Vragen van het lid Hachchi (D66) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
over het bericht «Kwaadwillende kan vliegtuig op afstand hacken» (ingezonden 12 april
2013).
Antwoord van staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 1 mei
2013)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Kwaadwillende kan vliegtuig op afstand hacken»?1
Vraag 2
Kunt u de Kamer informeren hoe het met de computerbeveiliging van de Nederlandse luchtvaartindustrie
is gesteld?
Antwoord 2
In de luchtvaart wordt een veelheid aan computersystemen gebruikt, zoals bij radar,
communicatie, GPS-satelliet navigatie, documentatie systemen (on-board manuals). Deze
systemen worden qua prestaties en veiligheid veelal meegenomen in de technische certificatie
van vliegtuigen, en regelmatig vernieuwd («update»). Technische specificaties terzake
worden ontwikkeld door onder andere internationale luchtvaartgremia, zoals EASA, ICAO
en Eurocontrol. Vaak gaat uitvoerig onderzoek vooraf aan vaststelling van dergelijke
specificaties.
De eisen zijn veelal vastgelegd in sectorale wetgeving op het gebied van luchtvaartveiligheid,
zoals bijvoorbeeld in Europese Luchtvaart wet- en regelgeving, alsook in (uitvoeringsregelingen
onder) de Wet Luchtvaart.
De Inspectie Leefomgeving en Transport houdt op de implementatie van deze wetgeving
toezicht. Het luchtvaartbedrijfsleven stelt zich bij de implementatie van deze wetgeving
actief op.
De minister van Veiligheid en Justitie is coördinerend bewindspersoon voor nationale
veiligheid en cyber security en verantwoordelijk voor het Nationaal Cyber Security
Centrum (NCSC). Het NCSC faciliteert de Airport-Information Sharing and Analysis Center
(ISAC) waar informatie uitgewisseld wordt over ICT-kwetsbaarheden en oplossingen binnen
de luchtvaartsector.
Vraag 3
Bent u het eens met de stelling dat de overheid hier een rol speelt vanwege het veiligheidsaspect
ondanks dat het hier om vliegtuigen van private partijen gaat?
Antwoord 3
Ja, de transportsector in algemene zin, en de luchtvaartsector in het bijzonder, maakt
deel uit van de nationale vitale infrastructuur (net als bijvoorbeeld de haven Rotterdam)
en valt daarmee nadrukkelijk binnen het aandachtsgebied.
Voorts vertaalt deze verantwoordelijkheid zich in relevante wet- en regelgeving, alsmede
toezicht en handhaving daarop (zie antwoord op vraag 2). Tevens wordt daarbij door
middel van het inrichten en deelnemen aan crisisoefeningen binnen de luchtvaartsector
de preparatie en respons op eventuele incidenten geoptimaliseerd.
Vraag 4
Hoe oud zijn de systemen gemiddeld in Nederlandse vliegtuigen en in vliegtuigen die
op Nederlandse luchthavens vliegen? Wat is de hack-gevoeligheid van deze vliegtuigen
volgens u?
Antwoord 4
Zoals aangegeven bij vraag 2 wordt bij de vluchtuitvoering een veelheid aan systemen
gebruikt, die qua prestaties en veiligheid over het algemeen worden meegenomen in
de technische certificatie van vliegtuigen. Daarnaast worden deze systemen ook regelmatig
vernieuwd («update») en gecontroleerd op hun functionaliteit.
Naar aanleiding van het onderzoek naar de hackgevoeligheid dat in de media werd aangehaald,
en waarvan de resultaten werden gepresenteerd tijdens de «hackers» bijeenkomst in
Amsterdam, thans het volgende: EASA en de FAA (de Amerikaanse federale luchtvaartautoriteit)
hebben aangegeven dat de beveiliging van de simulatiesoftware die in het betreffende
onderzoek is gebruikt wezenlijk lager is dan de gecertificeerde systemen die in de
praktijk aan boord van vliegtuigen gebruikt worden. Bij voornoemd onderzoek betreft
het nadrukkelijk een testopstelling en een theoretische kwetsbaarheid. De in de praktijk
gebruikte en gecertificeerde systemen kennen een hogere mate van beveiliging, bijvoorbeeld
waar het gaat om het aanpassen/beïnvloeden van bijvoorbeeld vluchtdata. In een reactie
op voornoemd onderzoek geven EASA en FAA aan dat de ontwikkeling van gecertificeerde
on-boardsystemen al ruim 30 jaar plaatsvindt op basis van strikte normen voor robuustheid
die niet aanwezig zijn in simulatiesoftware.
Dit betekent dat niet op voorhand kan worden aangenomen dat de geconstateerde theoretische
kwetsbaarheden in het onderzoek daadwerkelijk van toepassing zijn op on-board systemen.
Vraag 5
Wordt er al aan oplossingen gewerkt? Welke mogelijkheden ziet u om dit te versnellen?
Antwoord 5
Ondanks de verschillen tussen een gesimuleerde en echte omgeving (zie vraag 4) hebben
betrokken partijen aangegeven om de gepresenteerde onderzoeks-resultaten te gaan testen
in systemen in de praktijk, teneinde het risico zo klein mogelijk te maken. Daarnaast
heeft het NCSC de relevante publieke en private partners vanuit haar expertise op
het gebied van cyber security geïnformeerd over deze casus zodat de partners op grond
van hun eigen verantwoordelijkheid maatregelen kunnen nemen.
Nederland speelt een actieve rol bij de internationale (luchtvaart) beleidsontwikkeling
op dit terrein, en zal dit blijven doen. Daarin worden relevante technologische ontwikkelingen
meegenomen, en worden initiatieven van internationale (luchtvaart) gremia zorgvuldig
bezien. Daar waar het de luchtvaartveiligheid raakt zullen technologische ontwikkelingen
uiteraard versneld worden opgepakt om de hoge mate van veiligheid waar de luchtvaartsector
om bekend staat blijvend op het hoge niveau te houden.
Zie verder antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Welke maatregelen neemt u voor de korte termijn om dit probleem aan te pakken?
Antwoord 6
Zie antwoord op vraag 4 en 5.