinder- en jeugdpsychologen als geregistreerd bij het NIP op te nemen in de limitatieve lijst van hoofdbehandelaars voor de generalistische basis GGZ tot aan de overheveling van de jeugd-GGZ naar de gemeenten.

Vraag 3

Hoe verhoudt uw keuze zicht tot de wens van uw staatssecretaris om de Jeugdzorg te professionaliseren? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 3

De aanvulling op het beleid uit mijn brief van 2 juli past bij het door de staatssecretaris voorziene professionaliseringsbeleid binnen de jeugdzorg, waarin een prominente rol wordt gezien voor kinder-en jeugdpsychologen en orthopedagogen. Door deze beroepsgroepen tot aan de decentralisatie voor het hoofdbehandelaarschap aan te wijzen, wordt een soepele overgang naar het nieuwe jeugdstelsel mogelijk met de daarin beoogde professionalisering.

De eisen die ik stel aan het hoofdbehandelaarschap hebben betrekking op GGZ die wordt omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet. In 2014 behoort de jeugd-GGZ daar nog toe, als het voorstel voor de Jeugdwet wordt aanvaard (inwerkingtreding voorzien per 1 januari 2015) is dat niet langer het geval. De jeugd-ggz maakt dan deel uit van jeugdhulp conform de Jeugdwet. De eisen aan het hoofdbehandelaarschap zoals die voor 2014 en 2015 worden neergelegd in de beleidsregels van de NZa voor de bekostiging van de GGZ, gelden op dat moment niet meer voor de jeugd-GGZ. Het doel is om met ingang van 2016 een veldnorm te hebben voor het hoofdbehandelaarschap in de GGZ.

De professionalisering van de jeugdzorg wordt vormgegeven door de norm van de verantwoorde werktoedeling die inhoudt dat jeugdzorginstellingen worden verplicht te werken met een in het kwaliteitsregister jeugd geregistreerde professional (onder anderen orthopedagogen en psychologen), tenzij zij aannemelijk kunnen maken dat werktoedeling aan anderen niet leidt tot kwaliteitsverlies dan wel dat het noodzakelijk is anderen dat werk toe te delen. Het betreft een privaatrechtelijk, door de ministers van VWS en VenJ erkend register. Het hiertoe strekkende wetsvoorstel2 is in april 2013 aangeboden aan de Tweede Kamer, de ontwerpamvb met nadere concretisering van dit wetsvoorstel volgt binnenkort. Op dit moment wordt tevens onderzocht hoe in de Jeugdwet met deze norm van werktoedeling kan worden omgegaan.

Vraag 4

Heeft u tijdens uw besluitvorming overlegd met de staatssecretaris in het kader van de nieuwe Jeugdwet, die tot doel heeft meer ambulante (jeugd)zorg te verlenen? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 4

De geestelijke gezondheidszorg behoort tot mijn portefeuille. Indien er raakpunten met de portefeuille van de staatssecretaris zijn, bespreek ik deze met hem.

Vraag 5

Waar komt het onderscheid tussen beroepsgroepen met een vergelijkbaar niveau vandaan? Ziet u ook dat er mogelijk gevolgen zullen zijn voor het gelijkwaardig kunnen werken op de werkvloer?

Antwoord 5

Wat mij betreft zijn alle zorgverleners gelijkwaardig, dat wil echter niets zeggen over de inhoud van het werk dat zij doen.

Vraag 6

Denkt u dat, als deze beroepsgroepen eerder hun zorgen om hun hoofdbehandelaarschap hadden geuit, zij dan wel het hoofdbehandelaarschap tot 2016 gegund hadden gekregen?

Antwoord 6

De orthopedagogen hebben zich laten horen en ik heb hen gehoord, zie verder het antwoord op vraag 2.

Vraag 7

Kunt u ingaan op de argumenten genoemd in het bijgevoegde persberichten van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP)?3 4

Antwoord 7

De NVO stelt in haar persbericht dat ik het advies van de partijen van het bestuurlijk akkoord naast mij neerleg. De veldpartijen noemen inderdaad de orthopedagogen-generalist en de kinder- en jeugdpsycholoog als hoofdbehandelaar voor de generalistische basis GGZ. Zij stellen er echter ook boven het lijstje van beroepen dat het gaat om BIG-geregistreerden. Het advies van partijen is daarmee niet eenduidig.

De NVO wijst verder op risico’s in de kwaliteit en de continuïteit van zorg voor kinderen en jongeren. Deze mogelijke risico’s acht ik ondervangen door ook de orthopedagoog-generalist en de kinder- en jeugdpsycholoog als hoofdbehandelaar in de generalistische basis GGZ aan te wijzen tot aan de overheveling van de jeugd-GGZ naar gemeenten.

Het gezamenlijke persbericht van de NVO en het NIP gaat over dyslexiezorg. Er staat dat het positief is dat ik voor 2014 geen wijzigingen aanbreng in (het hoofdbehandelaarschap voor) de bestaande dyslexiezorg. Voor 2015 zou ik uitspraken doen die vooruitlopen op een samenhangend stelsel van jeugdhulp (dat met ingang van 2015 wordt ingevoerd). Dat is niet het geval. Wat in mijn brief van 2 juli staat over dyslexiezorg, heeft uitsluitend betrekking op 2014. Dat geldt ook voor de zin op p. 6 van mijn brief waarin staat dat voor dyslexiezorg dezelfde negen groepen beroepsbeoefenaren als in de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ hoofdbehandelaar kunnen zijn (naast de orthopedagogen generalist en de kinder- en jeugdpsychologen).