Vragen van het lid PaulusJansen (SP) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister
voor Wonen en Rijksdienst over de heffing van vennootschapsbelasting bij waarborgfondsen
(ingezonden 22 juli 2013).
Antwoord van staatssecretaris Weekers (Financiën), mede namens de minister voor Wonen
en Rijksdienst (ontvangen 2 september 2013)
Vraag 1, 2, 3 en 4
Kunt u een overzicht geven van de waarborgfondsen die in het verleden vrijgesteld
waren van vennootschapsbelasting (Vpb), waarvoor de inspecteur der belastingen nu
het standpunt inneemt dat zij belastingplichtig zijn?1 En met ingang van welke data?
Heeft er over de onder (1) genoemde gewijzigde opstelling van de inspecteur der belastingen
vooraf overleg plaatsgevonden met enige bewindspersoon? Welke? Zo nee, is enige bewindspersoon
vooraf over de gewijzigde opstelling geïnformeerd?
Hoe is de financiële achtervang positie van het Rijk jegens de waarborgfondsen die
een aanslag Vpb is opgelegd? Is onderzocht wat de effecten van een Vpb-plicht zouden
zijn op de financiële risico's voortvloeiend uit de vangnetfunctie van het Rijk?
Zijn er waarborgfondsen die nog steeds vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting?
Zo ja, welke en op grond van welke argumentatie?
Antwoorden 1, 2, 3 en 4
Artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) staat mij niet toe informatie
te verstrekken over de belastingposities van individuele waarborgfondsen. Wel kan
ik in zijn algemeenheid over de belastingplicht van waarborgfondsen het volgende opmerken.
Waarborgfondsen hebben veelal de rechtsvorm van een stichting. Volgens de Wet op de
vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB 1969) is een stichting belastingplichtig indien
en voor zover zij een onderneming drijft. Daarvan is sprake bij een duurzame organisatie
van kapitaal en arbeid waarbij door deelname aan het economische verkeer voordeel
wordt behaald dan wel redelijkerwijs een voordeel te verwachten is. Een winststreven
wordt ook verondersteld aanwezig te zijn als er doorlopend overschotten worden behaald.
Dat wordt beoordeeld door de inspecteur aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden.
Deze beoordeling heeft plaatsgevonden voor de bij de Belastingdienst bekende waarborgfondsen.
Dergelijke beoordelingen vinden initieel en periodiek plaats. Dit kan ertoe leiden
dat de datum van aanvang van de belastingplicht – mede op grond van het vertrouwensbeginsel
– voor het ene waarborgfonds anders kan luiden dan voor het andere fonds. Omdat bij
de beoordeling van de belastingplicht de eventuele financiële risico's voortvloeiend
uit de vangnetfunctie van het Rijk niet relevant zijn, zijn de effecten daarvan niet
onderzocht. In de Wet VPB 1969 is evenmin een specifieke vrijstelling voor waarborgfondsen
opgenomen.
Van een gewijzigde opstelling van de Belastingdienst is geen sprake. Wel is er de
afgelopen periode meer aandacht voor de belastingplicht van verenigingen en stichtingen
in zijn algemeenheid en daarmee ook voor waarborgfondsen.
Vraag 5 en 6
Zijn er al definitieve aanslagen opgelegd of zijn aanslagen nog onder de rechter?
Hoeveel is de totale geclaimde opbrengst voor de fiscus?
Antwoord 5 en 6
Er zijn aanslagen vennootschapsbelasting vastgesteld. Als belastingplichtige het daar
niet mee eens is, staat de weg van bezwaar en beroep open. Artikel 67 van de AWR staat
mij niet toe informatie te verstrekken over de belastingposities van individuele waarborgfondsen.
Vraag 7, 8 en 9
Wat betekent de heffing van Vpb bij de waarborgfondsen voor de belastingopbrengst
over het resultaat van de betrokken semi-publieke instellingen? Is er sprake van communicerende
vaten, waarbij het enige voordeel voor de fiscus is dat opbrengst naar voren wordt
gehaald?
Heeft u onderzocht wat het effect van Vpb-heffing bij de waarborgfondsen is op de
investeringsruimte voor de betrokken semi-publieke instellingen, zoals woningcorporaties?
Hoeveel bedraagt de geschatte btw-derving door het nog verder terugvallen van investeringen
door de betrokken instellingen?
Antwoord 7, 8 en 9
Als een waarborgfonds belastingplichtig is, is over de winst vennootschapsbelasting
verschuldigd. Dit betekent dat de aan de algemene reserve toe te voegen winst (na
VPB) lager zal zijn. Waarborgfondsen staan borg voor leningen die door financiële
instellingen worden verstrekt aan de aangesloten deelnemers. Daardoor kunnen de deelnemers
een lagere rente bedingen. De deelnemers betalen daarvoor een vergoeding aan het waarborgfonds
dan wel houden op hun balans een obligopost (passiefpost) aan voor een eventuele aanspraak
door het fonds. Gelet op de «vangnetfunctie» die het Rijk (veelal) heeft, zal de heffing
van vennootschapsbelasting bij het waarborgfonds naar aangenomen mag worden geen dan
wel een zeer marginale invloed hebben op het rentepercentage dat de financiële instelling
in rekening brengt. De investeringsruimte van de deelnemers wordt derhalve door de
heffing van vennootschapsbelasting bij het waarborgfonds niet noemenswaardig aangetast.
Van een btw-derving zal derhalve geen sprake zijn. Bedoeld onderzoek is niet verricht.
Omdat als gevolg van de heffing van vennootschapsbelasting over de winst het vermogen
van het waarborgfonds minder toeneemt, zal in theorie eerder een beroep kunnen worden
gedaan op de vangnetfunctie van het Rijk.
Vraag 10
Indien de onder vraag 3 en 9 bedoelde gegevens niet beschikbaar zijn, bent u bereid
om dat alsnog te onderzoeken en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren?
Antwoord 10
Zoals hiervoor is aangegeven, zullen dergelijke onderzoeken niets toevoegen. Daarom
ligt het niet voor de hand om zulke onderzoeken – die de nodige menskracht vergen
en kosten met zich brengen – te laten uitvoeren.
X Noot
1Financieele Dagblad, 18 juli 2013, «Fiscus doet greep in spaarpot waarborgfondsen».