Vragen van het lid Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD) aan de minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid over het gesjoemel met loon door Europese bedrijven in de bouwsector
(ingezonden 24 januari 2013).
Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 25 april
2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 1464
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Gesjoemel met loon bij aanleg tunnel Delft»?1
Vraag 2
Kunt u aangeven of het bedrijf Strabag binnen de kaders van de wet opereert bij de
loonaangifte? Bent u bekend met berichten dat andere Europese bouwbedrijven opdrachten
binnenhalen in Nederland door te sjoemelen met het loon of de loonaangifte?
Antwoord 2
Het inlenen van arbeidskrachten uit een ander land is gebaseerd op het vrije verkeer
van werknemers en diensten binnen de Europese Unie. Hiervoor zijn op Europees niveau
regels in het leven geroepen om dit vrije verkeer in goede banen te leiden, zoals
de Verordening (EG) nr. 883/2004 en de Detacheringsrichtlijn. Deze laatste dient voornamelijk
de sociale bescherming van de gedetacheerde werknemer. Het is een bewuste keuze van
de Europese wetgever om het binnen Europa mogelijk te maken om zonder enige belemmeringen
in een ander land te werken of als werkgever personeel uit te lenen aan een onderneming
in een ander land. In mediaberichten komt steeds vaker naar voren dat bedrijven Europese
constructies verkennen of toepassen om de arbeidskosten te verlagen. Uit de berichten
zelf is veelal niet op te maken of het om legale of illegale constructies gaat. Op
de wijze van aangifte doen voor de loon- en premieheffing door specifieke bedrijven
kan ik gelet op de geheimhoudingsplicht niet ingaan.
Vraag 3 en 4
Welke partijen zijn in Nederland bevoegd voor de handhaving van de betaling van sociale
premies? Wat zijn hun bevoegdheden? Worden alle bevoegdheden op adequate manieren
ingezet? In hoeverre wijken de bevoegdheden van de Nederlandse handhavers af van handhavende
organisaties in Duitsland en België? Worden in Duitsland en België schijnconstructies
frequenter opgespoord? Zo ja, hoe kan dat?
In hoeverre hebben handhavende organisaties in Nederland (zoals de Inspectie SZW en
de Belastingdienst) goed zicht op bedrijven die opereren op de Europese (bouw)markt
en schijnconstructies hanteren?
Antwoord 3 en 4
De Inspectie SZW, Belastingdienst en UWV zijn de aangewezen instanties om toe te zien
op de loonheffingen. Zij zijn bevoegd om te controleren of de loon- en premieafdracht
op de juiste wijze geschiedt en bevoegd om de daarvoor benodigde informatie uit te
wisselen. In controlesituaties vullen zij elkaar dan ook daar waar nodig zo veel mogelijk
aan.
Het feit dat beschreven situaties zich niet alleen in Nederland afspelen, maar ook
in andere landen zoals Portugal en Polen, maakt het moeilijker om te beoordelen of
de van toepassing zijnde internationale regelingen juist en volledig worden toegepast.
Hiervoor moet worden samengewerkt met het andere land. Het is mogelijk dat handhavende
instanties in verschillende landen, verschillende bevoegdheden hebben. Het is echter
maar de vraag of deze verschillen in bevoegdheden leiden tot een verschillend opsporingsresultaat.
Immers, zodra het om grensoverschrijdende zaken gaat zijn de bevoegdheden ontleend
aan verdragen en hebben bijvoorbeeld Duitse, Nederlandse en Belgische handhavende
instanties dezelfde grensoverschrijdende bevoegdheden.
Vraag 5
Deelt u de mening dat, als werkgevers met creatieve constructies de wet omzeilen,
dit tot oneerlijke concurrentie leidt voor Nederlandse werkgevers? Zo nee, waarom
niet? Deelt u eveneens de mening dat dergelijke constructies de kansen van Nederlandse
werkzoekenden belemmeren en daarom met kracht bestreden moeten worden? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Ja, die mening deel ik. Constructies voor oneerlijke concurrentie op de gangbare arbeidsvoorwaarden
kunnen zowel leiden tot onderbetaling van Nederlandse en buitenlandse werknemers als
tot lagere kansen voor werkzoekenden in Nederland. Oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden
moet inderdaad met kracht worden bestreden. Tegen constructies die tegen de wet- en
regelgeving indruisen moet worden opgetreden
Vraag 6
Bent u bereid maatregelen te nemen, en zo ja welke, om dubieuze constructies met de
aangifte van sociale premies te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Kunt u ook aangeven
wat er daarvoor (wettelijk) geregeld moet worden?
Antwoord 6
Samen met mijn collega’s van Veiligheid en Justitie, Economische Zaken en Financiën,
heb ik een traject gestart om het bestrijden van schijnconstructies een extra impuls
te geven. Onderdeel hiervan betreft het in kaart brengen van en de maatregelen tegen
constructies die leiden tot oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Conform
de op 18 december jl. aangenomen motie van de leden Kerstens en Azmani (Kamerstukken
II, vergaderjaar 2012/13, 33 400 XV, nr. 40) heb ik uw Kamer in mijn brief van 11 april 2013 geïnformeerd over een integrale
aanpak voor het terugdringen van schijnconstructies.
X Noot
1Het Financieele Dagblad, 21 januari 2013