Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over
preventief fouilleren (ingezonden 11 maart 2013).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 15 april 2013).
Zie Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 1848.
Vraag 1
Kent u het bericht «Preventief fouilleren op de schop»?1
Vraag 2
Deelt u de mening van de burgemeester van Utrecht dat het huidige systeem van preventief
fouilleren op de schop moet, dat het middel te ingrijpend is en dat de enorme politie-inzet
niet in verhouding staat tot het effect? Deelt u ook de mening van de burgemeester
dat, om meer succes te boeken, agenten onder toeziend oog van een rechter-commissaris
selectief iemands kleren zouden moeten doorzoeken? Zo ja, hoe gaat u verbeteringen
in het systeem van preventief fouilleren aanbrengen? Zo nee, waarom niet en welke
opvattingen van de burgemeester precies deelt u niet?
Antwoord 2
Voor het effect van het instrument preventief fouilleren moet niet alleen worden gekeken
naar de verhouding tussen de politie-inzet en de hoeveelheid gevonden wapens. Naast
het terugdringen van wapenbezit en wapengeweld heeft preventief fouilleren ook het
doel om mensen te bewegen hun wapens thuis te laten, om mensen een veilig gevoel te
geven in het publieke domein en om een bijdrage te leveren aan vergroting van het
gezag van de overheid en de politie.
Ik deel evenwel de mening van de burgemeester van Utrecht dat er mogelijkheden zijn
om het instrument preventief fouilleren effectiever te maken en gerichter in te zetten.
Deels kan dat nu al, door het hanteren van objectieve en relevante selectiecriteria.
Een dergelijk criterium kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op een analyse van recente
politie-informatie, zoals «mannelijke personen met een geschatte leeftijd tussen 12
en 34 jaar» of «meer dan drie mannen in een auto».2 Als het veiligheidsrisicogebied op grond van artikel 151b Gemeentewet is aangewezen
vanwege een risicowedstrijd, dan is het bijvoorbeeld geoorloofd om alleen (als zodanig
herkenbare) voetbalsupporters te fouilleren. Andere mogelijkheden om preventief fouilleren
effectiever te maken, worden geboden door het bij de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel
verruiming fouilleerbevoegdheden (dossiernummer 33 112), met name met het daarin voorgestelde
artikel 174b Gemeentewet, dat de snelle en gerichte inzet van het instrument mogelijk
maakt in reactie op een plotseling incident.
Het lijkt mij geen goed idee om de selectie van de te fouilleren personen geheel over
te laten aan de professionele intuïtie van politieagenten, onder het toeziend oog
van een rechter-commissaris (of een andere onafhankelijke functionaris). De essentie
van preventief fouilleren is dat eenieder gefouilleerd mag worden, zonder nadere criteria.
Zonder een objectief, controleerbaar criterium is toezicht door een rechter-commissaris
op de rechtmatigheid van de selectie niet zinvol.
Vraag 3
Deelt u de mening van de burgemeester dat met de huidige wijze van preventief fouilleren
de privacy van veel onschuldige burgers wordt geschonden? Zo ja, wat zegt dat over
deze huidige wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ik deel de mening van de burgemeester dat gerichter preventief fouilleren ook uit
het oogpunt van privacy wenselijk is, omdat dan minder mensen gefouilleerd worden.
Zoals in antwoord vraag 2 vermeld kan het instrument al gerichter worden ingezet door
het hanteren van objectieve en relevante selectiecriteria.
Vraag 4
Wat vindt u van het voorstel om over te gaan op een systeem waarbij zonder aankondiging
in de aangewezen gebieden gefouilleerd wordt en waarbij agenten selectief te werk
te gaan, ter plekke gecontroleerd door een rechter-commissaris?
Antwoord 4
De gedachte om zonder aankondiging te fouilleren is niet nieuw. Weliswaar wordt de
beslissing van de burgemeester tot aanwijzing van het veiligheidsrisicogebied in beginsel3 van tevoren op schrift gesteld en bekendgemaakt, maar dat geldt niet voor de concrete
fouilleeractie(s) gedurende de looptijd van die aanwijzing. Het verrassingseffect
is er dus nu al. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Vraag 5
Deelt u de mening dat door middel van effectieve en specifieke training met goede
leiding ter plekke agenten op een professionelere manier in staat zullen zijn preventief
te fouilleren? Zo ja, hoe gaat u hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Uiteraard moeten politieagenten goed geïnstrueerd worden over het instrument preventief
fouilleren. Dat gebeurt ook, zowel voorafgaand aan als tijdens fouilleeracties. Ik
heb niet de indruk dat er op dat punt lacunes zijn.
Vraag 6
Hoe verhouden bovenstaande voorstellen zich tot het bij de Staten-Generaal aanhangige
wetsvoorstel verruiming fouilleerbevoegdheden (Kamerstuk 33 112)?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 2.
X Noot
1Telegraaf, 8 maart 2013
X Noot
2Zie voor dit laatste voorbeeld Waarborgen bij preventief fouilleren. Over de spanning tussen veiligheid, privacy
en selectie,rapport van de Nationale ombudsman en de ombudsmannen van Amsterdam en Rotterdam,
15 september 2011, www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2011/252
, p. 21 en 41.
X Noot
3In geval van spoed mag dat ook achteraf, zie artikel 151b, vierde lid, tweede volzin,
Gemeentewet. Na inwerkingtreding van de wijzigingen, voorgesteld in wetsvoorstel 33
112, volgt dit uit artikel 174b, derde lid, Gemeentewet.