Vragen van de leden Straus en Neppérus (beiden VVD) aan de staatssecretarissen van
Financiën en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het verschil in btw voor naschoolse
educatieve programma’s in het primair onderwijs (ingezonden 6 juni 2013).
Antwoord van staatssecretaris Weekers (Financiën), mede namens de staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 28 juni 2013).
Vraag 1
Klopt het dat lessen in muziek, dans, drama en beeldende kunsten, aan personen onder
21 jaar op grond van regelgeving zijn vrijgesteld van btw? Zo ja, wat is het doel
van deze vrijstelling en gaat het alleen om schoolprogramma’s of ook om naschoolse
lesprogramma’s?
Antwoord 1
Ja, het klopt dat het verstrekken van onderwijs in muziek, dans, drama en beeldende
vorming aan personen jonger dan 21 jaar wettelijk is vrijgesteld van de heffing van
btw. Dit onderwijs wordt beschouwd als algemeen vormend onderwijs voor kinderen en
jongeren. Hierbij is het niet van belang of de ondernemer die dit onderwijs verstrekt
al dan niet winst beoogt. De vrijstelling geldt ongeacht wie het onderwijs verzorgt
en geldt daarmee zowel voor bijvoorbeeld gemeentelijke scholen als voor zelfstandige
particuliere docenten. Volgens de bepalingen uit de Wet op de omzetbelasting 1968
(hierna: de Wet) geldt de onderwijsvrijstelling tevens voor het wettelijk geregeld
onderwijs, voor beroepsopleidingen, voor algemeen vormend onderwijs en voor bijlessen
en tentamen- of examentrainingen.
Vraag 2, 3
Klopt het dat binnen het primair onderwijs bepaalde naschoolse lesprogramma’s vrijstelling
van btw genieten en andere niet?
Zo ja, welke lesprogramma’s komen voor de vrijstelling in aanmerking en waarop zijn
de verschillen gebaseerd?
Antwoord 2, 3
Algemeen vormend onderwijs is vrijgesteld van btw-heffing als dit is ontleend aan
het uit de openbare kassen bekostigde onderwijs dat is vrijgesteld op grond van artikel
11, eerste lid, onderdeel o, 1°, van de Wet (zie artikel 8, eerste lid, onderdeel
b, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, hierna: het Besluit). Dit betekent
dat naschoolse lesprogramma’s waarvan de leerstof behoort tot het door de instelling
voor primair onderwijs zelf verzorgde naschoolse onderwijs, ook zijn vrijgesteld van
btw-heffing. Ook studiebegeleiding op het terrein van het reguliere onderwijs en remedial
teaching die wordt verzorgd door op zelfstandige basis werkzame ondernemers die wordt
verstrekt in directe samenhang met het primaire onderwijs is vrijgesteld.
De vrijstelling heeft echter geen betrekking op facultatief aangeboden naschoolse
lesprogramma’s of activiteiten binnen het primair onderwijs die losstaan van het reguliere
leerproces of waarvan de inhoud niet is ontleend aan het reguliere onderwijsprogramma.
Dat geldt ook als de onderwijsinstelling de naschoolse lesprogramma’s aanbeveelt en
de lessen laat plaatsvinden in de lokalen van die instelling. De naschoolse lessen
die buiten het kader van het primaire onderwijs plaatsvinden worden veelal aangeboden
door externe partijen en de bekostiging ervan vindt rechtstreeks plaats door de (ouders
van de) leerlingen, giften of subsidies.
Vraag 4
In hoeverre is vrijstelling van btw voor naschoolse educatieve lessen in het primair
onderwijs geheel afhankelijk van certificering door het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs?
Antwoord 4
De erkenning of certificering van onderwijsinstellingen door het Centraal Register
Kort Beroepsonderwijs (RKBO) heeft geen betrekking op wettelijk geregeld (beroeps)onderwijs
maar ziet enkel op beroepsopleidingen als genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel
o, 2°, van de Wet jo. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit. Naschoolse
lessen in het primair onderwijs kunnen niet worden aangemerkt als beroepsopleidingen.
Certificering door het CRKBO is daarmee niet aan de orde en kan geen rol spelen bij
de btw-heffing over de naschoolse educatieve lessen.
Vraag 5
Moeten lesprogramma’s, die gericht zijn op techniek, niet geheel worden vrijgesteld
van btw, gezien het belang dat wordt gehecht aan een grotere instroom van mensen in
technische banen en ook het gelijke speelveld met andere lesprogramma’s? Bent u bereid
daar naar te kijken?
Antwoord 5
Er is niet voorzien in een aparte wettelijke vrijstelling van btw voor lesprogramma’s
die zijn gericht op techniek. Onderwijs in techniek dat onderdeel vormt van in het
wettelijk geregeld onderwijs is, zoals hiervoor is aangegeven, vrijgesteld van btw-heffing.
In het geval lesprogramma’s gericht op techniek worden aangeboden in het kader van
een beroepsopleiding, is het onderwijs vrijgesteld als het onderwijs wordt gegeven
door ondernemers die zijn ingeschreven in het RKBO of door ondernemers die zijn genoemd
in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs (WHW) of bedoeld in de Wet educatie
en beroepsonderwijs (WEB). Iedere ondernemer die beroepsopleidingen aanbiedt is vrij
in de keuze om zich te laten registreren in het RKBO. Hiermee wordt bereikt dat aanbieders
van beroepsopleidingen zelf een afweging kunnen maken over de wijze waarop het onderwijs
– met of zonder btw-heffing – wordt aangeboden. Van een ongelijk speelveld tussen
lesprogramma’s die zijn gericht op techniek en overige lesprogramma’s is daarmee geen
sprake.