Vragen van het lid Heerma (CDA) aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over sluiting van peuterspeelzalen die draaien op vrijwilligers (ingezonden 29 maart 2013).

Antwoord van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 23 april 2013)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «een peuterspeelzaal die alleen op vrijwilligers draait mag niet»1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat peuterspeelzaal ’t Hinnepykje in Sneek moet gaan sluiten omdat de wet betaalde krachten voorschrijft?

Antwoord 2

Of het Hinnepykje in Sneek moet gaan sluiten is aan de gemeente en de peuterspeelzaal zelf. Met de invoering van de Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie per 1 augustus 2010 is bepaald dat er in het kader van professionalisering van het peuterspeelzaalwerk minimaal één beroepskracht op een groep met peuters moet staan. Beroepskrachten zijn bezoldigd. Naast een beroepskracht mogen er vrijwilligers werkzaam zijn. Er is bewust gekozen voor minimaal één beroepskracht op een groep, omdat groepsstabiliteit en continuïteit onder druk staan in peuterspeelzalen met uitsluitend vrijwilligers. Versterking van de peuterspeelzaal op deze wijze werd door de sector verwelkomd. Gemeenten hebben drie jaar de tijd gekregen (tot 1 augustus 2013) om aan deze eis te voldoen. Op deze basis zijn inmiddels ruim 3.000 peuterspeelzalen ingeschreven in het landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen.

Omdat personeelskosten de grootste kostenpost is bij peuterspeelzalen, is het Rijk gemeenten tegemoetgekomen: gemeenten ontvangen sinds 2010 jaarlijks € 35 miljoen om tenminste één bezoldigde beroepskracht op elke groep aan te stellen. Daarmee biedt het Rijk de (inmiddels) gekwalificeerde vrijwilligers de mogelijkheid om hun werkzaamheden bezoldigd voort te zetten. Dat beroepskrachten bezoldigd worden hangt ook samen met de afspraken die sociale partners hierover maken in de cao, ter bescherming van de beroepsgroep.

Vraag 3

Deelt u de mening van de wethouder van Sneek dat dit een absurde situatie is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Nee. Voor mijn argumenten verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 2.

Vraag 4

Bent u voornemens om de verlenging voor de uitzonderingssituatie voor ouderparticipatiecrèches, zoals onlangs toegezegd, ook te laten gelden voor peuterspeelzalen die draaien op vrijwilligers? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Nee. In het licht van het uitvoering geven aan de in 2010 voorgenomen kwaliteitsverbetering van peuterspeelzalen, zijn er geen nieuwe feiten om een dergelijke uitzonderingspositie voor peuterspeelzalen, die uitsluitend draaien op vrijwilligers, op dit moment te rechtvaardigen.


X Noot
1

Trouw, 28 maart 2013

Naar boven