Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20132681

Vragen van de leden Sjoerdsma en Hachchi (beiden D66) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over het bericht «Afghaanse tolk vreest bijltjesdag»(ingezonden 22 mei 2013).

Antwoord van minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) en minister Hennis-Plasschaert (Defensie), mede namens de minister en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (ontvangen 25 juni 2013)

Vraag 1

Wat is uw reactie op het bericht «Afghaanse tolk vreest bijltjesdag»?1

Antwoord 1

We hebben kennis genomen van het artikel.

Vraag 2

Heeft u onderzocht of Afghaanse tolken en andere medewerkers gevaar lopen na het transitieproces en de terugtrekking van de internationale aanwezigheid in algemene zin en de Nederlandse aanwezigheid in Kunduz in specifieke zin?

Antwoord 2

Hoe de situatie zich na de terugtrekking van de internationale, inclusief Nederlandse, aanwezigheid zal ontwikkelen, valt op dit moment niet te voorzien. Ook is onzeker welk gevolgen dat heeft voor de veiligheid van de Afghaanse medewerkers. Wel zijn al enkele veiligheidsmaatregelen getroffen voor Afghanen die voor Nederland werken en is een inventarisatie gemaakt van Afghaans personeel dat voor Nederland gewerkt heeft (zie ook antwoord op vraag2.

Vraag 3

Hoeveel Afghanen werken met Nederland samen in Kunduz onder Nederlands contract?

Antwoord 3

Vier Afghanen hebben een tijdelijk contract met de Nederlandse ambassade in Kaboel als monitors van door Nederland gefinancierde projecten. Bij het vertrek van Nederland uit Kunduz wordt hun contract overgenomen door het Duitse Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit (GIZ). Daarnaast is één chauffeur die in Kunduz werkt formeel in dienst van de Nederlandse Ambassade in Kaboel.

De zestien Afghaanse tolken die werk verrichten voor de Nederlandse missie staan onder contract van de Duitse administratie.

Vraag 4

Zijn er in het kader van dit samenwerkingsverband asielaanvragen gedaan? Zo ja, hoeveel? Zo neen, verwacht u deze?

Antwoord 4

Voor zover bekend hebben de in antwoord 3 genoemde Afghanen die onder Nederlands contract in Kunduz werken geen asielaanvragen gedaan. Overigens registreert de IND informatie niet op dit niveau.

Vraag 5

Bent u van mening dat deze Afghanen, mochten zij een asielaanvraag doen, het reguliere proces moeten doorlopen of is er een lichter regime van kracht? Wat zijn de kenmerken van dit mogelijke lichtere regime?

Antwoord 5

Mensen die in levensgevaar verkeren omdat zij voor de Nederlandse missie gewerkt hebben, moeten op steun kunnen rekenen. Asielaanvragen worden op individuele basis beoordeeld, waarbij de specifieke situatie van de betrokken Afghaan, mede in relatie tot zijn werkzaamheden voor Nederland in Afghanistan, beoordeeld wordt tegen de achtergrond van de actuele situatie in Afghanistan. We zien geen aanleiding voor een bijzondere (collectieve) regeling.

Vraag 6

Heeft u contact met uw Duitse collega over de bescherming van de positie van deze Afghanen na de transitie en terugtrekking? Zo ja, wat behelst dit contact?

Antwoord 6

Hierover is contact met Duitsland omdat Afghaans personeel dat voor Nederland werkt of heeft gewerkt een Duits contract heeft. Duitsland heeft bevestigd verantwoordelijk te zijn voor al het personeel dat een Duits contract heeft en neemt elk verzoek afzonderlijk in beschouwing.


X Noot
1

Volkskrant, 15 mei 2013

X Noot
2

Volkskrant, 15 mei 2013