Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over
het uitzetten van edelherten in klein omhekt gebied (ingezonden 3 juli 2013).
Antwoord van staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 28 augustus 2013)
Vraag 1
Kent u het bericht «Edelhert terug in Brabant»?1
Vraag 2
Is het waar dat het edelhert bij realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
en uitvoering van het ontsnipperingsbeleid naar alle waarschijnlijkheid zelf naar
de provincie Noord-Brabant zal komen? Zo nee, waar baseert u dat op? Zo ja, zou het
geld niet beter daaraan besteed kunnen worden?
Antwoord 2
De verspreiding van diersoorten als het edelhert is van vele factoren afhankelijk.
Het is daarom niet met zekerheid te zeggen dat het edelhert zich naar de provincie
Noord-Brabant zal verspreiden indien de Ecologische Hoofdstructuur en het ontsnipperingsbeleid
volledig gerealiseerd zijn.
Vraag 3
Bent u van mening dat 300 hectare te weinig is voor een levensvatbare populatie edelherten?
Zo nee, wat is volgens u de maximale draagkracht van het gebied? Zo ja, moeten de
dieren als gehouden dieren worden gezien?
Antwoord 3
Of 300 hectare van voldoende omvang is voor een levensvatbare populatie edelherten,
hangt af van verschillende factoren zoals voedselbeschikbaarheid, bodemtype, begroeiing
en dergelijke. Het is aan de beheerder van het betreffende terrein om te zorgen dat
de populatie niet groter wordt dan de draagkracht. Zie verder mijn antwoord op vraag
4.
Vraag 4
Is er sprake van uitzetten van dieren in de zin van artikel 14 flora- en faunawet?
Zo ja, bent u bereid de initiatiefnemers te laten weten dat u niet bereid bent een
ontheffing te verlenen onder meer vanwege de beleidslijn herintroducties?2
Antwoord 4
Er is hier geen sprake van uitzetten maar van het houden van edelherten. Zolang de
initiatiefnemers kunnen aantonen dat het om in gevangenschap gefokte edelherten gaat,
geldt op basis van het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten een vrijstelling
van de verboden van de Flora- en faunawet.
Vraag 5
Is het waar dat de provincie Noord-Brabant zowel moet handhaven dat er geen dieren
worden uitgezet als financier is van dit project? Zo ja, wat vindt u van deze rollenverstrengeling?
Antwoord 5
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Vindt u het een verstandige besteding van middelen voor natuur om hekwerken en herten
aan te schaffen om een hertenkamp te bouwen?
Antwoord 6
Het gaat hier om een autonoom beleid van de provincie. Hierover vindt verantwoording
plaats door Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten.
Vraag 7
Hoe verhoudt zich de intentie van het project om de populatie te beperken tot «maximaal
20 tot 25 dieren» in een gerasterd terrein middels afschot door hobbyjagers met artikel
8 Besluit beheer en schadebestrijding dieren?3
Antwoord 7
Het bedoelde artikel 8 is in dit geval niet aan de orde, omdat de initiatiefnemers
geen ontheffing nodig hebben van artikel 9 van de Flora- en faunawet. Zoals in het
antwoord op vraag 4 aangegeven, kunnen de initiatiefnemers gebruik maken van de vrijstelling,
bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten.
Vraag 8
Heeft het houden van een onnatuurlijk klein aantal edelherten de positieve effecten
op de biodiversiteit die de initiatiefnemers claimen? Zo ja, is dat wetenschappelijk
aangetoond?
Antwoord 8
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de effecten van edelherten (en andere
grote grazers) op hun omgeving (vegetatie en daarmee ook op de fauna) zeer samenhangen
met hun dichtheid. Bij een lage dichtheid mag een positief effect op de biodiversiteit
worden verwacht in termen van soortenrijkdom. Bij een hoge dichtheid slaat dit om,
omdat slechts soorten overleven die goed bestand zijn tegen intensieve begrazing zoals
grassen. Waar het kantelpunt ligt is sterk afhankelijk van de omgeving (vegetatie,
andere grazers).
Vraag 9
Is het waar dat de uitvoering van dit project het ecoduct over de A2 aan weerszijden
afsluit?
Antwoord 9
Navraag bij de provincie leert dat het betreffende gebied zich zowel ten oosten als
ten westen van de A2 bevindt. De verbinding over deze weg wordt gevormd door het ecoduct
dat voor uitwisseling van alle betrokken diersoorten kan zorgen (en bedoeld is). Er
staat geen hekwerk op het ecoduct om bepaalde diersoorten te weren.
X Noot
2«Herintroductie komt als maatregel pas in beeld als zelfstandige terugkeer van een
soort onwaarschijnlijk is.» (DN. 2008/640)
X Noot
3Geen ontheffing wordt verleend van het verbod van artikel 9 van de wet op grond van
de belangen als bedoeld in artikel 68, eerste lid, onderdeel c en d, van de wet voor
edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen die leven op ingerasterde terreinen
met een oppervlakte kleiner dan 5.000 hectare.