Vragen van de leden Beertema, Van Klaveren en Wilders (allen PVV) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de anti-Westerse opvattingen binnen de Islamitische Universiteit Rotterdam (ingezonden 6 maart 2013).

Antwoord van minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 3 mei 2013).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Heeft Ahmet Akgündüz de zegen van Rudolf Steiner? Triodosbank financiert Islamitische Universiteit Rotterdam» (IUR)?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Ontvangt de Islamitische Universiteit Rotterdam op enigerlei wijze overheidssubsidies? Zo ja, om welke subsidies en welke bedragen gaat het dan?

Antwoord 2

De Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) ontvangt geen onderwijsbekostiging of subsidie van de overheid.

Vraag 3

Bent u bekend met het boek «Islamic Public Law» van Ahmet Akgündüz, de rector van de IUR, die verantwoordelijk is voor het pedagogisch klimaat van deze zogenaamde universiteit?

Antwoord 3

Ja, ik ben bekend met het bestaan van dit boek. Het betreft een boek over islamitisch recht.

Vraag 4

Deelt u de mening dat de opvattingen die worden uitgedragen door de rector2, de docenten en de universiteit als geheel in strijd zijn met Westerse normen en waarden van bijvoorbeeld gelijkheid van man en vrouw3, hetero en homo4, gelovige en geloofsverlater5 en dat die niet aan de basis mogen liggen van geaccrediteerde Nederlandse onderwijsinstellingen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de accreditaties voor de bachelor- en masteropleidingen in te trekken?

Antwoord 4

De Nederlandse overheid staat voor de gelijkwaardigheid van man en vrouw, hetero en homo, gelovige, niet-gelovige en geloofsverlater. Ik ben onder meer verantwoordelijk voor homo- en vrouwenemancipatie en voer hierop ook actief beleid. Het kabinet heeft expliciete aandacht voor migranten die bij het afstand nemen van hun geloof, of die als homo of als jonge vrouw een beperkende vorm van groepsdruk ervaren. Zij verdienen bij uitstek steun, zoals ook Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn integratienota6 heeft aangegeven.

De aangehaalde uitlatingen zijn gedaan in een interview van meer dan 10 jaar geleden, blijkens de datum van het aangehaalde artikel in voetnoot 2 en 3 – en op persoonlijke titel. Daarnaast wordt verwezen naar leerstellingen in een academisch werk die daarmee nog niet de persoonlijke opvattingen van de rector weerspiegelen. De betreffende opleidingen aan de IUR zijn geaccrediteerd en ik zie geen noodzaak om deze accreditaties in te trekken.

Vraag 5

Deelt u de mening dat geestelijk verzorgers door de IUR worden opgeleid in een geest van segregatie en haat tegen Westerse waarden en daarom nooit in Nederlandse overheidsdienst zouden mogen werken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Ik deel deze mening niet. Islamitisch geestelijk verzorgers bij de overheid worden zorgvuldig geselecteerd op bekwaamheid en geschiktheid voor de functie. Daar hoort haat tegen westerse waarden niet bij. Daarnaast moeten zij beschikken over een geaccrediteerd diploma voor geestelijke verzorging. De postinitiële hbo-master voor het opleiden van islamitisch geestelijk verzorgers aan de IUR is in 2009 geaccrediteerd. Het visitatierapport van deze opleiding uit 2009 benadrukt bovendien: «De commissie heeft in gesprekken met vertegenwoordigers van alle IUR-gremia met voldoening geconstateerd dat de opleiding streeft naar een in veel opzichten evenwichtiger genderbalans, dat zij mikt op een uitgesproken openheid naar de veelkleurige diversiteit van de Islam in Nederland, dat zij zich beraadt op verdere systematisering van haar interne kwaliteitscontrole, en vooral dat zij uitdrukkelijk uit is op nauwe samenwerking met de Nederlandse wereld van het hoger onderwijs.»7


X Noot
2

«Rector IUR: je vrouw slaan mag, maar niet regelmatig» (Trouw, 07 november 2000)

X Noot
3

citaat: « «Mannen en vrouwen zijn in de Koran gelijkwaardig», houdt Akgündüz vol. «Maar dat betekent niet dat vrouwen elk recht toekomt dat mannen hebben.» « (Trouw, 07 november 2000)

X Noot
4

citaat: «By way of analogy with adultery, jurists declare sodomy punishable by death, sometimes by stoning but often with a public ignomy attached to the execution, such as being thrown from a high building or buried alive.» (Ahmet Akgündüz in Islamic Public Law, p. 408)

X Noot
5

citaat: «Thus, we could say that, according to most jurists, the basic punishment for apostasy is capital punishment, which is applied to men. On the other hand, the substitute punishment is that apostates are imprisoned until they become Muslims again, which is what is done with women.» (Ahmet Akgündüz in Islamic Public Law, p. 371)

X Noot
6

Ministerie van SZW: Kamerbrief Agenda Integratie, 19 februari 2013

X Noot
7

QANU: Visitatierapport Islamitische Geestelijke Verzorging – Islamitische Universiteit Rotterdam, december 2009

Naar boven