Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20132355

Vragen van de leden Verheijen en Ten Broeke (beiden VVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «EU diplomats to spend more on salaries, less on security» (ingezonden 26 april 2013).

Antwoord minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 mei 2013)

Vraag 1

Kent u het bericht «EU diplomats to spend more on salaries, less on security»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3, 4 en 5

Gaat de kostenstijging voor personeel van de diplomatieke dienst vooral naar verhoging van salarissen en arbeidsvoorwaarden?

Wat zijn de «mandatory salary hikes» waar over wordt gesproken?

Gaat de kostenstijging voor personeel van de diplomatieke dienst naar het aanstellen van nieuw personeel? Wordt dit personeel van buiten aangetrokken of intern herplaatst?

Waar zit de gewenste kostenstijging van 3,6% van het Europees Parlement in?

Antwoord 2, 3, 4 en 5

De inhoud van het bericht kan niet bevestigd worden. De bedragen die daarin genoemd worden zijn kennelijk afkomstig uit de ontwerpbegrotingen voor de EDEO en het Europees Parlement voor 2014. Deze zijn nog niet beschikbaar voor de Raad en worden pas openbaar met de publicatie door de Europese Commissie van de ontwerp EU-begroting voor 2014. Dat voorstel wordt de komende weken verwacht. Vervolgens zal de Raad daarover een standpunt formuleren. Het kabinet zal de Kamer daarover te zijner tijd informeren.

Vraag 6 en 7

Hoe komt het dat de lonen van ambtenaren van de Europese diplomatieke dienst zo schrikbarend hoog liggen? Vindt u dit wenselijk?

Hoe komt het dat het aantal «top-earners» bij de diplomatieke dienst naar verhouding zo veel hoger ligt dan bij andere instellingen van de commissie?

Antwoord 6 en 7

Het aandeel ambtenaren in hogere schalen (vanaf AD 12) is bij de EDEO inderdaad hoger dan bijvoorbeeld bij de Europese Commissie of de Raad. Dit hangt mede samen met de specifieke structuur van de EDEO (externe vertegenwoordigingen) en het brede werkterrein en verantwoordelijkheden van de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Daarnaast is sprake van een erfenis aan hogere schalen uit onderdelen van de Commissie en het Raadssecretariaat die in de EDEO zijn samengebracht.

In algemene zin is de inzet van het kabinet er op gericht om via de lopende herziening van het EU-ambtenarenstatuut de arbeidsvoorwaarden voor Europese ambtenaren te versoberen en meer in lijn te brengen met die in de lidstaten.

Vraag 8

Op welke toelagen hebben in het buitenland werkzame ambtenaren van de diplomatieke dienst van de Europese Unie recht?

Antwoord 8

EU-ambtenaren die werkzaam zijn in een derde land komen in aanmerking voor specifieke toelagen vanwege woon- en werkomstandigheden. Deze regelingen zijn opgenomen in het EU-ambtenarenstatuut, Annex 10 en betreffen o.a. een vergoeding voor lokale levensomstandigheden (gezondheidszorg, veiligheid, klimaat en mate van isolement), een vergoeding in verband met persoonlijke risico’s (in specifieke gevallen), scholing en een koopkrachtcorrectie. Daarnaast wordt in bepaalde gevallen voorzien in onkostenvergoedingen voor bijvoorbeeld vervoer of hoge ziektekosten. Deze toelagen zijn een aanvulling op de toelagen voor niet-uitgezonden Europese ambtenaren.

Vraag 9

Kunt u een vergelijking maken in kosten en verdeling (efficiency) met de Nederlandse diplomatieke dienst?

Antwoord 9

De apparaatsuitgaven van de EDEO bedragen € 509 miljoen (2013). Hiervan betreft € 146 miljoen personeelsuitgaven op het hoofdkantoor in Brussel en € 50 miljoen gebouwen, materieel en operationele uitgaven in Brussel. Het budget voor de EU-delegaties bedraagt € 312 miljoen. Dit betreft personeelsuitgaven, gebouwen en daarmee samenhangende kosten en overige administratieve uitgaven.

De apparaatsuitgaven van het ministerie van Buitenlandse Zaken bedragen bijna € 760 miljoen. Hiervan betreft € 252 miljoen apparaatskosten voor het departement in Den Haag en € 508 miljoen apparaatskosten voor het postennetwerk in het buitenland. In de apparaatskosten van het postennet worden meegenomen de totale personeelskosten (uitgezonden en lokaal) en materiele uitgaven, waaronder huisvesting, beveiliging en ICT.

Hoge Vertegenwoordiger Ashton heeft aangekondigd voor de zomer met een evaluatierapport te komen over het functioneren en de organisatie van EDEO. Het kabinet wil deze evaluatie aangrijpen om een slag te maken naar een sterkere Europese diplomatieke dienst, die in staat is een krachtigere rol te spelen in mondiale kwesties.

Daarbij is budgettaire discipline essentieel voor het maatschappelijk draagvlak. Onder grote bezuinigingsdruk zoeken lidstaten, waaronder Nederland, naar manieren om zonder extra middelen hun postennet effectiever in te richten. Hierover zal ik u vóór de zomer nader informeren in de brief over moderne diplomatie en het postennet. Ook de EDEO ontkomt hier niet aan. Het streven naar grotere synergie tussen het postennet van de lidstaten en de EDEO kan hieraan bijdragen. Het evaluatierapport zal besproken worden in de Raad Buitenlandse Zaken. Het kabinet zal in de geannoteerde agenda nader op het rapport ingaan.