Vragen van het lid Van der Steur(VVD) aan de minister van Veiligheid en Justitie inzake
de handhaving van het ingezetenencriterium (ingezonden 24 mei 2013).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 3 juli 2013).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2623.
Vraag 1, 2
Kent u de berichtgeving rond het onderzoek van de stichting Epicurus?1
Herkent u zich in de conclusies van het onderzoek?
Antwoord 1, 2
Het onderzoek van Epicurus is mij bekend. Voor een reactie op de voornaamste conclusies
verwijs ik naar het antwoord op de hierna volgende vragen.
Vraag 3
Klopt het dat in veel coffeeshops (volgens het onderzoek 92 procent) boven de rivieren
softdrugs worden verkocht aan buitenlanders? Klopt het dat hier ook nauwelijks controles
plaatsvinden en geen overtredingen zijn vastgesteld?
Antwoord 3
Zoals ik uw Kamer in mijn brief van 27 juni 2013 meldde heb ik de burgemeesters van
de coffeeshopgemeenten verzocht om mij voor 1 mei 2013 een afgestemd handhavingsplan
(inclusief handhavingsarrangement) of een stand van zaken te doen toekomen. Ruim 95%
van de burgemeesters van coffeeshopgemeenten heeft aan mijn verzoek gehoor gegeven
door middel van het toesturen van diverse documenten waaronder nieuw vastgesteld (coffeeshop-
of Damocles-)beleid, handhavingsprotocollen en -matrices dan wel het kenbaar maken
van een stand van zaken.
In ruim 70% van de coffeeshopgemeenten is of wordt het ingezetenencriterium onderdeel
van het beleid. De controle op het ingezetenencriterium wordt doorgaans meegenomen
in periodieke controles van de coffeeshop, waarbij tevens andere aspecten van het
coffeeshopbeleid aan de orde komen. Uit de aangeleverde gegevens is mij gebleken dat
de partners in de lokale driehoek op grond van de lokale situatie de prioriteit bepalen
waarmee de aspecten van het coffeeshopbeleid (waaronder het ingezetenencriterium)
worden gehandhaafd.
Vraag 4
Klopt de visie van de geïnterviewde coffeeshophouders dat de straathandel is toegenomen?
Antwoord 4
Een toename van de illegale straathandel was als (tijdelijk) neveneffect voorzien
in de aanloop naar de invoering en de handhaving van het aangescherpte coffeeshopbeleid.
Om hierop in te spelen is tegelijkertijd met de verscherpte handhaving van het ingezette
beleid extra focus gelegd op de aanpak van straatdealers en de daarmee gepaard gaande
overlast en criminaliteit. Zoals ik uw Kamer meldde in mijn voornoemde brief van 27 juni
2013 is hierdoor in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland, na de aanvankelijke piek in
mei 2012 van gemelde incidenten in handel en overlast, een dalende trend ingezet,
mede door een forse afname van het aantal drugstoeristen in de zuidelijke regio’s.
Vraag 5
Klopt het dat in sommige gemeenten formeel wordt gehandhaafd en informeel zou worden
verzocht de maatregel te negeren uit angst voor straathandel? Hoe beoordeelt u die
angst?
Antwoord 5
Uit de informatie die ik van gemeenten heb ontvangen blijkt niet van een onderscheid
tussen het formele beleid en een informele praktijk.
Vraag 6
Klopt het dat in Nijmegen en Hilversum de handhaving van het ingezetenencriterium
werd gestaakt?
Antwoord 6
In reactie op mijn verzoek aan de burgemeesters van de coffeeshopgemeenten om mij
voor 1 mei 2013 een afgestemd handhavingsplan (inclusief handhavingsarrangement) of
een stand van zaken te doen toekomen heeft de burgemeester van Hilversum gemeld dat
het afgestemde handhavingsplan (inclusief handhavingsarrangement) nog niet gereed
was maar dat deze na vaststelling zal worden toegezonden.
De burgemeester van Nijmegen heeft mij een handhavingsplan toegestuurd waar het ingezetenencriterium
onderdeel van uitmaakt. Daarnaast heeft hij gemeld dat hij op dit moment geen gebruik
zal maken van zijn bevoegdheden om artikel 13b Opiumwet toe te passen bij overtreding
van het ingezetenencriterium. De burgemeester merkt hierbij op dat dit besluit de
bevoegdheid van het Openbaar Ministerie om strafrechtelijk op te treden tegen de Nijmeegse
coffeeshops bij overtreding van het ingezetenencriterium onverlet laat.
De burgemeester geeft aan dat hij heeft besloten om de handhaving van het ingezetenencriterium
op te schorten omdat er volgens hem onduidelijkheden zijn rondom de handhaving. Hij
is van mening dat er gemeenten in de omgeving zijn die het ingezetenencriterium niet
handhaven. Daarnaast merkt de burgemeester op dat in het kader van lokaal maatwerk
geen einddatum is gesteld. Ik heb eerder aangegeven dat er zo nodig naar aanleiding
van de door burgemeesters geleverde informatie in overleg zal worden getreden. Het
standpunt van de burgemeester van Nijmegen is voor mij aanleiding voor een dergelijk
gesprek.
Vraag 7
Is dit onderzoek voor u aanleiding om maatregelen te treffen, zoals overleg met de
betrokken burgemeesters?
Antwoord 7
Zoals blijkt uit mijn antwoord op de voorgaande vragen verloopt de implementatie van
het coffeeshopbeleid conform de afspraken uit het regeerakkoord en zijn de resultaten
in overeenstemming met de verwachtingen. Met gemeenten die in hun handhavingsbeleid
het ingezetenencriterium niet hebben opgenomen of niet van plan zijn dit op te nemen
wordt in gesprek gegaan.
Vraag 8
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het debat over de aanpak van straathandel
en straatoverlast in zuid Nederland?