Vragen van de leden Monasch en Van Dekken (beiden PvdA) en De Boer (VVD) aan de minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het verdwijnen van de unieke collectie typmachines
van de schrijver W.F. Hermans naar het buitenland (ingezonden 26 juni 2013).
Antwoord van minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 16 juli
2013).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving rondom de toewijzing van de unieke collectie
van 150 typmachines van W.F. Hermans aan een boekhandel in België?1 2 3
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze situatie, waarbij een uniek onderdeel van de nalatenschap van
deze Nederlandse schrijver naar België lijkt te verdwijnen?
Antwoord 2
Ik heb het vertrouwen dat er op zorgvuldige wijze een besluit is genomen over de bestemming
van deze privécollectie. De collectie blijft bijeen, is voor publiek toegankelijk
in het Nederlands taalgebied, in het land dat W.F. Hermans huldigde met een eredoctoraat
en waar hij sedert 1991 woonde.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het afwijzen van de optie voor behoud van de collectie voor Nederland
via het aanbod van de gemeente Groningen, die de collectie tegen vraagprijs wilde
overnemen en deze breed toegankelijk wilde maken via tentoonstelling?
Antwoord 3
De gemeente Groningen heeft meegedaan aan een prijsvraag en zich daarmee onderworpen
aan de jurybeoordeling. De jury heeft een andere inzending verkozen boven die van
Groningen. Het is begrijpelijk dat dat voor Groningen een teleurstellend resultaat
is.
Vraag 4
Is het correct dat deze collectie naar het buitenland kan verdwijnen als gevolg van
het sluiten van het oorspronkelijk beherende museum Scryption in Tilburg in 2011,
waardoor afspraken over overname van collecties niet van toepassing zijn?
Antwoord 4
Het toepassen van de Leidraad Afstoten Museale Objecten (Lamo) is een voorbeeld van
zelfregulering van de musea. Aan het eind van dat traject kan een eigenaar besluiten,
als andere stappen geen gewenst resultaat hebben, om een collectie af te stoten, ook
naar het buitenland.
Sluiten van een museum betekent dat over de gehele collectie een besluit moet worden
genomen onder de tijdsdruk van het besluit tot sluiting.
Stichting Onterfd Goed is hierbij behulpzaam. De Stichting hanteert de Lamo en andere
museale ethische codes. Dit betekent dat in een vroeg stadium is onderzocht of Nederlandse
instellingen voldoende belangstelling hadden voor de collectie typemachines van W.F.
Hermans. Dit bleek niet het geval te zijn. Zo is mij bekend dat het Letterkundig Museum
van mening is dat de cultuur- en literair-historische waarde van Hermans» typemachineverzameling
niet erg hoog aangeslagen zou moeten worden. Vervolgens is een wedstrijd uitgeschreven,
met een jury van deskundigen en een stem van het publiek. Dat de collectie in België
is geplaatst, is een resultaat van het afwegingsproces in het kader van deze wedstrijd.
Ik vind het een goed initiatief van de Stichting dat zij zich over «verweesde collecties»
ontfermt.
Vraag 5
Deelt u de analyse dat er in dat geval sprake is van een hiaat binnen de afspraken
tussen musea wat betreft het overnemen van collecties of delen van collecties, met
het oog op behoud binnen Nederland?
Zo ja, bent u bereid om u in te zetten om deze afspraken zodanig aan te passen zodat
er van een dergelijk hiaat geen sprake meer is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Nee, die analyse deel ik niet. Overigens is er wel behoefte aan aanpassing van de
Lamo. De Nederlandse Museum Vereniging werkt eraan om het proces nog helderder in
kaart te brengen. Ik ben voornemens in de Erfgoedwet het proces van afstoten van cultuurvoorwerpen
door overheden, belangrijke eigenaars van collecties, nader te regelen, zodat wordt
voorkomen dat voorwerpen die voor de Nederlandse cultuur niet kunnen worden gemist
naar het buitenland verdwijnen.
Vraag 6
In hoeverre kan de nieuwe erfgoedwet, die in voorbereiding is, een bijdrage leveren
aan het voorkomen van situaties zoals deze?
Vraag 7
Welke mogelijkheden staan u op dit moment ter beschikking om deze collectie toch te
behouden binnen Nederland? Bent u bereid om u hiervoor in te zetten?
Antwoord 7
In gevallen dat cultuurvoorwerpen naar het buitenland verdwijnen die voor de Nederlandse
cultuur onmisbaar zijn, kan ik besluiten tot een aanwijzing in het kader van de Wet
tot behoud van cultuurbezit. Dat is een zwaar instrument, voorbehouden voor uitzonderingen.
Immers, er wordt fundamenteel ingegrepen in het eigendomsrecht; beslissingen van anderen
moeten worden teruggedraaid. Ik acht dat, gelet op deze collectie en gelet op de voorgeschiedenis,
niet aan de orde.