Vragen van het lid Agema (PVV) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het bericht dat er meer gevallen van ouderenmishandeling gemeld worden
(ingezonden 14 juni 2013).
Antwoord van staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
9 juli 2013).
Vraag 1
Bent u bekend met de artikelen «Meer ouderenmishandeling gemeld1 en «Aandacht voor ouderenmishandeling»?2
Vraag 2
Deelt u de mening dat de stijging van 3% vermoedelijk maar het topje van de ijsberg
betreft? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen om alle ouderen die mishandeld worden
in beeld te brengen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja, Ik sluit zeker niet uit dat het hier gaat om het topje van de ijsberg. Daarom
voer ik ook het Actieplan «Ouderen in veilige handen» uit. Dit plan kent verschillende
maatregelen om ouderenmishandeling aan te pakken. Ik noem bijvoorbeeld de voorlichtingscampagne
van de vier ouderenbonden ANBO, PCOB, UnieKBO en het Netwerk van organisaties van
oudere migranten, de e-learningmodule »Ouderen in veilige handen» en de handreiking
»Vrijwilligers tegen ouderenmishandeling». In de voortgangsrapportage over geweld
in afhankelijkheidsrelaties die binnenkort naar uw Kamer wordt verzonden, wordt uitgebreider
stilgestaan bij de stand van zaken van dit Actieplan.
Vraag 3
Kunt u verklaren hoe genoemde artikelen zich tot elkaar verhouden, en hoe het komt
dat er alleen al in de provincie Limburg zo’n 8.000 maal melding is gedaan van ouderenmishandeling
en landelijk 1.027 maal?
Antwoord 3
De schatting is dat één op de twintig ouderen te maken krijgt met ouderenmishandeling.
Wordt dit vertaald naar de regio Zuid-Limburg, dan is de verwachting dat naar schatting
ongeveer 8.000 slachtoffer zouden kunnen zijn. Het gaat hier dus niet om het aantal
daadwerkelijke meldingen. Het feit dat er nog weinig gemeld wordt, kan meerdere redenen
hebben. Zo heerst er nog steeds angst en schaamte onder ouderen zelf (vandaar ook
de voorlichtingscampagne om ouderenmishandeling bespreekbaar te maken) en wordt het
lang nog niet altijd herkend door de omgeving of professionals (daarom ook mijn inzet
om dit te doorbreken met onder vraag 2 genoemde instrumenten). Ook kan het zijn dat
in de betreffende situatie wél hulp wordt geboden en de mishandeling wordt gestopt,
zonder dat dit leidt tot een melding.
Vraag 4
Deelt u de mening dat uw plannen om zorgafhankelijke ouderen langer thuis te laten
wonen de kans op verwaarlozing, lichamelijke en/of psychische mishandeling, seksueel
misbruik of financiële uitbuiting alleen maar vergroten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Deze mening deel ik niet. Ten eerste is mijn aanpak van ouderenmishandeling – en mijn
bredere beleid op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties – erop gericht
om sneller en beter geweld in de thuissituatie te signaleren en om te weten hoe te
handelen. Dit om het geweld zo vroeg en zo snel mogelijk te stoppen. De wet verplichte
meldcode huiselijke geweld en kindermishandeling die op 1 juli jongstleden van kracht
is geworden, is daar een belangrijk onderdeel van. Maar ook de publiekscampagne »Een
veilig thuis, daar maak je je toch sterk voor», die bijvoorbeeld omstanders aanspoort
om actie te ondernemen, onder andere door hulp en advies te vragen bij het Steunpunt
Huiselijk Geweld. Ten tweede heb ik een aanpak op maat voor ogen, zoals ik ook in
mijn brief over de hervorming van de langdurige zorg uiteen heb gezet (Kamerstukken
II, vergaderjaar 2012–2013, 30 597, nr. 296). Het is belangrijk om niet alleen naar de cliënt te kijken, maar ook om haar of
zijn sociale omgeving in kaart te brengen. Een veilige omgeving is daarbij voor mij
een belangrijk uitgangspunt.
Door deze aanpak op maat verwacht ik dat risico´s en signalen van geweld eerder dan
voorheen in beeld komen en tijdig maatregelen daartegen getroffen kunnen worden.
Vraag 5
Deelt u de mening dat er vaker aangifte gedaan moet worden tegen daders van deze laffe
daden en dat zij een drie keer hogere straf dienen te krijgen? Zo ja, hoe gaat u dit
bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals de Minister van Veiligheid en Justitie u in reactie op eerdere Kamervragen liet
weten, moeten, daar waar het gaat om moedwillige ouderenmishandeling, daders van ouderenmishandeling
onmiddellijk en streng worden aangepakt. Het aangiftebeleid heeft bijzondere aandacht
van mijn collega van Veiligheid en Justitie. Hierbij geldt als uitgangspunt dat iedere
burger bij het doen van aangifte zo goed mogelijk wordt geholpen. Zo is het vanaf
1 januari 2013 mogelijk dat de politie, bij ouderen die niet in staat zijn om naar
het bureau te komen om aangifte te doen, bij deze mensen thuis de aangifte kan komen
opnemen.
Ook heeft hij u reeds eerder laten weten verhoging van de strafmaat niet nodig te
achten, omdat de kwetsbaarheid van het slachtoffer, dus ook van de oudere, een omstandigheid
is die door het Openbaar Ministerie en de rechter binnen de gestelde strafmaxima van
de verschillende delicten (waaronder diefstal) wordt meegewogen.
X Noot
1NOS, 13 juni 2013