Vragen van de leden Aukje deVries en De Boer (beiden VVD) aan de staatssecretaris
van Infrastructuur en Milieu over de veerbotenoorlog (ingezonden 14 mei 2013).
Antwoord van staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 12 juni
2013)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichten «veerbotenoorlog tussen EVT en Doeksen» en
«Doeksen dreigt met schrappen vaarten»?1
Antwoord 1
Ja, ik heb kennisgenomen van deze artikelen in de Leeuwarder Courant.
Vraag 2
De berichten betreffen een dossier dat al lang loopt; wat is de stand van zaken? Waarom
sleept het dossier zich al zo lang voort?
Antwoord 2
Voor uitvoering van de veerdienst Harlingen – Terschelling heeft de Staat een Openbaar
Dienstcontract (ODC) afgesloten met rederij Doeksen (en de gemeente Terschelling).
Dit ODC geldt tot aan het moment dat de (in mei 2011) aan rederij Doeksen verleende
concessie onherroepelijk wordt.
Tot dat moment is er voor rederij EVT (beperkte) mogelijkheid om de Rijksaanleginrichtingen
te gebruiken voor een concurrerende veerverbinding. Deze concurrentie is gaande sinds
augustus 2008, maar is verhevigd met de inzet van ms Spathoek sinds maart 2012, omdat
op dit schip ook auto’s vervoerd kunnen worden.
Zodra de aan rederij Doeksen verleende concessie onherroepelijk is geworden, is het
EVT niet meer toegestaan voor een ieder openstaand personenvervoer te verrichten.
Vraag 3
Hoe lang gaat het nog duren voordat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven
(CBb) uitspraak doet in de aangespannen beroepszaak, nu het CBb er vragen over heeft
gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg? Zijn er mogelijkheden
om dit proces te versnellen? Zo ja, welke?
Antwoord 3
Het is niet bekend hoe lang de uitspraak van het CBb nog gaat duren. Dat is vooral
afhankelijk van de termijn van het Europese Hof van Justitie. Gemiddeld bedraagt de
termijn voor beantwoording van vragen door het Europese Hof van Justitie zo’n anderhalf
jaar, zo leert de ervaring.
Een verzoek tot versnelde behandeling kan ik niet zelf doen bij het Europese Hof;
dat kan uitsluitend het CBb doen, mits alle betrokken partijen daarmee instemmen.
Daarom heb ik het CBb gevraagd of zij een verzoek willen indienen bij het Europese
Hof voor versnelde behandeling van de zaak.
Vraag 4
Wat zijn volgens u de gevolgen van de huidige situatie, onder andere voor de dienstverlening,
totdat de vragen door het Europese Hof van Justitie zijn beantwoord? Deelt u de mening
dat het een slechte zaak als er een verschraling van de veerdienstverlening aan de
eilanden zou plaats vinden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kunt en gaat u daar op
korte termijn aan doen?
Antwoord 4
De continuïteit van de dienstverlening is mijns inziens het meest gebaat bij snelle
invoering van de concessie. Zolang de concessie niet onherroepelijk is en dus het
ODC van kracht is, is concurrentie door EVT mogelijk. Volgens de berichtgeving zou
TSM verlies lijden door deze concurrentie en zich daarom genoodzaakt voelen maatregelen
te treffen. Het ODC schrijft voor welke procedure gevolgd moet worden als TSM meent
haar verplichtingen (zoals een bepaald niveau van dienstverlening wat betreft het
aantal afvaarten) niet te kunnen nakomen. Of dit uiteindelijk gevolgen heeft voor
de dienstverlening, is op dit moment niet in te schatten. Het is dan ook prematuur
daarover nu een standpunt in te nemen.
Vraag 5
Is het waar dat Rederij Doeksen voor de winterdienstregeling voor Terschelling en
Vlieland al een aangepast voorstel heeft ingediend? Zo ja, welke gevolgen heeft dit
voor de reizigers? Is dit toegestaan in het huidige Openbare Dienst Contract (ODC)?
Zo ja, onder welke voorwaarden c.q. wanneer is dit toegestaan?
Antwoord 5
Inderdaad heeft rederij Doeksen onlangs een voorstel ingediend voor een aangepaste
winterdienstregeling, in lijn met de in het ODC voorgeschreven procedure.
Of een wijziging van de dienstregeling of andere maatregelen noodzakelijk zijn, wordt
nog onderzocht en daarover vindt overleg plaats met de betrokken Waddengemeenten.
Maar een voorwaarde is in elk geval dat het mogelijk blijft 365 dagen per jaar van
de veerverbinding met Terschelling en Vlieland gebruik te maken om naar school of
werk te kunnen gaan en naar een vakantiebestemming op de eilanden.
Vraag 6
Wat is uw standpunt met betrekking tot het verzoek van Rederij Doeksen om compensatie
van het Rijk voor het varen van onrendabele diensten? Is er voldoende transparantie
en zicht op de verliezen van Rederij Doeksen (specifiek op deze routes)? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 6
Een verzoek om compensatie door rederij Doeksen voor onrendabele vaarten is prematuur,
zolang de door het ODC voorgeschreven procedure (zie mijn antwoord op vraag 3 en vraag
5) niet is afgerond.
Compensatie is ook voor het overige niet zomaar mogelijk, gelet ook op Europeesrechtelijke
aspecten van ongeoorloofde staatssteun.
X Noot
1berichten in de Leeuwarder Courant van 2 mei en 8 mei 2013