Vragen van het lid Van Gerven (SP) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het belastingtarief voor alternatieve genezers
(ingezonden 1 mei 2013).
Antwoord van staatssecretaris Weekers (Financiën), mede namens de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (ontvangen 20 juni 2013)
Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin voor de
verschuldigdheid van omzetbelasting een magnetiseur gelijk is gesteld aan een psycholoog?1
Vraag 2 en 3
Hoe kan het dat gespreksbehandelingen, verricht door een alternatieve genezer, volgens
de Nederlandse wet op dezelfde voet zijn vrijgesteld van omzetbelasting als psychologen,
zonder dat dezelfde opleidingseisen worden gesteld en zonder dat is aangetoond dat
deze behandeling ook effectief werkt en/of kwalitatief van minimaal hetzelfde niveau
is? Kunt u dit toelichten?
Deelt u de mening dat deze uitkomst onwenselijk is? Zo niet, bent u bereid de wet
op dit punt aan te scherpen?
Antwoord 2 en 3
In het tijdvak waarin de genoemde procedure speelt – 2004 tot en met 2007 – waren
volgens de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) de diensten door psychologen
vrijgesteld van btw. In de Wet waren geen opleidingseisen genoemd. Dit neemt niet
weg dat ik van mening ben dat de vrijstelling alleen geldt voor de gezondheidskundige
diensten van gediplomeerde psychologen. Het Gerechtshof legt de wettelijke term «psycholoog»
alleen uit naar spraakgebruik. Dit is naar mijn oordeel een te ruime uitleg van het
begrip «diensten van een psycholoog» als bedoeld in de vrijstellingsbepaling. Daarom
heb ik dan ook cassatie ingesteld tegen deze uitspraak.
De Wet is aangescherpt per 1 januari 2013. Met ingang van die datum is voor de (para)medische
vrijstellingsbepaling aangesloten bij de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
(hierna: de Wet BIG). De vrijstelling voor psychologische diensten is beperkt tot
alleen door gezondheidszorgpsychologen (GZ-psychologen) geleverde diensten. Voor enkele
differentiaties die met betrekking tot opleidingsduur en -niveau gelijkwaardig zijn
aan die van een GZ-psycholoog, namelijk de kinder- en jeugdpsycholoog (inclusief specialist),
de psycholoog arbeid en gezondheid en de orthopedagoog-generalist, blijft de btw-vrijstelling
voorlopig gelden op grond van het fiscale neutraliteitsbeginsel.
Vraag 4, 5, 6, 7 en 8
Hoe beoordeelt u het feit dat op grond van EU-richtlijnen komt vast te staan dat behandelingen
in de vorm van magnetiseren, die naar nationaal recht niet zijn vrijgesteld van omzetbelasting,
op grond van deze Europese regels wél moeten worden vrijgesteld van omzetbelasting?
Vindt u deze uitkomst wenselijk?
Wat vindt u ervan dat vanwege Europese regels een magnetiseur is gelijkgesteld aan
een psycholoog of psychiater?
Deelt u de mening dat de Europese Unie niet de bevoegdheid moet hebben om te bepalen
welke alternatieve geneeswijzen al dan niet vrijgesteld moeten worden van de (nationale)
omzetbelastingverplichting? Zo niet, wat gaat u ondernemen om dit te veranderen?
Hoe beoordeelt u de reikwijdte van deze ruime interpretatie van deze EU-richtlijnen
door het Gerechtshof? Wat betekent dit voor de belastingplicht van andere alternatieve
genezers?
Indien cassatie wordt ingesteld en volledige beantwoording van deze vragen om die
reden nog niet mogelijk zou zijn, bent u dan bereid de Kamer in uw antwoorden te informeren
voor zover mogelijk en de overige antwoorden op een later moment aan de Kamer te zenden?
Antwoord 4, 5, 6, 7 en 8
De heffing van omzetbelasting vindt plaats op grond van de Wet, die gebaseerd is op
de EU-Richtlijn 2006/112/EG. Volgens deze Richtlijn is vrijgesteld van btw de gezondheidskundige
verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van medische en paramedische
beroepen. Lidstaten omschrijven deze medische en paramedische beroepen zelf. Daarnaast
zijn lidstaten, zoals Nederland, op grond van vaste jurisprudentie van het Hof van
Justitie verplicht om soortgelijke gezondheidskundige diensten, die dus met elkaar
concurreren, voor de btw gelijk te behandelen (Hof van Justitie van 27 april 2006,
C-443/04). Van een gelijkwaardig niveau van psychologische dienstverlening door een
magnetiseur is ten opzichte van een gediplomeerd psycholoog alleen sprake als blijkt
dat de magnetiseur psychologische diensten verricht en een beroepsopleiding heeft
gevolgd die gelijkwaardig is aan de beroepsopleiding van een gediplomeerd psycholoog.
Het Gerechtshof is er vanuit gegaan dat de opleiding van de magnetiseur gelijkwaardig
is aan de opleiding van een psycholoog. Dit is een feitelijke oordeel dat in cassatie
alleen kan worden bestreden als het onbegrijpelijk is. Naar mijn mening is dat het
geval omdat het gerechtshof de opleiding tot magnetiseur niet heeft vergeleken met
de opleiding tot academisch gevormd psycholoog. Voor de toepassing van de vrijstelling
op de diensten van een magnetiseur is echter verder ook noodzakelijk dat een psycholoog
dezelfde werkzaamheden verricht en daarvoor wordt vrijgesteld van btw. Bij de dienst
bestaande uit het magnetiseren is dit niet het geval. Psychologen verrichten geen
behandelingen door middel van magnetiseren en als ze dat zouden doen, zou daarvoor
de wettelijke vrijstelling niet van toepassing zijn. Inmiddels heb ik beroep in cassatie
tegen het oordeel van het Gerechtshof aangetekend. Voor de belastingplicht van andere
alternatieve genezers heeft deze uitspraak geen gevolgen.
X Noot
1Uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 18 april 2013, LJN: BZ7837