Vragen van het lid Recourt (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over oplichters werkzaam in de schuldsanering (ingezonden 30 augustus 2012).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 9 oktober 2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 39.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Steeds oplichters werkzaam in de schuldsanering»?1

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Wist u dat het aantal malafide bewindvoerders en budgetcoaches zo snel toeneemt? Zo ja, wat heeft u daar tegen ondernomen? Zo nee, zal het wetsvoorstel dat nu in behandeling is een halt toeroepen aan deze ongebreidelde groei van oplichters binnen de schuldsanering? Zo nee, gaat u deze omissie herstellen?

Antwoord

Het is niet zeker of het aantal malafide bewindvoerders en budgetcoaches snel toeneemt. In het in vraag 1 aangehaalde artikel wordt deze bewering niet onderbouwd. Niettemin is duidelijk dat ook bij het beschermingsbewind behoefte bestaat aan kwaliteitsnormen voor de bewindvoering. Op 24 oktober 2011 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie daarom een wetsvoorstel inzake curatele, beschermingsbewind en mentorschap bij uw Kamer ingediend (Kamerstukken II, vergaderjaar 2011–2012, 33 054, nr. 2). In het wetsvoorstel worden kwaliteitseisen gesteld aan curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Deze wettelijke vertegenwoordigers worden door de rechter benoemd voor mensen die zelf onvoldoende in staat zijn hun financiële of persoonlijke belangen te behartigen. Jaarlijks controleert een accountant of door de vertegenwoordiger de eisen worden nageleefd.

Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de gemeente verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit van de uitvoering van de integrale schuldhulpverlening. Het borgen van de kwaliteit van het in dat kader uitgevoerde budgetbeheer maakt daar onderdeel van uit.

Vraag 3

Deelt u de mening van de voorzitter van de brancheorganisatie voor bewindvoerders en inkomensbeheer (BPI) dat door het massale aanbod de consument door de bomen het bos niet meer zien? Zo ja, wat gaat u doen om deze wildgroei definitief te stuiten?

Antwoord

Het hoge aantal schuldhulpverleners maakt de keuze voor de consument er niet makkelijker op. Daarom bieden bekende brancheorganisaties als de BPBI en de NVVK (de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) houvast voor wie hulp zoekt op het terrein van de schuldenproblematiek. Verder is in dit verband van belang dat op grond van de Wet op het consumentenkrediet (WCK) in beginsel een verbod geldt voor schuldbemiddeling tegen betaling. Schuldbemiddeling heeft betrekking op activiteiten gericht op de totstandkoming en de afwikkeling van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een schuldenaar met zijn schuldeiser(s). De reikwijdte van de WCK is beperkt tot natuurlijke personen met schulden, die geheel of gedeeltelijk voortvloeien uit krediettransacties, waarbij de kredietsom niet meer bedraagt dan € 40 000.

Om wildgroei tegen te gaan wordt het toezicht op de naleving van de regels voor schuldbemiddeling uitgevoerd door het Bureau economische handhaving (BEH) van de Belastingdienst. BEH kan ook strafrechtelijk onderzoek verrichten. De strafrechtelijke sanctie wordt door tussenkomst van de officier van justitie opgelegd door de rechtbank; deze kan bestaan uit een strafrechtelijke boete en/of ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Andere activiteiten die niet vallen onder schuldhulpverlening, kunnen op een andere manier gereguleerd zijn. Budgetbeheer is bijvoorbeeld gereguleerd door de Wet op het financieel toezicht. Op de naleving daarvan wordt toezicht gehouden door De Nederlandsche Bank (DNB). Beschermingsbewindvoerders worden door de rechter benoemd en door een accountant gecontroleerd.

Vraag 4

Klopt de bewering dan financiële problemen vaak gepaard gaan met emotionele problemen en dat bewindvoeringsbureaus geen adequate hulp kunnen bieden? Zo ja, hoe kan bereikt worden dat mensen die financiële hulp nodig hebben, ook emotionele steun krijgen om de problemen het hoofd te bieden? Wordt in het wetsvoorstel aandacht besteed aan deze problematiek?

Antwoord

Een beschermingsbewindvoerder kan door de kantonrechter worden benoemd om de financiële situatie van de betrokkene te stabiliseren en zonodig door te verwijzen naar de gemeentelijke schuldhulpverlening of de wettelijke schuldsanering. Een bewindvoerder wordt niet aangesteld – en is ook niet toegerust – om hulp te bieden bij emotionele problemen. Dat is anders bij de schuldhulpverlening door gemeenten op basis van de per 1 juli 2012 in werking getreden Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, die wel een integraal karakter heeft. Hierbij moet niet alleen aandacht zijn voor het oplossen van de financiële problemen van een cliënt, maar ook voor eventuele omstandigheden die op enigerlei wijze in verband kunnen staan met de financiële problemen van een cliënt. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om psychosociale factoren, relatieproblemen, de woonsituatie, de gezondheid, de verslaving of de gezinssituatie. Het wegnemen van deze oorzaken of omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld emotionele problemen, is in veel gevallen essentieel om de financiële problemen van de cliënt in structurele zin op te lossen.


X Noot
1

AD van 30 augustus 2012

Naar boven