Vragen van de leden Bonis (PvdA), Van Bommel (SP), Sjoerdsma (D66) en Van Ojik (GroenLinks)
aan de minister van Buitenlandse Zaken over Palestijnse gevangenen in Israëlische
detentie (ingezonden 11 maart 2013).
Antwoord van minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 18 april 2013)
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van de situatie van de Palestijnse burgers Samer Issawi1 en Ayman Sharawneh2 in Israëlische gevangenschap, die reeds langere tijd in hongerstaking zijn en nu
in levensgevaar verkeren?
Antwoord 1
Ayman Sharawneh is op 17 maart ontslagen uit Israëlische detentie en overgebracht
naar Gaza waar hij 10 jaar moet verblijven alvorens terug te kunnen keren naar zijn
woonplaats op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse gevangene Samer Issawi is
eind februari overgebracht naar het penitentiair ziekenhuis in Israël als gevolg van
de langdurige hongerstaking.
Vraag 2 en 3
Deelt u de mening dat bij deze gevangenschap feitelijk sprake is van administratieve
detentie, aangezien de tenlasteleggingen niet door een onafhankelijke rechter zijn
getoetst?
Deelt u de mening dat dit des te ernstiger is aangezien het ontbreken van een behoorlijke
rechtsgang in beide gevallen leidt tot een detentie van tientallen jaren?
Antwoord 2 en 3
Er is geen sprake van administratieve detentie. In het geval van Ayman Sharawneh en
Samer Issawi is de rechtsgang uitgemond respectievelijk kan die uitmonden – afhankelijk
van eventueel ingesteld beroep door de heer Issawi zelf – in toegang tot een onafhankelijke
rechterlijke instantie, in beide gevallen het Hooggerechtshof.
Vraag 4 en 5
Bent u bereid bilateraal of in EU-verband te interveniëren om voor beide gedetineerden
te bewerkstelligen dat zij hun hongerstaking kunnen opgeven op basis van een geloofwaardige
toezegging dat de aanklachten tegen hen op korte termijn behandeld zullen worden in
een behoorlijk proces door een civiele rechtbank? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening van mensenrechtenorganisaties in en buiten Israël dat de Israëlische
autoriteiten de rechtsorde ondermijnen c.q. mensenrechten schenden door de schaal
waarop zij mensen in administratieve hechtenis nemen (enige honderden op enig moment)
en de duur van die hechtenis (oplopend tot enige jaren)? Zo nee, waarom niet? Zo ja:
welke stappen gaat u bilateraal en in EU-verband zetten om Israël hierop aan te spreken?
Antwoord 4 en 5
De Nederlandse regering deelt de zorgen over de schaal en duur van deze detenties.
De situatie van de Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie wordt door Nederland
en de EU nauwgezet gevolgd. In februari jl. heeft de EU-vertegen-woordiger in Tel
Aviv administratieve detentie bij de Israëlische autoriteiten aan de orde gesteld.
Ook tijdens het EU-Israël-sub comité voor politieke dialoog op 11 december 2012 stond
de kwestie op de agenda. Op 16 februari jl. gaf de woordvoerder van de Hoge Vertegenwoordiger
een verklaring af waarin de HV oproept tot nakoming van het recht op familiebezoek,
naleving van internationale verplichtingen en het indienen van formele aanklachten
tegen de gedetineerden.
Vraag 6
Deelt u de bezorgdheid van Israëlische mensenrechtenorganisaties als B’tselem en Hamoked – die daarover, met financiële steun van de EU, rapport uitbrachten – over
de mishandeling van Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie?
Antwoord 6
De regering deelt de zorg over de omstandigheden in de Israëlische gevangenissen en
de behandeling van de gedetineerden, zoals geschetst door B’tselem3 en Hamoked in hun rapport in 2010. De behandeling van gevangenen moet in overeenstemming zijn
met het internationale recht, waaronder ook humanitair oorlogsrecht en mensenrechten.
Na de vrijlating van de Israëlische militair Gilad Shalit in oktober 2011 hebben de
Palestijnse gedetineerden en de Israëlische gevangenisautoriteit in mei 2012 een afspraak
gemaakt om de situatie voor de Palestijnse gevangenen in Israëlische detentie te verbeteren.
Het is echter niet mogelijk om een volledig beeld te krijgen van de omvang en impact
van de verbeteringen, zolang de overeen-gekomen regeling niet wordt vrijgegeven.
Vraag 7
Deelt u de opvatting van de Verenigde Naties4 dat onafhankelijk en transparant onderzoek geboden is naar de omstandigheden waaronder
Arafat Jaradat overleed in Israëlische gevangenschap rond 22 februari jl. en dat de
resultaten daarvan zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt moeten worden? Zo nee, waarom
niet? Zo ja: bent u bereid bilateraal en via de EU aan te dringen op een dergelijk
onderzoek?
Antwoord 7
De regering deelt de opvatting dat onafhankelijk onderzoek naar deze omstandigheden
geboden is en meent dat de uitkomsten openbaar moeten zijn.
Eind februari heeft een eerste onderzoek plaatsgehad waarbij een Palestijnse patholoog-anatoom
aanwezig was. Deze claimde dat Arafat Jaradat was gemarteld. Het Israëlische ministerie
van Volksgezondheid stelt echter dat er – afgezien van de fysieke gevolgen van een
langdurige reanimatie – geen verwondingen op het lichaam van Jaradat zijn gevonden.
Het ministerie baseert zich daarbij op een onderzoek dat mede is uitgevoerd door het
Nationaal Centrum voor Forensische Geneeskunde en het Pathologisch instituut. Er zal
uitgebreider onderzoek naar de doodsoorzaak plaatsvinden.
X Noot
3Israëlisch Informatiecentrum voor mensenrechten in de door Israël bezette gebieden.