Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20132802

Vragen van de leden Van Dekken en Kuzu (beiden PvdA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het duurder worden van sportbeoefening (ingezonden 8 mei 2013).

Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) mede namens de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 11 juli 2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr.2381

Vraag 1

Bent u op de hoogte van het bericht dat sporten duurder gaat worden en dat dit tot gevolg kan hebben dat mensen contributies niet meer kunnen betalen en kinderen niet meer gaan sporten?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is uw opvatting over het feit dat er een grote kans is dat steeds minder mensen (vooral kinderen uit arme gezinnen) kunnen sporten in de toekomst?

Antwoord 2

Ik vind het van groot belang dat mensen kunnen sporten. Het stimuleren van sporten en bewegen is primair een lokale verantwoordelijkheid. Het is dus aan gemeenten om te bepalen hoeveel middelen beschikbaar zijn voor het lokale sportbeleid. In deze tijd waar moeilijke financiële keuzes gemaakt moeten worden, is het aannemelijk dat de bezuinigingen ook de sport niet ongemoeid laten. Het is moeilijk in te schatten wat het effect hiervan zal zijn op de contributie die sportverenigingen vragen en het sportgedrag van mensen.

In ieder geval vind ik het belangrijk dat iedereen kan kiezen voor een actieve en gezonde leefstijl, ongeacht leeftijd, woonplaats, inkomen, etc. Daarom investeer ik met het programma Sport en Bewegen in de Buurt in nieuwe sport- en beweegmogelijkheden dicht bij mensen in de buurt. Het programma bestaat enerzijds uit de inzet van buurtsportcoaches. Deze coaches kunnen voor diverse doelgroepen worden ingezet, waaronder de jeugd. Zo organiseren buurtsportcoaches bijvoorbeeld sportieve activiteiten op en rond een school of een playground in de wijk en zorgen voor een verbinding met een lokale sportvereniging. Anderzijds stimuleer ik lokale sport- en beweegaanbieders met de Sportimpuls om activiteiten te ontplooien waarmee ze mensen die (te) weinig sporten en bewegen kunnen bereiken. Vaak vergt het net wat meer tijd, aandacht en expertise om juist deze groep mensen in beweging te krijgen en te houden. Met de Sportimpuls wil ik deze aanbieders een steuntje in de rug geven om deze activiteiten daadwerkelijk van de grond te krijgen.

Voor mensen die weinig geld te besteden hebben, kan een contributieverhoging problemen opleveren. Veel gemeenten kennen in het kader van hun armoedebeleid instrumenten om sport ook voor deze mensen, met name de kinderen, mogelijk te maken. Op lokaal niveau bestaan daarnaast vele private initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van maatschappelijke participatie, zoals het deelnemen aan sportactiviteiten van kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Het Jeugdsportfonds en de Leergeldorganisatie zijn hier voorbeelden van.

Het kabinet heeft bij Voorjaarsnota voor 2013 € 20 miljoen extra beschikbaar gesteld voor armoede- en schuldenbeleid. Op 3 juli jl. is uw Kamer nader geïnformeerd over de inzet van deze middelen.

Verder is in het Regeerakkoord overeengekomen de subsidie aan het Jeugdsportfonds te verlengen en de Sportimpuls vanaf 2014 te verhogen.

Vraag 3

Kunt u een overzicht geven van de actuele stand rond de uitvoering van de actieprogramma's, die juist moeten zorgen voor meer sport voor kinderen en ouderen?

Antwoord 3

Eind vorig jaar heb ik uw Kamer een eerste inzicht gegeven in de voortgang van het programma Sport en Bewegen in de Buurt.2

In 2012 en 2013 stel ik extra geld beschikbaar voor het aanstellen van extra buurtsportcoaches. Gemeenten hebben zich hiervoor al massaal ingeschreven, in het voorjaar van 2013 deden er 377 van de 408 gemeenten mee aan de Brede impuls combinatiefuncties. Tot nu toe is voor 2.760 fte’s aangevraagd. Jaarlijks wordt de Brede impuls combinatiefuncties gemonitord. In het najaar wordt bekend hoeveel fte buurtsportcoaches zijn gerealiseerd.

Na een eerste ronde van de Sportimpuls zijn 172 projecten in het najaar van 2012 gestart. Dit najaar zullen projecten uit de tweede ronde van de Sportimpuls van start gaan, inclusief de extra impuls «Kinderen Sportief op gewicht» gericht op het ontwikkelen van sport- en beweegactiviteiten voor kinderen met overgewicht.

Momenteel laat ik onderzoek uitvoeren naar de lokale resultaten van het programma Sport en Bewegen in de Buurt, deze gegevens komen dit najaar beschikbaar. Eind 2013 zal ik over alle onderdelen van het programma rapporteren.

Vraag 4

Wat vindt u van het idee van het Jeugdsportfonds Nederland om een regeling te maken, die er in voorziet dat alle kinderen in Nederland lid kunnen worden van een club of vereniging?

Antwoord 4

Het Jeugdsportfonds Nederland heeft de ambitie om in 2016 jaarlijks 40.000 kinderen, uit gezinnen met een laag inkomen, te kunnen laten sporten. Momenteel kan het Jeugdsportfonds jaarlijks zo’n 23.000 kinderen laten sporten. Om ervoor te zorgen dat het Jeugdsportfonds Nederland deze groei aankan, heb ik (de nog lopende) subsidie verleend voor de periode 2011–2014 en is in het Regeerakkoord afgesproken dat de overheidssteun verlengd wordt. Deze subsidie is bedoeld ter ondersteuning van de landelijke organisatie zodat het Jeugdsportfonds in staat wordt gesteld meer middelen afkomstig uit fondsenwerving, ten goede te laten komen aan aanvragen voor kinderen uit lage inkomensgezinnen.

Vraag 5

Bent u bereid in overleg te treden met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Jeugdsportfonds Nederland over de vraag hoe kan worden voorkomen dat personen met lagere inkomens straks nog minder kunnen sporten dan nu al het geval is?

Antwoord 5

Zoals aangegeven in de brief van 3 juli jl. over armoede- en schuldenbeleid heeft de staatssecretaris van SZW op 10 juni jl. met een groot aantal betrokken partijen, waaronder het Jeugdsportfonds Nederland en de VNG, gesproken over een intensivering van het armoede- en schuldenbeleid. Tijdens dit overleg is ook stilgestaan bij de vraag hoe kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, in staat gesteld kunnen worden om te sporten.


X Noot
1

BNR, «sporten wordt duurder», 7 mei 2013

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 30 234 nr. 78.