Vragen van de leden Marcouch en Recourt (beiden PvdA) aan de minister van Veiligheid
en Justitie over het gebrek aan regels bij het opzetten van een filefuik bij autoachtervolgingen
(ingezonden 23 augustus 2012).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 3 oktober 2012).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 149.
Vraag 1
Kent u de berichten «Geen strafrechtelijke vervolging voor creëren file A2»?1 en «Korpchefs: voorlopig geen filefuik»?2
Vraag 2 en 4
Is het waar dat politieambtenaren die moeten besluiten over het creëren van een filefuik
niet kunnen terugvallen op regelgeving of beleid op dit punt? Zo ja, deelt u dan de
mening dat dit onverantwoord is en hoe gaat u ervoor zorgen dat deze regelgeving of
dit beleid er wel komt? Zo nee, wat klopt er niet aan dit bericht?
Ontbreekt het op het gebied van politieachtervolgingen, roadblocks en aanverwante
middelen aan nog meer regelgeving of beleid? Zo ja, welke lacunes zijn er nog en hoe
gaat u die opvullen?
Antwoorden 2 en 4
Enkele regiokorpsen hebben formeel beleid opgesteld met betrekking tot achtervolgingen
en het creëren van files. Om te komen tot landelijk beleid op dit punt heeft de politie
een werkgroep samengesteld met de opdracht een richtinggevend kader op te stellen
voor achtervolgingen en geforceerde stops. Ik deel de wens dat dit kader snel ontwikkeld
moet worden. De politie heeft mij toegezegd dat binnen drie maanden een concept zal
zijn afgerond. Naast een landelijk richtinggevend kader zal ook bezien worden of aanvullende
opleidingen op dit terrein nodig zijn. In afwachting hiervan zal terughoudendheid
worden betracht met het creëren van een filefuik ter aanhouding van een verdachte.
Vraag 3
Hoe vaak worden filefuiken jaarlijks toegepast? Acht u het mogelijk dat vanwege het
feit dat er voorlopig geen filefuiken zullen zijn dat verdachten kunnen ontkomen?
Zo ja, hoe snel kunt u voor het de benodigde regels en beleid zorgen?
Antwoord vraag 3
Zogenaamde filefuiken worden niet als zodanig geregistreerd en cijfers over de aantallen
zijn dan ook niet voorhanden.
De politie beschikt over een voldoende ruim repertoire aan mogelijkheden om verdachten
aan te houden, en zal vanzelfsprekend in voorkomende gevallen daarvan gebruik blijven
maken. Zie verder ook mijn antwoord op de vragen 2 en 4.
Vraag 5
Deelt u de mening van het Openbaar Ministerie dat het creëren van een file een te
groot risico voor de burgers in de file heeft opgeleverd? Zo ja, kan dit gevolgen
hebben voor de civiele aansprakelijkheid ten aanzien van de nabestaanden van de slachtoffers?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft geoordeeld dat de vorming van een file op de A2
een te groot risico heeft opgeleverd voor de weggebruikers die zich in die file bevonden.
Onder de gegeven omstandigheden was naar het oordeel van het OM niet voldaan aan de
vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit en hadden de risico’s voor de verkeersveiligheid
zwaarder moeten wegen dan het belang van de aanhouding van de verdachte. Het is evenwel
niet aan mij om te treden in de eventuele civiele aansprakelijkheid. Dat zal in eerste
instantie worden beoordeeld door het regiokorps Utrecht.
Vraag 6
Acht u het mogelijk dat nu de individuele agent(en) niet strafrechtelijk aansprakelijk
zijn, er wel sprake kan zijn van strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon
waar zij voor werken? Zo ja, welke rechtspersoon betreft dit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (het in gevaar brengen van verkeer) is gericht
tot natuurlijk personen. Vervolging van een rechtspersoon wegens dit artikel acht
ik daarom, met het OM, niet mogelijk. Daarnaast geldt dat de door een politiekorps
verrichte handelingen moeten worden gezien als exclusieve overheidstaak. In de jurisprudentie
is bepaald dat handelingen die worden verricht door een overheidsorgaan en die als
exclusieve overheidstaak moeten worden gezien, niet met succes strafrechtelijk kunnen
worden vervolgd.
Vraag 7
Is er sprake van dat op grond van een artikel 12 Wetboek van Strafvordering procedure
alsnog strafrechtelijke vervolging plaats kan of gaat vinden? Zo ja, kunt u dan met
beantwoording van voorliggende vragen wachten tot het moment dat er definitief zekerheid
bestaat over de vervolging?
Antwoord 7
Artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering biedt aan rechtstreeks belanghebbenden
de mogelijkheid om het Gerechtshof te verzoeken het OM te bevelen alsnog te vervolgen,
als eerder een sepotbeslissing werd genomen. Zulks kan geschieden binnen de wettelijke
termijn van drie maanden, nadat de rechtstreeks belanghebbenden kennis hebben genomen
van de sepotbeslissing. Er is mij niet bekend of een verzoek bij het Hof is ingediend.
X Noot
2NOS Teletekst, 22 augustus 2012