Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013199

Vragen van de leden El Fassed en Dibi (beiden GroenLinks) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie over schending door Eritrea van het VN wapenembargo (ingezonden 8 augustus 2012).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 4 oktober 2012).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat Eritrea via consulaten de diaspora dwingt tot het betalen van 2% van het inkomen om zo het leger in Eritrea te bekostigen?1

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Deelt u de conclusies van de UN Monitoring Group dat deze praktijken tegen het VN wapenembargo tegen Eritrea (ingesteld in 2009) ingaan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De groep geeft aan dat het innen van aanvullende bijdragen specifiek voor de Eritrese defensiebegroting mogelijk strijdig is met paragraaf 5 van de desbetreffende Veiligheidsraadsresolutie 1907 (2009). In haar rapport van 13 juli jl. trekt de VN Monitoring Group niet de conclusie dat het innen van de 2% «Development and Rehabilitation» inkomensbelasting onder de Eritrese diaspora strijdig is met het wapenembargo tegen Eritrea. Ik deel deze beoordeling.

Vraag 3

Vinden deze illegale praktijken ook in Nederland plaats door de Eritrese diplomatieke vertegenwoordiging? Bent u bereid dit uit te zoeken en regelmatig te monitoren?

Antwoord

Het heffen van een belasting door de Eritrese ambassade onder de Eritrese diaspora in Nederland is niet illegaal, evenmin het onthouden van overheidsdiensten bij weigering om te betalen. Volgens een rapport van 13 juli jl. van de VN Monitoring Group on Somalia and Eritrea zou dergelijke belastingheffing door ambassades en consulaten gepaard gaan met intimidatie, bedreiging en dwang.

Voor het vaststellen of misdrijven als afpersing en soortgelijke delicten aan de orde zijn, zijn politie en het openbaar ministerie (OM) in belangrijke mate afhankelijk van aangifte en melding door de slachtoffers. Zodra er aangifte is gedaan zal de politie onder leiding van het OM daar onderzoek naar doen. Lopende een onderzoek worden geen mededelingen daarover gedaan.

Vraag 4

Bent u bereid om:

de Eritrese consul op het ministerie te ontbieden?

de mogelijkheden te verkennen om juridische stappen te zetten tegen deze praktijken?

uw Europese en andere collega’s aan te sporen deze zelfde stappen te zetten, zodat een collectief gecoördineerd protest plaats vindt tegen schending van het VN wapenembargo door Eritrea?

Zo nee, waarom niet?

Antwoord

  • De Eritrese tijdelijk zaakgelastigde is op 16 augustus op het ministerie van Buitenlandse Zaken ontboden om opheldering te geven over de inning van belasting en fondsenwerving onder de Eritrese diaspora in Nederland.

  • Strafrechtelijke stappen behoren tot de mogelijkheden in het geval er strafbare feiten worden geconstateerd, maar dit is in belangrijke mate afhankelijk van de aangiftebereidheid van slachtoffers.

  • Nederland zet de belastinginning en mogelijke afpersing hierbij door Eritrese diplomatieke vertegenwoordigingen ook in EU-verband op de agenda.

Vraag 5

Komt deze vorm van schending van VN- of andere embargo’s door andere landen voor? Bent u bereid dit uit te zoeken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Vergelijkbare activiteiten van andere landen zijn mij niet bekend.

Vraag 6

Hoeveel capaciteit heeft de regering om schending van VN- of andere embargo’s op te sporen en de uitvoering ervan te handhaven? Welk ministerie coördineert handhaving van embargo’s en welke ministeries zijn erbij betrokken?

Antwoord

Bij de handhaving van VN- of andere embargo’s zijn diverse diensten betrokken al naar gelang de specifieke sanctieregeling. De in te zetten capaciteit verschilt per geval. Het ministerie van Buitenlandse Zaken coördineert de Nederlandse inbreng bij internationale besluitvorming tot het instellen of opheffen van sancties. Voor de toepassing en handhaving daarvan zijn verschillende ministeries en diensten verantwoordelijk. Concreet gaat het daarbij o.a. om de Belastingdienst, De Nederlandse Bank, de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie en het Korps Landelijke Politiediensten.

Vraag 7

Bent u bereid om via de EU de Eritrese overheid aan te spreken op deze illegale activiteiten en hiertegen te protesteren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nederland overlegt met lidstaten die in het verleden maatregelen hebben genomen in deze kwestie en zet dit onderwerp ook in EU-kader op de agenda.

Vraag 8

Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór 1 september (ter voorbereiding van het SO over de RBZ)?

Antwoord

Beantwoording voor 1 september was helaas niet mogelijk gezien de benodigde afstemming met het OM en betrokken ministeries.