Vragen van het lid Albert de Vries(PvdA) aan de minister voor Wonen en Rijksdienst
over de toename van de kantorenleegstand en de voortgang van de uitvoering van het
convenant Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren (ingezonden 25 februari 2013).
Antwoord van minister Blok (Wonen en Rijksdienst) mede namens de minister van Infrastructuur
en Milieu (ontvangen 1 mei 2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013,
nr. 1756.
Vraag 1
Kent u het artikel »16 procent van de kantoren staat leeg» waarin wordt gewezen op
de toenemende leegstand van kantoorruimte; een toename die nog nooit zo groot is geweest
als in 2012?1
Antwoord 1
Ja, het artikel is mij bekend.
Vraag 2
Deelt u de mening dat de fors toenemende (structurele) leegstand op de kantorenmarkt
ervoor zorgt dat snelle uitvoering noodzakelijk is van het convenant dat met de kantorentop
is gesloten in het kader van het Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren?
Antwoord 2
Ja, die mening deel ik.
Vraag 3
Wat is uw visie op de voortgang van de uitvoering van het convenant dat in het kader
van het Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren in juni 2012 is gesloten en op de
inzet van en samenwerking tussen de partijen in de kantorentop?
Antwoord 3
Op 1 februari jongstleden zijn de betrokken convenantspartijen bijeen geweest om de
voortgang van de in het convenant afgesproken acties te bespreken. Geconstateerd is
dat de aanpak van de leegstand van kantoren urgent blijft en tegelijkertijd een lastig
vraagstuk is dat blijvende inzet vergt van alle partijen.
Zij hebben alle bevestigd dat ze zich zullen blijven inspannen om de afgesproken acties
te realiseren. Door middel van mijn brief van 13 maart 2013 (TK 33 400XII, nr 57) aangaande de voortgang van de uitvoering van het convenant bent u hier nader over
geïnformeerd.
Vraag 4
In welke kantorenregio’s zijn reeds «een visie en doelstellingen geformuleerd op de
bestaande kantorenvoorraad, op nieuwe ontwikkelingen en op de inzet van regionale
herprogrammering»?
Antwoord 4
Tijdens de genoemde bijeenkomst van 1 februari 2013 heeft het IPO de voortgang weergegeven
van de provinciale acties met betrekking tot de uitvoering van het convenant: daar
waar het van toepassing is, is in een aantal provincies regionale afspraken gemaakt
en zijn deze regionale afspraken in een aantal andere provincies in voorbereiding.
Acht van de twaalf provincies hebben de (beperking op) ruimte voor nieuwe ontwikkelingen
vastgelegd in hun verordening en/of daarin de toepassing van de ladder voor duurzame
verstedelijking (of vergelijkbare bepalingen) als verplichting opgenomen.
Vraag 5
Zijn er al gebieden waar «stevige ruimtelijke beleidskaders op regionaal niveau» zijn
geformuleerd en worden gehanteerd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zie voor het antwoord op deze vraag het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Zijn er al regionale kantorenfondsen gevormd en zijn hier al concrete resultaten mee
geboekt? Zo ja, wordt hierin enkel door marktpartijen of ook overheden geïnvesteerd?
Zo nee, bent u bereid erop te blijven aandringen dat in alle relevante regio's alsnog
kantorenfondsen worden gevormd?
Antwoord 6
Er zijn nog geen regionale kantorenfondsen ingesteld. Zoals het convenant beschrijft,
hebben marktpartijen en overheden de mogelijkheid een kantorenfonds in te stellen.
Hierbij is geen sprake van een verplichting. Het fonds is een onderdeel uit een heel
pakket aan maatregelen uit het convenant leegstand kantoren. Het is nadrukkelijk de
bedoeling dat de wens om te komen tot een kantorenfonds «van onderop komt» en er in
een regio voldoende draagvlak bij de betrokken eigenaren is om een heffing aan een
eventueel kantorenfonds mee te betalen. In de praktijk blijkt er meer vertrouwen te
zijn in regionale afstemming en marktwerking. De gemeente Amsterdam heeft met betrokken
marktpartijen een pilot opgezet, maar voor een fonds bleek te weinig draagvlak.
Vraag 7
Is het door u in het kader van het convenant aangekondigde onderzoek naar wettelijke
mogelijkheden voor een verplichte afdracht aan regionale kantorenfondsen al afgerond?
Zo ja, wat zijn de bevindingen van het onderzoek? Zo nee, wanneer verwacht u de resultaten
van het onderzoek te presenteren?
Antwoord 7
Het betreffende onderzoek is inmiddels afgerond en door de minister van
Infrastructuur en Milieu op 22 april 2013 naar uw Kamer gestuurd. Momenteel wordt
een beleidsreactie opgesteld. Het streven is -zoals aangegeven door de minister van
Infrastructuur en Milieu – deze vóór de zomer naar de Kamer te sturen.
Vraag 8
Het H-team2 veronderstelt dat het verlaagde btw-tarief uit het woonakkoord ook van toepassing
is op transformaties van leegstaande kantoren; kunt u bevestigen dat dit inderdaad
het geval zal zijn?
Antwoord 8
De specifieke maatregel uit het woonakkoord waarbij een tijdelijke verlaging van de
BTW voor renovatie en herstel gerealiseerd wordt, is niet van toepassing op transformaties
van leegstaande kantoren. In overleg met de staatssecretaris van Financiën wordt bezien
of er mogelijkheden zijn om iets te doen voor de ombouw van kantoorpanden.
X Noot
1Nu.nl, 20 februari 2013
X Noot
2Het H-team is onafhankelijk en agendeert kwesties die herbestemming bevorderen. Tegen
de achtergrond van een groeiende leegstand én een veranderende woon- en werkomgeving,
pleit het H-team primair voor de herbestemming van karakteristiek vastgoed. Voor meer
informatie www.herbestemming.nu
.