Vragen van het lid Van Gerven (SP) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over de handelwijze van Achmea en apothekers bij het verstrekken van incontinentiemateriaal
aan patiënten (ingezonden 9 augustus 2012).
Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 20 september
2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 3475.
* I.v.m. abusievelijk verkeerd gepubliceerde antwoorden.
Vraag 1
Wat is uw reactie op het persbericht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter
bevordering der Pharmacie (KNMP) die stelt dat de nieuwe eisen van de zorgverzekeraars
het de apothekers onmogelijk maakt op een adequate wijze incontinentiemateriaal te
verstrekken? Heeft zij gelijk? Zo ja, waarom? Zo neen, waarom niet?1
Antwoord 1
Het is niet aan mij om te oordelen over onderhandelingen die tussen partijen plaatsvinden.
In het algemeen merk ik op dat bij het afsluiten van overeenkomsten altijd twee partijen
zijn betrokken. Wanneer beide partijen akkoord gaan met de gemaakte afspraken dan
ga ik ervan uit dat beide partijen deze afspraken vervolgens kunnen nakomen.
Vraag 2
Wat is uw reactie op mevrouw B., die zich geschoffeerd voelt en onder druk gezet (gechanteerd)
om haar privésituatie aan onbekende personen/leveranciers toe te lichten, omdat ze
anders geen incontinentiemateriaal vergoed krijgt?2
Antwoord 2
Het valt natuurlijk niet goed te praten dat patiënten op deze wijze worden benaderd.
De Zorgverzekeringswet (Zvw) biedt apothekers en verzekeraars de ruimte om een contract
af te sluiten over de wijze waarop de geleverde incontinentiematerialen worden bekostigd.
Alle betrokken partijen hebben echter een verantwoordelijkheid in het zorgvuldig uitvoeren
van de gemaakte afspraken. De patiënt moet op een begrijpelijke manier uitgelegd krijgen
waarom de apotheker doet wat die doet. Onder het zorgvuldig handelen valt mijns inziens
ook het aanbieden van een alternatief wanneer de patiënt in kwestie niet door een
onbekende benaderd wil worden voor het verstrekken van allerlei persoonlijke gegevens.
Ik betreur het dat mevrouw B. op een oneigenlijke manier schrik is aangejaagd. Wanneer
zij op grond van de Zvw aanspraak heeft op incontinentiemateriaal, kan natuurlijk
niet gedreigd worden dat deze vergoeding stopt omdat zij weigert mee te werken aan
het kenbaar maken van haar privésituatie aan onbekenden. Naast het feit dat dit dreigement
geen juridische gronden heeft, lijkt mij dit niet de gewenste omgang met patiënten.
Haar persoonsgegevens mogen bovendien niet zomaar aan een derde worden afgestaan,
zonder dat zij daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend. Dit is vastgelegd
in de in Nederland geldende privacywetgeving. Ik heb inmiddels vernomen dat het College
bescherming persoonsgegevens (CBP) Tena vragen heeft gesteld over het onderwerp.
Vraag 3
Wat gebeurt er met de privégegevens die telefonisch worden afgenomen door de leveranciers
van incontinentiematerialen?
Antwoord 3
De gegevens zijn alleen in te zien door degene die ze heeft afgenomen. Deze persoon
is bovendien gebonden aan geheimhouding. De KNMP (Koninklijke Nederlandse Maatschappij
ter bevordering der Pharmacie), de beroepsorganisatie van apothekers, laat weten dat
contractueel is vastgelegd dat leveranciers de gegevens aan de apotheker retourneert
en er zelf geen gebruik van maakt bij opzegging van het contract.
Vraag 4
Wat is het oordeel van het College Bescherming Persoonsgegevens over deze gang van
zaken en bijvoorbeeld ook in de situatie van mevrouw B.?
Antwoord 4
Ik weet niet wat het oordeel is of zal zijn van het College bescherming persoonsgegevens
(CBP) omdat het CBP een zelfstandig bestuursorgaan is. Ik weet wel dat het CBP Tena
inmiddels vragen heeft gesteld over het onderwerp.
Vraag 5, 6
Wat vindt u van het feit dat patiënten, als ze hun oorspronkelijke incontinentiemateriaal
en broekjes willen behouden, nu van de apotheker te horen krijgen dat ze moeten bijbetalen?
Is dit niet ongewenst? Wordt hier niet ten onrechte de rekening bij de patiënt neergelegd
door de apotheker en/of Achmea?3
Hoe gaat u voorkomen dat patiënten voor incontinentiemateriaal dat is afgestemd op
de persoonlijke situatie van de patiënt, moeten bijbetalen?
Antwoord 5, 6
Als een bepaald type incontinentiemateriaal voor de verzekerde adequaat en doelmatig
is, dan heeft hij daar aanspraak op. Dan is een eigen bijdrage niet aan de orde. Wil
de verzekerde een product dat duurder is dan het adequate en doelmatige product, dan
zou de verzekeraar tegemoet kunnen komen aan de voorkeur van de verzekerde door de
verzekerde de meerkosten te laten bijbetalen. Op die manier is er toch sprake van
doelmatige zorg.
Toelichting:
Deze vragen zijn aanvullend op de eerdere vragen terzake van de leden Van Gerven (SP),
ingezonden 9 augustus 2012 (vraagnummer 2012Z14974), Gerbrands (PVV), ingezonden 10 augustus 2012 (vraagnummer 2012Z14983) en Voortman (GroenLinks), ingezonden 10 augustus 2012 (vraagnummer 2012Z14984).
X Noot
1Persbericht 9 augustus 2012
X Noot
2E-mail van mevrouw B.
X Noot
3Telefoonnotitie SP fractie Tweede Kamer