Vragen van het lid Koşer Kaya (D66) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over het beperkte aantal re-integratietrajecten voor 45-plussers (ingezonden 31 augustus
2012).
Antwoord van staatssecretaris De Krom (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
8 oktober 2012).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
getiteld «Merendeel re-integratie voor mensen jonger dan 45 jaar»?1
Antwoord 1
Het is een interessant artikel.
Het UWV en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het re-integratiebeleid;
door hen wordt besloten welk instrument voor wie wordt ingezet.
Vraag 2
Wat is er bekend van de (netto-)effectiviteit van re-integratie gedifferentieerd naar
verschillende leeftijdsgroepen? Met andere woorden, werkt re-integratie beter bij
jongeren of bij ouderen?
Antwoord 2
De effectiviteit is afhankelijk van veel factoren. Recent heb ik uw Kamer een brief
doen toekomen met feiten en inzichten op dit vlak2. In de literatuur worden geen verschillen gevonden wat betreft de netto effectiviteit
van re-integratie gedifferentieerd naar leeftijd (zie de overzichtsstudie van Card,
Kluve en Weber, «Active labour market policy evaluations: A meta-analysis», The Economic Journal, 2010, pp. 452–477).
Vraag 3
Zijn er ook cijfers bekend over de inzet van re-integratie naar leeftijdscategorieën
voor de Wajong en de WW? Zo ja, kunt u deze cijfers duiden?
Antwoord 3
Vanaf 2012 worden door het UWV geen re-integratietrajecten meer ingezet voor mensen
in de WW. Het UWV biedt WW-gerechtigden wel ondersteuning bij het vinden van werk.
De nadruk daarbij ligt op digitale dienstverlening. Voor een deel van de WW-werkzoekenden
is ook intensieve face-to-face dienstverlening beschikbaar.
Ten aanzien van de Wajong blijkt uit de eerste Wajongmonitor3 dat de inzet van re-integratietrajecten bij de jongere leeftijdsgroepen is geconcentreerd.
Bij oudere Wajongers (vanaf 35 jaar) wordt relatief weinig een traject ingezet (circa
10%).
Met de introductie van de nieuwe Wajong in 2010 is de Wajong werkregeling tot stand
gekomen. Hierbij ligt de focus op het ondersteunen van, investeren in en ontwikkelen
van Wajongers, met name in de periode tot 27 jaar. In de nieuwe Wajong staat de oriëntatie
op werk en arbeidsondersteuning centraal,daar waar de oude Wajong vooral een uitkeringsregeling
is.
Vraag 4
Is het waar dat slechts 9 procent van de 55-plussers die actief op zoek is naar werk,
ook daadwerkelijk een baan vindt?4 Bevestigt dit cijfer volgens u dat de arbeidsmarkt voor ouderen slecht functioneert?
Antwoord 4
Het is juist dat de arbeidsmarktpositie van ouderen aandacht vraagt. Om de arbeidsdeelname
van ouderen te bevorderen zijn door het kabinet maatregelen voorgesteld, zoals het
beleid inzake duurzame inzetbaarheid, de invoering van een mobiliteitsbonus ouderen
en de hoofdlijnennotitie aanpassing ontslagrecht en WW.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het belangrijk is om re-integratie gericht in te zetten voor
mensen met afstand tot de arbeidsmarkt? Is het in dat kader niet logisch als daar
veel 45-plussers tussen zitten, omdat juist zij grote moeite hebben bij het vinden
van een baan? Hoe beoordeelt u in dat licht het feit dat 45-plussers in de praktijk
juist relatief weinig re-integratietrajecten krijgen?
Antwoord 5
Onderzoekt toont dat het het meest effectief is om re-integratie gericht in te zetten
voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Re-integratie is daarbij
niet de enige manier om de arbeidsdeelname te bevorderen. Zoals eerder opgemerkt zijn
bijvoorbeeld ook het beleid gericht op duurzame inzetbaarheid en een betere werking
van de arbeidsmarkt van belang, ook voor 45-plussers. Het aantal trajecten voor bijstandsontvangers
geeft niet het volledige beeld, omdat voor de oudste leeftijdsgroepen ook andere instrumenten
zijn ingezet.
Vraag 6
Is het waar dat veel langdurig werkloze 50-plussers niet met de meest moderne middelen
naar een baan zoeken?5 Denkt u ook dat zij hierdoor veel vacatures missen? In hoeverre kan re-integratie
dit knelpunt verminderen?
Antwoord 6
Het gaat niet zozeer om het al of niet gebruiken van moderne middelen, maar om het
benutten van de goede middelen. Werkgevers maken bij voorbeeld veel gebruik van de
kanalen van uitzendbedrijven. Uit een recent Astri onderzoek komt naar voren dat de
zoekkanalen van veel uitkeringsontvangers niet overeenstemmen met de wijze waarop
werkgevers hun vacatures kenbaar maken. Hierdoor missen uitkeringsontvangers vacatures.
In mijn brief van 16 augustus 2012 aan uw Kamer, ben ik hierop uitvoerig ingegaan.6
X Noot
3 Kamerstukken II, 2010/2010, 29 817, 57. Ander onderzoek bevestigt dit beeld wat betreft de inzet van de jobcoach, zie Kamerstukken
II, 2008/2009, 31 224, nr. 24, bijlage evaluatie jobcoach, pagina 25.
X Noot
4RWI (2011), «G(oud)! Kansen creëren voor werkloze ouderen»
X Noot
5Intelligence Group (2012), «Arbeidsmarkt Gedragsonderzoek»
X Noot
6 Naar aanleiding van het onderzoek over aansluiting vraag en aanbod laaggeschoold
werk.