Vragen van de leden Van Klaveren en Helder (beiden PVV) aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Veiligheid en Justitie over kindermishandeling op een koranschool (ingezonden 20 juni 2013).

Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (ontvangen 13 augustus 2013)

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Imam tekent protocol kindermishandeling niet»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u aangeven waarom de aangifte van kindermishandeling op de Tilburgse koranschool niet tot een strafzaak komt?

Antwoord 2

Het OM heeft de aangifte beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat deze te weinig aanknopingspunten biedt voor een nader strafrechtelijk onderzoek.

Vraag 3

Kunt u aangeven hoeveel aangiften wegens kindermishandeling er zijn gedaan tegen islamitische instellingen sinds 2009 en hoeveel van die aangiften uiteindelijk hebben geleid tot een strafzaak?

Antwoord 3

In de registratiesystemen van de politie en het Openbaar Ministerie worden zaken waarbij sprake is van kindermishandeling niet uitgesplitst naar soorten instellingen. Om deze reden kan de vraag niet worden beantwoord.

Vraag 4

Deelt u de visie dat de weigering een protocol tegen kindermishandeling te tekenen uitdrukking geeft aan de islamitische minachting van de moskee voor de kinderen en de gemeente? Zo neen, hoe duidt u dit dan?

Antwoord 4

Ik vind het belangrijk dat kinderen een veilig pedagogisch klimaat wordt geboden. Ik onderschrijf daarom het initiatief van de gemeente Tilburg om een duidelijk signaal af te geven tegen kindermishandeling door het opstellen van een protocol, waarin wordt aangegeven hoe een veilig pedagogisch klimaat vorm en inhoud kan krijgen. De invulling van de wijze waarop een pedagogisch veilige omgeving wordt gecreëerd bij vrijwillige organisaties zoals een koranschool, blijft evenwel primair de verantwoordelijkheid van de betreffende organisatie en de ouders. Uiteraard blijft onverkort gelden dat kindermishandeling strafbaar is. Als kindermishandeling kan worden aangetoond zal er tegen worden opgetreden. Zie ook antwoord 6.

Vraag 5

Kunt u aangeven in hoeverre u het wenselijk vindt dat er überhaupt instellingen in Nederland bestaan die een ideologie van vrouwenhaat, antisemitisme, homofobie en geweld overdragen?

Antwoord 5

Vrouwonvriendelijke uitingen en uitingen van antisemitisme, homofobie en geweld horen niet thuis in de Nederlandse samenleving en die keur ik ten zeerste af. Iedereen in Nederland moet zich aan de wet houden. Waar dit niet gebeurt, is het aan de lokale bevoegde instanties om de betreffende instellingen hierop aan te spreken.

Vraag 6

Welke maatregelen bent u voornemens te treffen, bij voorbeeld alle koranscholen sluiten en moskeeën waar tot geweld wordt opgeroepen dicht gooien?

Antwoord 6

Iedereen die in Nederland woont, dient zich aan de regels te houden en elke vorm van (het oproepen tot) geweld is verboden. Degenen die zich schuldig maken aan het uitdelen van lijfstraffen kunnen strafrechtelijk, al dan niet ambtshalve (afhankelijk van de kwalificatie van het feit), worden vervolgd. Het is aan het Openbaar Ministerie om strafbare feiten te vervolgen en aan de rechter om daar een oordeel over te vellen.

Sluiting van een instelling is mogelijk als dit voor openbare orde noodzakelijk is, onder de voorwaarden gesteld in artikel 2:20, eerste lid, BW. Het sluiten van een gebouw als zodanig is mogelijk als er sprake is van niet-naleving van brand- en veiligheidsvoorschriften of van drugshandel.

Naar boven