Vragen van de leden Voordewind en Wiegman-van Meppelen Scheppink (beiden ChristenUnie)
aan de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over incontinentiezorg (ingezonden
11 september 2012).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 5 oktober
2012).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Maak einde aan afleveren met verlies»?1
Antwoord 1
Ik ben inderdaad bekend met het nieuwsbericht van de KNMP dat gaat over apothekers
die zouden toeleggen op de prijs van geneesmiddelen.
Vraag 2
Deelt u de mening dat een individuele patiënt recht heeft op de hoeveelheid incontinentiemateriaal
die hij/zij in zijn/haar omstandigheden nodig heeft, en dat de zorgverzekeraar deze
zorgvraag uit het basispakket dient te vergoeden? Is het niet mensonterend om als
gevolg van budgettering te weinig incontinentiemateriaal te krijgen?
Antwoord 2
Volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw) bestaat er recht op incontinentiemateriaal voor
zover een verzekerde daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen. Het
moet daarbij gaan om adequate en doelmatige (toereikende) zorg. Daarnaast biedt de
Zvw de zorgverzekeraar de ruimte om met partijen afspraken te maken over het zo doelmatig
mogelijk leveren van die zorg. In dit geval is een zorgverzekeraar met zorgaanbieders
(apotheek of medisch speciaalzaak) overeen gekomen om de incontinentiezorg voortaan
te vergoeden op basis van bepaalde zorgprofielen. Gezien de verplichting tot toereikende
zorg, kan er van mensonterende situaties geen sprake zijn.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het toepassen van «gepast gebruik» er niet voor moet zorgen
dat de hoeveelheid incontinentiemateriaal ontoereikend is? Zo ja, op welke wijze zou
«gepast gebruik» beter kunnen worden toegepast door de zorgverzekeraars?
Antwoord 3
Wanneer er sprake is van «gepast gebruik» dan sluit dit per definitie een ontoereikende
of overbodige hoeveelheid incontinentiemateriaal uit. Gepast gebruik kan door zorgverzekeraars
vooral worden verbeterd door de meest doelmatige vormen van incontinentiezorg te contracteren.
Vraag 4
In welk opzicht vindt u het groeperen en budgetteren van patiënten in de door de zorgverzekeraar
gedefinieerde patiëntenprofielen, ten opzichte van een individuele patiënt, een verbetering
van de kwaliteit van zorg?
Antwoord 4
Indien het werken met patiëntenprofielen ertoe leidt dat patiënten gepaste zorg ontvangen
tegen maatschappelijk lagere kosten, komt dat de kwaliteit en houdbaarheid van ons
zorgstelsel alleen maar ten goede.
Vraag 5
Wilt u met de zorgverzekeraar Achmea in gesprek gaan over het feit dat er opnieuw
een grote administratieve verplichting is komen te liggen bij apothekers, terwijl
er juist aan een verlichting gewerkt zou worden? Zo ja, wilt u dan aan de orde stellen
dat door de verhoging van administratieve verplichtingen de kosten en baten voor het
leveren van incontinentiemateriaal niet meer tegen elkaar opwegen?
Antwoord 5
Ik heb geen rol in de overeenkomsten die tussen partijen worden afgesloten. Wanneer
beide partijen instemmen met de gemaakte afspraken, waaronder de onderling afgesproken
administratie, ga ik ervan uit dat beide partijen deze afspraken vervolgens kunnen
nakomen.
Vraag 6
Welke oplossingsrichting heeft u voor ogen, wanneer een patiënt in het juiste patiëntenprofiel
is ingedeeld, maar toch onverhoopt voortijdig door zijn incontinentiemateriaal heen
is?
Antwoord 6
De oplossing ligt al besloten in de Zvw. Immers, op grond van de Zvw heeft de verzekerde
recht op adequaat functionerende hulpmiddelen. De zorgaanbieder die de zorgverzekeraar
inschakelt, zal er op moeten toezien dat een verzekerde steeds de beschikking heeft
over de voor hem noodzakelijke hulpmiddelen. Wanneer de verzekerde niet de noodzakelijke
incontinentiezorg krijgt (wat bijvoorbeeld leidt tot het voortijdig opraken van zijn
incontinentiemateriaal) en overleg tussen verzekerde en zorgaanbieder geen oplossing
biedt, dan kan de verzekerde zich wenden tot zijn zorgverzekeraar. Deze verzekeraar
kan dan bezien of de zorgaanbieder zich houdt aan het verlenen van de overeengekomen
noodzakelijke zorg.
Vraag 7
Is het waar dat patiënten niet mogen bijbetalen als zij extra incontinentiemateriaal
willen kopen?
Antwoord 7
Wanneer het gaat om incontinentiemateriaal dat als noodzakelijke zorg tot het basispakket
behoort en waarop een verzekerde qua aard en omvang recht heeft, is een bovenwettelijke
bijbetaling niet toegestaan. Indien de verzekerde echter meer incontinentiemateriaal
wenst dan waarop hij op grond van de Zvw is aangewezen en aanspraak heeft, dient hij
dit zelf te betalen. Het staat een ieder vrij om incontinentiemateriaal zelf te kopen
omdat voor deze hulpmiddelen geen recept verplicht is.