Vragen van de leden Wilders en Van Klaveren (beiden PVV) aan de minister-president en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de wens van het Nederlandse volk de voortgaande islamisering te stoppen (ingezonden 12 juni 2013).

Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) mede namens de minister-president (ontvangen 11 juli 2013)

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Stop bouw moskeeën»1 en het achterliggende onderzoek?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening visie van meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking dat de islam geen verrijking is voor ons land? Zo neen, waarom vindt u de islam wel een verrijking voor Nederland?

Antwoord 2

Of het islamitische geloof wel of geen verrijking voor de Nederlandse samenleving vormt, is voor mij geen relevante vraag. In Nederland is er vrijheid van godsdienst. Het staat mensen vrij welk geloof dan ook aan te hangen en te belijden. Deze vrijheid is een essentieel element van de democratische rechtstaat die Nederland is. Ik zie dit als een groot goed.

Vraag 3

Hoe duidt u het gegeven dat bijna 70% van de Nederlanders van mening is dat er inmiddels genoeg islam is in ons land?

Antwoord 3

Zoals ook in de aanbiedingsbrief bij de Agenda Integratie (2013-0000015514) is aangegeven, is het kabinet zich ervan bewust dat veel mensen, zowel moslims als mensen met een niet-islamitische achtergrond, zich afvragen of een islamitische levenswijze wel te verenigen is met een westerse levenswijze. De toenemende zichtbaarheid van de islam in onze samenleving, de andere tradities en opvattingen, en de associatie met geweld en radicalisering hebben ertoe geleid dat een deel van de mensen de islam als een bedreiging is gaan ervaren. Dat laatste is een zorgelijke ontwikkeling omdat dit de samenhang en stabiliteit in de samenleving bedreigt. De vrijheid van godsdienst omvat alle godsdiensten, ook de islam, en omvat tevens de vrijheid om geen godsdienst aan te hangen. Uiteraard dienen bij de uitoefening hiervan de grenzen van de wet te worden gerespecteerd.

Vraag 4

Op welke wijze gaat u gehoor geven aan de wens van een ruime meerderheid van Nederland om de bouw van nieuwe moskeeën te stoppen, een grondwettelijk verbod op de sharia in te voeren en de immigratie uit islamitische landen te stoppen?

Antwoord 4

De Nederlandse Grondwet geeft iedereen het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, inclusief het recht om in een gebedshuis of op een vergelijkbare locatie het geloof uit te oefenen. Dit geldt voor aanhangers van alle religies. Dit kabinet heeft geen principiële bezwaren tegen nieuwe moskeeën wanneer hier vanuit de samenleving behoefte aan bestaat. Het is aan gemeenten om te bepalen of er al dan niet een nieuwe moskee binnen de gemeentegrenzen komt.

Herhaald zij dat bij de uitoefening van godsdienst de Nederlandse wetten dienen te worden gerespecteerd.

De vreemdelingenwet bepaalt onder welke voorwaarden iemand in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning in Nederland. Uit welk land iemand afkomstig is, is op zichzelf genomen niet relevant voor het al dan niet toekennen van een verblijfsvergunning in Nederland.

Vraag 5

In hoeverre ziet u, evenals bijna driekwart van de bevolking, dat er een relatie bestaat tussen de islam en de walgelijke terreurdaden in Boston, Londen en Parijs? Welke relatie ziet u dan?

Antwoord 5

Het gegeven dat de vermeende daders van deze inderdaad verwerpelijke terreurdaden het Islamitische geloof aanhangen zegt mij niets over de aard van het Islamitische geloof als zodanig.

Vraag 6

Wanneer biedt het kabinet het Nederlandse volk haar excuses aan voor de massa-immigratie en het faciliteren en bevorderen van de islamisering van Nederland?

Antwoord 6

Gelet op onder meer de fors afgenomen gezinsmigratie in de afgelopen jaren, het zorgvuldige toelatingsbeleid met betrekking tot vluchtelingen en de gedegen voorbereiding in het land van herkomst gericht op participatie die op basis van de Wet inburgering buitenland van iedere migrant verlangd wordt, herken ik het beeld van massa-immigratie in Nederland niet. Van het faciliteren en bevorderen van de islamisering in Nederland is mijns inziens geen sprake.

Naar boven