Vragen van de leden Monasch en Nijboer (beiden PvdA) aan de ministers van Financiën
en voor Wonen en Rijksdienst over grote winstmarges voor banken op hypotheken (ingezonden
26 maart 2013).
Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën), mede namens de ministers van Economische
Zaken en voor Wonen en Rijksdienst (ontvangen 24 april 2013)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het bericht van de Vereniging Eigen Huis (VEH) dat, hoewel
de banken de hypotheekrente met enkele tienden van procenten hebben verlaagd, tegelijkertijd
hun winstmarge tussen januari 2012 tot en met januari 2013 verder steeg?1
Vraag 2
Deelt u de analyse van VEH dat de oorzaak van de extra winststijging is dat de financieringskosten
van de banken op de kapitaalmarkten (de inkoopkosten) harder dalen dan de renteverlagingen
die zij aan hun klanten presenteren? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 2
De algemene conclusie van VEH, dat de marges op hypotheken zijn gestegen, wordt onderschreven
in een recente studie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Deze studie betreft
een update van een eerdere sectorstudie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
over de margeontwikkelingen op de hypotheekmarkt (2011). In haar studie concludeert
de ACM dat de marges op hypotheken sinds februari 2011 opgelopen zijn. De studie van
de ACM wordt u gelijktijdig toegezonden met deze antwoorden.
Vraag 3, 4, 5, 6 en 7
Klopt het dat de kosten die banken maken voor het lenen van geld op de kapitaalmarkten,
daalden met ruim 1 procentpunt van 4,14% in januari 2012 naar 3,03% een jaar later?
Klopt het dat de hypotheekrente die klanten betaalden in dezelfde periode daalde met
0,2 procentpunt?
Is het waar dat de zogenaamde «overwinst» van de banken op de hypotheekrente naar
1,62 procentpunt is gestegen voor hypotheken met de veelvoorkomende tien jaar vaste
renteperiode? Wat is uw mening hierover en kunt u uw antwoord toelichten?
Is het waar dat als gevolg van deze ontwikkeling voor een huishouden met een hypotheek
van 250.000 euro de hoge extra winstopslag van hun bank een verhoging van de bruto-maandlast
van ruim 300 euro met zich meebrengt?
In hoeverre onderschrijft u de stelling van VEH dat over alle hypotheekvormen, de
Nederlandse banken in januari 2013 gemiddeld 1,35 procentpunt aan extra winst berekenen,
daarmee duidend op de winst die bovenop de gebruikelijke winstopslag komt die de banken
voor de crisis aan klanten berekenden?
Antwoord 3, 4, 5, 6 en 7
Uit de studie van de ACM blijkt dat sinds februari 2011 de marges op hypotheken zijn
gestegen en dat gemiddeld genomen de marges na de kredietcrisis hoger liggen dan daarvoor.
Het berekenen van de absolute hoogte van de marge wordt omgeven door onzekere factoren
en aannames aangezien de operationele kosten en risico-opslagen moeilijk precies te
meten zijn. Ook kunnen de marges per berekenmethode verschillen.
Op basis van de analyse van de ACM kan gesteld worden dat de banken momenteel een
hogere marge hanteren op hypotheken dan vóór de crisis, maar kunnen geen uitspraken
worden gedaan over de kwantitatieve conclusies van de VEH. Hoeveel en of de absolute
marge hoger is zal per aanbieder en consument verschillen. De ACM heeft wel op basis
van haar eigen onderzoek kwantitatieve conclusies getrokken die een indicatie geven
van de stijging van de winstmarges, daaruit blijkt dat de winstmarges op hypotheken
na de kredietcrisis in 2008 zijn gestegen met gemiddeld 0,24 tot 0,74 procentpunt.
Voor een consument die na de crisis een hypotheek heeft afgesloten van 200.000 euro
heeft de ACM berekend dat de hypotheeklasten gemiddeld 40 tot 123 euro per maand hoger
zijn (bruto). Tegelijkertijd merkt ook de ACM op dat de absolute hoogte van de marge
onzeker is en dat uitspraken over de hoogte van de marge vooral betrekking hebben
op het relatieve verloop van de marge.
Vraag 8
Als u de winstmarges op hypotheken in 2013 afzet tegen die uit 2008, kunt u dan aangeven
hoe groot het surplus aan hypotheekrenteaftrek is, die als gevolg van deze toename
in winstmarges door de Staat is uitgekeerd aan de hypotheekhouders in Nederland? Kunt
u dit toelichten?
Antwoord 8
Zie hiervoor de eerdere antwoorden op de vragen 3, 4 en 5 van de leden Tony van Dijck
en Van Klaveren (beiden PVV) welke naar uw Kamer gezonden zijn op 25 maart 2013.
Vraag 9
Kunt u aangeven wat de invloed is op de doorstroming binnen de koopmarkt en vanuit
de huur- naar de koopmarkt als gevolg van deze hypotheekmarges? Bent u het eens met
de stelling dat deze winstmarges het kopen van een eigen woning voor veel middengroepen
moeilijker maakt?
Antwoord 9
De woningmarkt is gebaat bij lage financieringskosten. Een hoger rentetarief maakt
de aankoop van een woning duurder. Dat geldt voor alle (potentiële) kopers. De studie
van de ACM laat zien dat capaciteitsrestricties en verminderde mogelijkheden tot toetreding
de belangrijkste verklaringen voor de stijging van de hypotheekmarges zijn. De ACM
heeft aangegeven nog dit jaar nader onderzoek te zullen verrichten naar mogelijkheden
voor verbeteringen van de marktwerking in de bancaire sector, waaronder de hypotheekmarkt.
Daarbij zal specifiek aandacht worden besteed aan de toetredingsdrempels en capaciteitsrestricties
op de markt.