Vragen van het lid Voortman (GroenLinks) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
inzake risico's van de bezuinigingen voor de kwaliteit van de kinderopvang (ingezonden
27 mei 2013).
Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 17 juni
2013)
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek van Abvakabo FNV onder medewerkers in de kinderopvang?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de uitkomst van het onderzoek dat 76% van de ondervraagde medewerkers
vindt dat de kwaliteit van de organisatie onder druk staat?
Antwoord 2
Ik vind dit een zorgelijk signaal. Kinderopvangorganisaties moeten voldoen aan de
geldende kwaliteitseisen. De GGD houdt hier toezicht op. Daar waar overtredingen worden
geconstateerd, handhaven gemeenten. Ik onderstreep het belang van kwaliteit en wijs
hierbij op de lijn die is ingezet vanuit het risicogestuurd toezicht. Locaties waar
veelvuldig en/of zware overtredingen (zoals op de beroepskracht-kindratio) worden
geconstateerd, worden extra vaak bezocht door de GGD.
Vraag 3
Deelt u de zorgen over de uitkomst van het onderzoek dat een derde van de medewerkers
aangeeft wel eens met te weinig leidsters op een groep te staan, waardoor de veiligheid
in het geding komt?
Antwoord 3
Ja, deze zorgen deel ik. Voor mijn toelichting hierbij verwijs ik u naar de beantwoording
van vraag 2.
Vraag 4
Deelt u de zorgen over de uitkomsten van het onderzoek over de naleving van de leidster-kindratio,
dat 56% van de medewerkers aangeeft dat deze een enkele keer niet wordt nageleefd,
dat 32% aangeeft dat dit één tot twee dagdelen per week gebeurt en bij 13% dit zelfs
meer dan twee dagdelen per week gebeurt?
Antwoord 4
Ja, deze zorgen deel ik. Daar waar de GGD een dergelijke situatie constateert, wordt
een tekortkoming geconstateerd. Gemeenten kunnen vervolgens handhaven. Omdat de GGD
niet altijd zicht kan hebben op overtredingen, wil ik hierbij ook een beroep doen
op de eigen verantwoordelijkheid van beroepskrachten. Zij kunnen zelf (eventueel anoniem)
een melding te doen van overtredingen bij de GGD.
Vraag 5
Wat is uw reactie op de uitkomst van het onderzoek dat 63% van de medewerkers aangeeft
dat er geen vaste contracten meer worden gegeven binnen hun organisatie en dat 53%
aangeeft dat er juist meer 0-urencontracten worden gegeven, wat de kwaliteit niet
ten goede komt? Deelt u de zorgen over de kwaliteit van de kinderopvang door een verschuiving
naar meer 0-urencontraten?
Antwoord 5
Ik zie geen direct verband tussen een toename van het aantal 0-urencontracten en de
kwaliteit van de kinderopvang. Ook bij 0-urencontracten blijven alle kwaliteitsregels
van toepassing. Zo blijft bijvoorbeeld gelden dat maximaal drie vaste beroepskrachten
mogen worden toegewezen aan een kind, waarvan altijd tenminste één beroepskracht op
de groep van het kind werkzaam is.
Overigens acht ik teveel flexibele contracten vanuit het perspectief van zekerheid
voor medewerkers ongewenst. In het sociaal akkoord is afgesproken om de bescherming
van flexibele krachten en vaste krachten beter met elkaar in balans te brengen. Het
wetsvoorstel hiertoe wordt momenteel uitgewerkt en dit najaar aan uw Kamer toegestuurd.
Vraag 6
Bent u bekend met de berichtgeving over het samenvoegen van drie werkmaatschappijen
in de kinderopvang?2
Vraag 7
Wat is uw reactie op het bericht dat ook na deze samenvoeging mogelijk nog overgegaan
moet worden tot het sluiten van locaties?
Antwoord 7
Het concentreren van de opvang op een aantal vestigingen is voor ondernemers een manier
om de concurrentie met andere instellingen aan te gaan. Het is aan ondernemers om
een afweging te maken over het al dan niet openhouden van vestigingen.
Vraag 8
Kunt u aangeven hoeveel van de voor kinderopvangtoeslag voor 2013 gereserveerde middelen
dit jaar niet besteed zullen worden door de terugloop in het gebruik van formele kinderopvang?
Hoeveel verwacht u dat de structurele onderbesteding zal zijn van de middelen beschikbaar
voor kinderopvangtoeslag?
Antwoord 8
Zoals gemeld bij Voorjaarsnota (Kamerstukken, 2013–2014, 33640, nr.3 wordt er in 2013 een meevaller van € 221 miljoen verwacht op de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag,
oplopend naar € 276 miljoen in 2018.
Vraag 9
Bent u bereid de onderbesteedde middelen alsnog te investeren in de kinderopvang?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Gezien de economische situatie is er momenteel geen ruimte om extra te investeren
in de kinderopvang. Tegenover de meevaller op de kinderopvangtoeslag staan diverse
tegenvallers, zoals op het kindgebonden budget. De meevaller is bij Voorjaarsnota
ingezet om de begroting van SZW sluitend te krijgen.
X Noot
2Kinderopvang herschikt in krimpende markt – Volkskrant, 22 mei 2013, pagina 26