Vragen van het lid Bisschop (SGP) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap over de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) (ingezonden 26 maart 2013).
Antwoord van staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
22 april 2013).
Vraag 1
Kunt u aangeven waarom u het dictum van de motie Bisschop over het weigeren van openbaarmaking
van toetsresultaten, waarin de regering verzocht wordt gebruik te maken van de mogelijkheid
van artikel 10, tweede lid, onderdeel g, van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB),
als een oproep tot bestuurlijke ongehoorzaamheid beschouwt?1
Antwoord 1
Uitgangspunt van de WOB is openbaarheid. Documenten die onder de reikwijdte van de
WOB vallen, moeten openbaar gemaakt worden, tenzij een uitzonderingsgrond van artikel
10 of 11 van de WOB van toepassing is. De ruimte voor een bewindspersoon om een verzoek
tot openbaarmaking af te wijzen is beperkt. Dit is wat ik aan het einde van een intensief
debat over het wetsvoorstel Eindtoets PO op 21 maart 2013 heb willen benadrukken toen
ik uw motie met een kwinkslag ontraadde.
Na ampele overweging heb ik besloten dat het algemeen belang van openbaarmaking zwaarder
weegt dan het eventueel onevenredig nadeel dat scholen ondervinden. Uit zorgvuldigheid
heb ik toepassing gegeven aan de bepaling in de WOB die de mogelijkheid biedt om openbaarmaking
uit te stellen als rekening gehouden moet worden met bezwaren. Daar heeft een substantieel
aantal schoolbesturen gebruik van gemaakt. In het kader van de bezwaarprocedure zal
ik het door mij genomen besluit tot openbaarmaking heroverwegen, ook op het punt van
het ingeroepen onevenredig nadeel voor de scholen. Op de uitkomst van deze heroverweging
– die nog moet plaatsvinden – kan ik niet vooruitlopen. De jurisprudentie is casuïstisch.
Het eventuele onevenredige nadeel moet aannemelijk worden gemaakt. Daartoe hebben
de schoolbesturen de gelegenheid bij mijn heroverweging op bezwaar.
Uiteraard zal ik u informeren over de beslissing op bezwaar zodra deze is genomen.
Vraag 2
Onderkent u dat artikel 10, tweede lid, onderdeel g, van de WOB bewust een ruime grondslag
biedt om met het oog op de belangen van betrokkenen, zoals de overheid en scholen,
openbaarmaking te kunnen weigeren?2 Zou het gelet op het karakter van deze bepaling niet merkwaardig zijn om juist op
voorhand, zonder tussenkomst van de rechter, te stellen dat er geen juridische mogelijkheden
zijn om openbaarmaking te weigeren?
Antwoord 2
In uw vraag wijst u er terecht op dat het merkwaardig zou zijn om, in situaties waarin
aan de zijde van betrokkenen sprake kan zijn van belangen die de WOB beoogt te beschermen,
zonder tussenkomst van de rechter tot openbaarmaking te besluiten. Dit zal vooral
het geval zijn in situaties waarin rekening moet worden gehouden met bezwaren van
deze belanghebbenden. Zoals in het antwoord op vraag 1 is aangegeven, opent de WOB
de mogelijkheid om in zulke situaties weliswaar tot openbaarmaking te besluiten, maar
de uitvoering van dat besluit uit te stellen totdat belanghebbenden in de gelegenheid
zijn geweest rechterlijke tussenkomst in te roepen. Van die mogelijkheid is hier gebruik
gemaakt. Naar aanleiding daarvan heb ik uit overwegingen van zorgvuldigheid besloten
de openbaarmaking verder uit te stellen totdat ik op de bezwaarschriften een beslissing
heb genomen. En als die beslissing daartoe aanleiding mocht geven, zal ik belanghebbenden
opnieuw in de gelegenheid stellen rechterlijke tussenkomst in te roepen alvorens tot
feitelijke openbaarmaking over te gaan. Zolang belanghebbenden dat om moverende redenen
wensen, zal dus niet zonder rechterlijke tussenkomst tot openbaarmaking worden overgegaan.
Voor de goede orde wijs ik er nog op dat het aan belanghebbenden is een overheidsbesluit
aan een rechterlijk oordeel te onderwerpen. Ik kan dat niet zelf.
Vraag 3
Welke argumenten heeft u om geen gebruik te maken van artikel 10, tweede lid, onderdeel
g, van de WOB? Erkent u dat het feit dat sommige eigenaren van toetsresultaten zelf
besloten hebben om resultaten te publiceren onvoldoende voorwaarde is om als overheid
de resultaten van alle scholen openbaar te kunnen maken?
Antwoord 3
Het feit dat een aantal eigenaren van toetsresultaten deze resultaten eigener beweging
publiceert, hoeft op zichzelf niet te betekenen dat andere eigenaren geen belang meer
zouden hebben bij niet-openbaarmaking. Ik kan betreffende vraag dus bevestigend beantwoorden.
Voor het overige verwijs ik naar de antwoorden bij vraag 1 en 2.
Vraag 4
Kan uit uw toelichting dat u gezocht heeft naar mogelijkheden om openbaarmaking te
weigeren opgemaakt worden dat openbaarmaking van de gevraagde gegevens volgens u onwenselijk
is voor het onderwijs? Zo ja, noopt juist die overtuiging niet tot gebruik van artikel
10, tweede lid, onderdeel g, van de WOB?
Antwoord 4
Zie het antwoord bij vraag 1.
Vraag 5
Kunt u op basis van jurisprudentie aangeven dat een beroep op deze bepaling volslagen
kansloos zal zijn? Zo nee, ligt het op grond van uw toelichting dat u niet blij bent
met het WOB-verzoek en gezien uw verantwoordelijkheid op grond van artikel 23, eerste
lid, van de Grondwet niet voor de hand dat u het verzoek weigert en dat u indien nodig
het oordeel over de reikwijdte van de WOB aan de rechter overlaat? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Zie het antwoord bij de vragen 1 en 2.
Vraag 6
Bent u bereid deze vragen, gezien de opschorting van de levering van de gegevens,
zo snel mogelijk te beantwoorden?