Vragen van het lid Bashir (SP) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
over uitspraken van econoom Philippe Boucher over de levensvatbaarheid van regionale
luchthavens (ingezonden 27 juni 2013).
Antwoord van staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 14 augustus
2013).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de uitspraken van econoom Philippe Boucher over dat veel regionale
luchthavens niet levensvatbaar zijn?1
Antwoord 1
In de Luchtvaartnota is de marktgerichte benadering uiteengezet die het rijk voor
de luchtvaart, en voor de luchthavens in het bijzonder, volgt. Deze benadering gaat
uit van een interesse van marktpartijen voor de exploitatie van luchthavens en betrokkenheid
van de regio in verband met de betekenis van de luchthavens voor de regionale en ruimtelijk-economische
ontwikkeling.
Reeds in de nota Regionale luchthavenstrategie is de positie van regionale luchthavens
uiteengezet: «Naar juridische maatstaven zijn de regionale luchthavens ondernemingen.»
(Tweede Kamer, 1996–1997, 25 230, nr. 2, p. 74). Dit betekent dat elke luchthaven marktconform moet handelen en zelf verantwoordelijk
is voor zijn continuïteit.
Een marktgerichte benadering betekent dat de vraag of een luchthaven levensvatbaar
is, wordt overgelaten aan de betreffende marktpartijen. Zij zijn hiervoor verantwoordelijk
en dragen ook het risico. Indien marktpartijen voldoende vertrouwen hebben in de business
case om de luchthaven te exploiteren, dan is er voor een overheid geen aanleiding
om daar anders tegen aan te kijken.
Uiteraard moet dat vertrouwen wel voldoende onderbouwd zijn: anders is een luchthavenbesluit
en de daarin opgenomen beperkingen aan gebieden rondom de luchthaven niet gerechtvaardigd.
Daarom laat ik – voor zover ik bevoegd gezag ben over de betreffende luchthaven –
de economische onderbouwing van een luchthaven altijd toetsen in de procedure om te
komen tot een luchthavenbesluit.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het economisch niet rendabel is om als overheid veel geld te
investeren in regionale luchthavens, die zonder deze steun niet kunnen overleven?
Zo ja, heeft dit gevolgen voor uw beleid? Zo nee, waarom deelt u deze mening niet?
Antwoord 2
In zijn algemeenheid ben ik er geen voorstander van om als rijksoverheid structureel
bij te dragen aan luchthavens die zonder deze steun niet kunnen overleven. Uiteindelijk
moet een regionale luchthaven een positieve bijdrage kunnen leveren aan de regionale
economie. De algemene beleidslijn is sinds eind jaren negentig dan ook dat het rijk
niet rechtstreeks participeert in luchthavens, geen investeringen financiert en niet
aan de exploitatie bijdraagt. Uiteraard zijn er specifieke omstandigheden denkbaar
waarbij, steeds eenmalig en onderbouwd, van deze lijn kan worden afgeweken. Te denken
is bijvoorbeeld bij de overgang van een situatie van exploitatiesteun naar een situatie
zonder steun (zoals bij Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport) danwel
tijdelijk in de opstartfase van een nieuwe luchthaven (zoals bij Twente Airport).
Afwijkingen van de algemene regel zullen altijd in goed overleg met uw Kamer geschieden.
Voorts stelt uiteraard de (Europese) regelgeving grenzen aan staatssteun vanuit de
mededinging en zijn er specifieke Europese richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens.
Deze zijn randvoorwaardelijk voor iedere vorm van overheidssteun. De richtsnoeren
worden overigens op dit moment herzien.
Vraag 3
In hoeverre klopt het dat van de regionale luchthavens alleen Eindhoven en Rotterdam
rendabele luchthavens zijn? Kunt u dit onderbouwen?
Antwoord 3
Het klopt dat de luchthavens van Eindhoven en Rotterdam goed floreren. Ik ga daarbij
af op de omvang van het aantal afgehandelde passagiers. Of dit zich ook vertaalt in
een winstgevende operatie, is voor mij evenwel lastig te duiden. Luchthavens rapporteren
hun financiële resultaten aan hun aandeelhouders. Er is geen verplichting om deze
aan mij te rapporteren. Dat past ook niet in een beleid waarin het exploiteren van
luchthavens wordt gezien als een economisch zelfstandige activiteit.
Vraag 4
In hoeverre vindt u het verstandig dat provincies onrendabele luchthavens als Eelde
en Twente financieel blijven ondersteunen?
Antwoord 4
De vraag of het verstandig is dat provincies luchthavens financieel blijven ondersteunen,
is niet aan mij om te beantwoorden. Provincies moeten hierin een eigen afweging maken.
Vraag 5
Klopt het dat Ryanair forse kortingen aangeboden krijgt op Nederlandse regionale luchthavens?
Zo ja, acht u het wenselijk dat de Nederlandse overheid dit bedrijf sponsort, ook
gezien de dubieuze reputatie op het gebied van personeel en veiligheid? Zo nee, waaruit
blijkt dit?
Antwoord 5
De exploitant van een luchthaven is vrij om – binnen de spelregels van vrije mededinging
– afspraken te maken met de luchtvaartmaatschappijen die de luchthaven willen aandoen.
De overheid, ook niet als publieke aandeelhouder van de luchthaven, heeft daar geen
bemoeienis mee.
Indien een andere marktpartij van mening is dat de afspraken tussen een luchthaven
en een luchtvaartmaatschappij niet stroken met de belangen van deze andere marktpartij,
dan kan deze zich wenden tot de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Deze ziet toe
op het handhaven van eerlijke concurrentie.